Gebouw

Naam

nl De Roode Leeuw

Standplaats

nl Van de oorspronkelijk vele molens binnen de gemeentegrenzen van Gouda resteren er nog slechts drie. Windmolens in Nederland bestaan naar functie in twee categorieën: polder- of (af- en uit)wateringsmolens en industrie-molens. De eerste diende om te zorgen voor “droge voeten”, de tweede om landbouw- of industieproducten te bewerken. Molen “De Roode Leeuw” hoort bij de laatste categorie.
Aan de zuidzijde van de stad aan de Vest 65 staat een uit 1727 daterende ronde stenen stellingkorenmolen. Deze molen is gebouwd als vervanger van een wipmolen uit 1619. Op de geel geschilderde baard (dit is het versierde uitgesneden stuk hout onder aan de balk van de wiekenas) met rode rand staat het opschrift: De Roode Leeuw ANN0 1771. In dat jaar is de molen geheel vernieuwd op het houten bovenwiel na. Hierin is ingehakt: IMWVS ANNO 1771. Al in 1920 werd het malen op windkracht gestaakt en werd nog enige tijd motorisch gemalen. In 1926 kocht de gemeente Gouda de molen voor 4800 gulden van molenaar C.K. Galema. Waarschijnlijk om concurrentie te voorkomen, werd bepaald dat de gemeente de molen tot 1 januari 1952 niet als graanmaalderij mocht gebruiken voor de graanhandel. In de hongerwinter van 1944/45 werd vrijwel de gehele maalinrichting met de zolders, behalve de kapzolder, uitgebroken en als brandstof verstookt in de Goudse kachels. Door de gietijzeren bovenas uit 1872 zijn in 1968 nieuwe gelaste stalen roeden(d.i. wiekbalken) gestoken

Rond 1980 was de molen aan een ingrijpende restauratie toe. De circa 1,5 miljoen gulden kostende restauratie, waarbij onder andere de ongeveer een halve meter scheef gezakte molenromp werd rechtgezet, werd pas in 1984 uitgevoerd. De molen werd daarna weer maalvaardig opgeleverd met fokwieken op het wiekenkruis met een vlucht van 27 m. Er is een molenaarswoning op de begane grond en eerste verdieping. In 1992 nam de jonge molenaar Willem Roose het ambachtelijk korenmolenaarsbedrijf over. Het los gestorte graan wordt met behulp van twee elektrische vijzels en twee elevatoren in de molen omhoog getransporteerd. De totale silocapaciteit bedraagt 40 ton. Op de steenzolder wordt gemalen met een koppel 16er en 17er blauwe stenen met elk een regulateur. Op de derde zolder zijn nog een zeef en een koppel verticale maalsteentjes met een diameter van 0,5 m aanwezig. Oorspronkelijk werd er met vier koppels maalstenen op windkracht gemalen. De molenkap is gedekt met geteerde gepotdekselde (overlappende) planken. Aan de achterzijde steekt er een wipstok uit waarmee de molenaar vanaf de stelling de “losse Vlaamse blokvang” (d.i. een remsysteem) bedient om de draaiende wieken stil te zetten. Het kruiwerk om de molen op de wind te zetten, bestaat uit 43 ijzeren rollen onder de kap en een kruirad op de stelling. In mei 1999 kreeg de molenaar te maken met een steenbreuk van de loper (d.i. de bovenste, draaiende molensteen). Deze is hersteld door het lijmen van de steen en het rondom aanbrengen van stalen banden om de steen. De molen ademt een nostalgische sfeer, die helaas wat verstoord wordt door een ontsierende rompbekleding. Deze moet de in zeer slechte staat zijnde romp waterdicht houden.
Als lid van het Ambachtelijk Korenmolenaarsgilde maalt de molenaar bijna dagelijks alleen op windkracht voor bakkers, reformzaken, groothandels en particulieren. De maalproductie kan oplopen tot circa een ton per dag.

Gebouwd

1619

Verdwenen

1727

Status

nl verdwenen

Geometrie

Identifier

Zie voor meer RDF data

Collecties
Molens
Commentaar

No comment yet! Log in and be the first to add one!

Ik stem ermee in dat mijn commentaar hier gepubliceerd wordt en ook beschikbaar wordt gemaakt onder een CC BY-SA licentie, net als alle gegevens van de Gouda Tijdmachine. Uw e-mailadres wordt geregistreerd, maar niet gepubliceerd of gedeeld met derden.