-
Sacramentskapel
-
Parousia
-
Eben Haëzer
-
O.L. Vrouw Hemelvaart
-
Barbaratoren
De zogenaamde Barbaratoren aan de Kuiperstraat staat op een historische locatie. Voor 1468 stond op de hoek van de Keizerstraat en de Kuiperstraat een Mariakapelletje. In dat jaar deed het Sint-Barbaragilde voor het eerst een aankoop op deze plaats, sindsdien stond er een gasthuisje met een eigen altaar. Doel was het verzorgen van gasten (passanten) en van zieken. De kapel werd in of kort na 1505 gebouwd. Zoals bij veel kleine gasthuizen zullen ziekenzaal en kapel één geheel hebben gevormd. In de loop van de tijd concentreerde deze zorg zich op de arme, zieke en bejaarde inwoners van de stad.
Een toren en wat muurwerk is al wat herinnert aan deze Sint-Barbarakapel, een van de vijfentwintig kapellen die de stad in de Middeleeuwen rijk was. Het beheer van de inrichting lag bij genoemd gilde. De populariteit van de heilige Barbara kan worden verklaard uit het feit dat zij als een van de veertien noodhelpers werd aangeroepen om bescherming tegen de pest, waarvoor de bevolking voortdurend in grote angst verkeerde.
In de loop van de zestiende eeuw verliep het gasthuis en werd de kapel als armenschool in gebruik genomen. Na de reformatie verdwenen diverse bouwonderdelen om te worden hergebruikt in de Sint-Janskerk. Zo vermeldt de jaarrekening van 1579: ?Gegeven Wouter Haegen, de sleper van het iserwerck ende hout in Synte Barberenkerck?. In 1581 verkocht het stadsbestuur de kapel voor 164 gulden aan een particulier, de toren bleef eigendom van de stad, met daarin de klok van de in 1576 afgebroken Noodgodskapel die aan de Westhaven stond. Hoewel de Barbarakapel in de zeventiende en achttiende eeuw enige keren van gebruiker wisselde, bleef ze steeds in handen van ??n eigenaar. Omstreeks 1700 werd de kerk in wooncompartimenten verdeeld. Te oordelen naar de gelijkvormigheid van de vloeren en de gevels moet deze ingreep in ??n campagne zijn uitgevoerd. De toren zakte steeds schever en werd in 1760 door een meester vijzelaar uit Amsterdam rechtgezet. In 1851 verhuisde het uurwerk van de Dijkspoort, die in dat jaar werd afgebroken, naar de Barbaratoren. Omdat de wijzerplaat maar ??n wijzer heeft (dat kwam vroeger overigens meer voor), kreeg de toren de bijnaam van Malletoren. De kapel bleef als zodanig tot ver in de negentiende eeuw herkenbaar, getuige een litho van Verspuy uit 1859. De vensterpartij van het koor was aangepast aan de functie van de werkplaats, ook de deur naar de straat veranderde. In de muren van de huizen die in de plaats van de kapel zijn gekomen bevinden zich nog bouwsporen van de kapel: restanten van twee ontlastingbogen, steunberen en een deel van een kapiteel.
In 1988 werd de toren grondig gerestaureerd. Het herstelde metselwerk werd niet zoals voorheen gebruikelijk op kleur gebracht, maar met opzet duidelijk zichtbaar gelaten. Een spectaculair onderdeel vormde hierbij het verwijderen van de drie ton zware en negen meter hoge torenspits, die werd neergezet in de middenberm van de Raam. Nadat het verrotte hout aan de binnenzijde was verwijderd en vervangen kon de spits weer op zijn plaats worden gezet.
-
De Gouden Aar
-
Vaste Burcht
-
Kapel Bloemendaal
-
De Deur
-
Gereformeerde Gemeente
-
Agnietenkapel
De Agnietenkapel is een restant van het Sint-Agnesklooster dat hier vroeger stond. Het convent wordt voor het eerst genoemd in 1455, mogelijk bestond het al veel eerder. Omstreeks 1476 kreeg het klooster recht op een eigen kapel en een kerkhof. In 1516 verbleven er 96 vrouwen, in 1566 was hun aantal gedaald tot 30. Het Agnietenklooster was net als vele andere verplicht tot het betalen van belastingen, opgelegd door de landsheer, waardoor er regelrechte armoede heerste. Desondanks moet de kapel op Sint-Agnietendag (21 januari 1572) een prachtige aanblik hebben geboden. De prior Wouter Jacobsz herinnert daar een jaar later aan. Hij schrijft dat hij toen de schone kerk van zijn Agnietenconvent '[…] ter eeren Go[o]ds toegemaeckt hadde gesien, mids dat aldaer soe schoene dienst gedaen werde', maar dat de kerk nu geheel woest was en verlaten.
