De pest in Gouda nader bekeken
De pest heeft verschillende keren enorme aantallen slachtoffers gemaakt van de 14e tot de 18e eeuw, zo ook in Gouda. De ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie (Yersinia pestis), overgedragen door rattenvlooien. De pest komt op sommige plaatsen in de wereld nog steeds voor, maar is tegenwoordig goed behandelbaar met antibiotica. In Nederland was het laatste geregistreerde geval van de pest in 1929. In Gouda zijn in 2025 opgravingen geweest op het pestkerkhof, naast het gebouw dat vroeger het pestziekenhuis was. Dit is nu het gebouw met de ‘Cheese Experience’. Er werden vele menselijke resten (schedels, botten) gevonden. Ook was duidelijk dat er nog veel meer skeletten moeten liggen. In het voorjaar volgen nog nieuwe opgravingen.
De behandeling van de pest was destijds heel inefficiënt: aderlaten, braken en toepassen van allerlei kruiden. Men snapte wel dat de pest besmettelijk was en dat je contact moest vermijden. Dat was ook de reden dat begin 17e eeuw een speciaal pestziekenhuis werd geopend. De pestslachtoffers werden direct naast het speciale pestziekenhuis begraven. Ook mochten mensen die in contact kwamen met pestslachtoffers niet naar openbare gebouwen, zoals bijvoorbeeld de kerk. Door deze isolatiemaatregelen doofde elke pestepidemie na ongeveer een half jaar toch weer uit.
Van het pestziekenhuis is een uniek register bewaard gebleven met namen van mensen die opgenomen werden in de periode 1617 – 1636. Latere registers zijn helaas niet bewaard gebleven. Dit register is getranscribeerd (omgezet naar hedendaagse letters) door vrijwilligers van de Gouda Tijdmachine en gedigitaliseerd door PreUniversity studenten van de Universiteit Leiden. Daarna konden er allerlei analyses van de data gedaan worden. De meest simpele is te zien in de figuur: hoe was de verdeling van de slachtoffers over de jaren en hoeveel overleefden de epidemie en hoeveel gingen er dood? Uit de grafiek kan je aflezen dat er grote pestepidemieën waren in de jaren 1625 en 1635, en in 1624 een wat kleinere. Ook zie je dat net iets meer dan de helft (rode balk) van de opgenomen mensen overleed aan de pest.

Voordat het speciale pestziekenhuis er kwam, werd iedereen in of om de St. Janskerk begraven. Van de St. Jan zijn ook registratieboeken bewaard gebleven. Zo zijn van de hele 17e eeuw de overledenen genoteerd die in of om de kerk, of op een afstand van de kerk begraven werden. Je rijkdom bepaalde waar je werd begraven. In de kerk was uiteraard het duurst. In de periode van de grote pestepidemieën tussen 1617 en 1636, hebben we gekeken naar het aantal mensen dat begraven werd in of om de St. Jan. Wat opvalt is dat in de jaren 1625 en 1635 dit aantal heel veel hoger is dan in de jaren zonder de pest, dit noemen we oversterfte. Waarschijnlijk werden dus niet alle mensen met de pest opgenomen in het speciale pestziekenhuis en op het pestkerkhof begraven. Door het koppelen van gegevens uit verschillende bestanden, kunnen we de geschiedenis van Gouda beter in kaart brengen. We zijn nu bezig om voor de gehele 17e eeuw te registreren hoeveel mensen in en om de St. Jan begraven werden om aan de hand van de oversterfte een inschatting te maken van de pest in de 17e eeuw in Gouda. Wordt vervolgd dus.
Dit artikel door Marianne van der Veer en Peter Kuppen verscheen aangepast op 26 februari 2026 in het Kontakt/Goudse Post