Straten Gouda

Collectie

Objecten

Geavanceerd zoeken
  • Komijnsteeg
    Genoemd naar de handel in specerijen. Gouda was in de middeleeuwen als gevolg van haar talrijke scheepsverbindingen een stapelplaats van kruiden, specerijen en soortgelijke benodigdheden voor apotheken. Hiertoe behoorde zeker ook komijnzaad. Komijn (wetenschappelijke naam: Cuminum cyminum) is een plant uit de schermbloemenfamilie. De plant wordt toegepast als specerij met een lichte nootsmaak. Komijn is afkomstig uit landen als Iran, Syrië, India en Turkije.
  • Lazarussteeg
    Genoemd naar de ligging van het voormalige Leprozenhuis ter plaatse, toen dit binnen de singels gehuisvest moest worden. De melaatsen verhuisden eerst naar het Maria Magdalenaklooster aan de Kleiweg. In 1579 werd het voormalige klooster Sinte Marie aan de Gouwe bestemd voor de opvang van melaatsen. In 1609 werd waarschijnlijk door de Goudse stadsbeeldhouwer Gregorius Cool aan het Rotterdamse Veer (het huidige Nonnenwater) het Lazaruspoortje gemaakt, dat de toegang verschafte tot het daarachter gelegen leprozenhuis. Het poortje werd in 1940 afgebroken vanwege de uitbreiding van het gemeentelijk energiebedrijf. In 1965 is het herbouwd op de huidige plaats aan Achter de Kerk, waar het de toegang vormt tot de tuin van Museum Gouda (het voormalige Catharina Gasthuis). Zie ook Lazaruskade en Nonnenwater.
  • Nieuwsteeg
  • Varkenmarkt
    Genoemd naar de varkensmarkt. Vanaf het midden van de 17e eeuw werd die markt hier gehouden, op een deel van het terrein van het vroegere Magdalenaklooster. Daarvoor was de varkensmarkt op de Elsmarkt, een deel van de Turfmarkt. In de stadsmuur zat hier een sluisje met een toren, de Magdalenen- of Verckenstoren. Die tweede naam kreeg de toren waarschijnlijk omdat boeren uit de omgeving door dit sluisje met hun schuiten de stad in kwamen. Zij brachten zuivel en vee mee, vooral biggen en varkens.
  • Hoogstraat
    De naam houdt vermoedelijk verband met het niveau van de straat, dat hoger lag dan dat van de rest van de oorspronkelijke Kleiweg.
  • Vogelenzang
    Genoemd naar de historische naam waarmee de tegenwoordige Wilhelminastraat tot 1897 werd aangeduid. De naam Vogelenzang wijst op het landelijke karakter van die straat in het verleden, zoals dat ook het geval is bij Groenendaal, Groeneweg en Rozendaal. In de middeleeuwen werden straten, wijken of buurten die aan de rand van de stad lagen vaak met dergelijke namen aangeduid. De naam Vogelenzang wordt door Ignatius Walvis in het eerste deel van zijn stadsgeschiedenis als volgt verklaard: ‘om dat het veld en boomgewas het gevogelte vrije nestelen en zingen toeliet’. Vogelzang is het vermogen van vogels om te fluiten en is de bekendste vorm van communicatie tussen dieren. Van het door Walvis bedoelde ‘zingen’ is geen sprake, omdat vogels geen strottenhoofd hebben.
  • Moordrechtse Verlaat
    Genoemd naar het Moord(recht)se Verlaat, de uit 1549 daterende sluis in de waterverbinding tussen Gouda en Moordrecht met de daar gelegen veenderijen. Op de stadsplattegrond van Blaeu uit 1649 wordt de sluis dan ook 't verlaetgen naer het veen' genoemd. De sluis is in 1935 afgebroken; het water werd na de afbraak gedempt.
  • Lem Dulsteeg
    Genoemd naar Lem Dul. Hij was timmerman en eigenaar van huizen in deze straat. Eerder heette de steeg Mattgen Dappersteegh. Die naam wordt in 1434 voor het eerst genoemd. Tot het midden van de 16e eeuw werden beide namen naast elkaar gebruikt. In 1898 vroegen de bewoners de gemeenteraad om de naam te veranderen in Badstraat of Lem Dulstraat. Op advies van archivaris dr. L.A. Kesper gebeurde dat niet. Ook een tweede verzoek, in 1927, werd afgewezen. De laatste huizen zijn in 1977 gesloopt.
  • Lommerse watertje
  • Aaltje Baksteeg
    Genoemd naar Aertgen Back, die in het begin van de zestiende eeuw aan de Hoge Gouwe op de hoek van deze straat woonde. De naam Aaltje Bak is een verbastering van Aertgen Back (ook wel Aeltgen Back genoemd).
  • Achter de Vismarkt
    Genoemd naar de ligging van de straat achter het deel van de Gouwe, dat de Vismarkt werd genoemd.
  • Agnietenpoort
  • Amsterdamse Erf
  • Bagynekade
  • Blauwstraat
    Genoemd naar een blauwververij die in de straat was gevestigd. De eerste aanwijzingen voor een lakenindustrie in Gouda worden gevonden in 1331 en 1338. Dan wordt melding gemaakt van Melis de volder en Dammas de verver. Dammas was blauwverver en oefende zijn bedrijf uit aan de Blauwstraat. Bij het produceren van lakens was het verven een belangrijke bewerking. Als het laken was geweven, ging het naar de verver. Deze bereidde zijn verf in grote ketels, die hij vulde met plantaardige verfstoffen, water en beitsmiddelen als aluin en urine. Voor de kleur blauw gebruikte de verver indigo. Met lange stokken werden de lakens urenlang door het kokende verfbad geroerd en vervolgens aan palen te drogen gehangen.
  • Blekerskade
    De naam verwijst naar een bleker. Uit een notitie uit 1687 blijkt dat de kade buiten de Dijkspoort toen 'Wouter den bleyckers' heette. De kade staat, zonder naam, al op de kaart van Johan Blaeu uit 1649. Het water langs de kade heette vroeger ook Raemvaart of Vlaamsche Haven. Dat water is nu grotendeels gedempt. In 1920 is de kade verkocht aan de Koninklijke Stearinekaarsenfabriek 'Gouda'. Sindsdien is zij niet meer openbaar.
  • Bogen
    Genoemd naar de constructie van de walmuren ter plaatse. Hierbij rustte de weergang (het platform achter de kantelen, waarop de krijgslieden bij de verdediging werden opgesteld) op gemetselde stenen bogen (nissen) aan de binnenzijde van de stadsmuur.
  • Boslandersteeg
    Waarschijnlijk genoemd naar een van de Goudse notarissen Boslander. Cornelis Jorisz. Boslander werd notaris in 1599 en zijn zoon Joris Cornelisz. Boslander in 1629. De steeg heette in 1639 ook Pleytsack. Een pleitzak is een lange linnen zak om de stukken van een rechtszaak in te bewaren.
  • Botermarkt
  • Brede zijde