Na de reformatie kwam het klooster in bezit van de stad, waarna de beelden en altaren er uit werden verwijderd. Na 1600 vonden Vlaamse tapijt- en lakenwevers er een onderkomen voor hun weefgetouwen. De kapel kreeg vervolgens nog vele afwisselende bestemmingen. In 1619, tijdens de twisten tussen remonstranten en contraremonstranten bivakkeerde er een vendel soldaten. In 1631 bracht een timmerman er ingrijpende veranderingen aan, zoals een derde balklaag, kruis- en bolkozijnen en dakkapellen. In 1643 werd de Agnietenkapel 'met een waschhuys ende eene bequaeme wooninghe' bij opbod en afslag verpacht voor 205 gulden per jaar. Van 1653-1924 was de Bank van Lening, ook wel de Lommerd genoemd, gevestigd in de kapel. Het grachtje dat er langs liep dankte hieraan zijn naam: het Lommerdse Watertje. Na 1924 installeerde men in de kapel achtereenvolgens een stempellokaal voor de arbeidsvoorziening, het kantoor van de distributiedienst, een noodpostkantoor en kunstcentrum Burgvliet. Toen moest het voor instortingsgevaar worden ontruimd. Bij het begin van de restauratie in 1972 verkeerde de kapel in een bouwvallige toestand, ze moest zelfs worden gestut. Er kwamen interessante bouwsporen aan het licht, zoals het bestaan van een tribune of bovenkoor, de aanwezigheid van luiken, beeldnisjes en hoog in de muren 88 klankpotten in groepjes van vijf (quincunx). Deze potjes dienden om de nagalm in het gebouw te verminderen.
De eiken deur met klopper, die stamt uit de zeventiende eeuw, bevond zich aanvankelijk aan de rechterzijde, met erboven een rond venster. Voor de kapel stond een gebouwtje, dat werd afgebroken; in de grond, op 80 cm diepte, ontdekte men funderingen van ovens die mogelijk toebehoorden aan de keuken van het klooster. De ronde vormen ervan zijn zichtbaar gemaakt in het plaveisel. De omlijsting van de deur in Lodewijk XV stijl en het stadwapen daarboven dateren vermoedelijk uit 1756. De ingang bevindt zich nu in het midden en het ronde venster in de bovengevel is verdwenen. In plaats daarvan kwamen drie smalle vensters met luiken boven een natuurstenen lijst. Op de plaats waar eens het altaar stond ligt nog een altaarsteen, herkenbaar aan de vijf wijdingskruisjes. De kapel werd geopend op 30 augustus 1975 en wordt sindsdien gebruikt voor concerten, exposities, lezingen et cetera.
-
Kapel Catharina Gasthuis
-
Armenkerk
De kerkenraad van de Hervormde Gemeente maakte in 1840 in een brief aan de minister van Staat duidelijk dat er grote behoefte bestond aan een gebouw, waar minstens 500 armlastige leden van de gemeente een preek konden horen die voor hen begrijpelijk was. Bovendien waren er velen die zich vanwege hun schamele kleding niet in de Sint Janskerk durfden vertonen. Met enig heen en weergeschuif wat betreft de financiën kwam er een werkgroep met de naam ‘Commissie voor de daarstelling en instandhouding van de Armenkerk bij de Hervormde Gemeente van Gouda’. Diverse locaties werden bezocht. Ook werd de mogelijkheid geopperd om de Turfkerk aan de Groenweg te restaureren en voor dit doel in te richten als ‘[…] een monument hetwelk de stad tot sieraad zoude strekken’. Wat een prachtige gelegenheid om deze historische kapel te behouden! Maar het stadsbestuur wilde er vanaf en bood de kapel in 1851 per advertentie aan voor de sloop, tegelijk met de Rotterdamse Poort. Uiteindelijk kocht men aan de Peperstraat een pand voor ƒ 1500,- en kon met de verbouw worden begonnen. De eerste dienst vond plaats op zondag 4 december 1842. Aanvankelijk zong men zonder orgelbegeleiding, maar in 1867 werd een geheel nieuw orgel in gebruik genomen, waar een ieder niet weinig trots op was. Er werden genummerde blikken plaatjes aan iedere bedeelde uitgereikt. Wie aan de diaconie geen plaatje kon tonen, werd tien cent gekort op zijn uitkering. Dominee Swaan, die had geconstateerd dat veel kinderen in lompen gekleed waren, zette de damesverenigingen aan het werk om kleding te maken. Met Kerstmis werd voor de kinderen niet alleen een feest met versnaperingen in de kerk gehouden, ze kregen ook bij die gelegenheid een nieuwe outfit. Aan de Bogen werd in 1862 een huis gekocht en verbouwd tot consistoriekamer en catechisatielokaal, dat aansloot op het kerkgebouw. Een van de predikanten stelde voor om de naam Armenkerk te vervangen door ‘Kleine Kerk’, dit ter onderscheiding van de Sint-Jan, die ook wel Grote Kerk werd genoemd. Hij vond de naam beslist denigrerend. Tot 1953 werd de kerk ook verhuurd voor bijeenkomsten van allerlei aard. Daarna werd het verkocht aan de NV P.J. Endenburg’s Zeilmakerij, Scheepstuiging en Aannemingsbenodigdheden
-
Vergadering van Gelovigen
-
Moskee Nour
-
Kapel De Riethoek
-
De Veste
-
As salaam
-
Kapel Ronssehof
-
Gereformeerde Gemeente