-
Hovenierstunnel
Genoemd naar de ligging van de tunnel onder de NS-spoorlijn Gouda - Utrecht, in aansluiting op de Hovenierskade. Zie ook Hovenierskade.
-
Hamstergat
Genoemd naar de naam is bedacht naar analogie van het ten westen ervan gelegen Muizengat, dat veel nauwer is dan deze doorgang onder het spoorwegviaduct.
-
Magdalenapoort
Genoemd naar het klooster van Sint Maria Magdalena, ook wel het Magdalenaconvent genoemd. Het was een klooster voor ‘bekeerde zondaressen’, dat omstreeks 1450 ten oosten van de Kleiweg verrees. In 1572 kwam er, door de overgang van de stad naar de prins van Oranje, een einde aan het Goudse kloosterleven en dit lot trof ook het Magdalenaconvent. Zie ook Conventstraat.
-
Molenpad
Genoemd naar naar de twee watermolens die ooit bij het Reeuwijksche Verlaat hebben gestaan. Aan de oostzijde stond de Sluipwijkse molen, die in 1604 is gebouwd. In 1898 is het bovenstuk van deze molen afgebroken, later volgde het onderstuk. Aan de westzijde bevond zich de Reeuwijkse molen, die dateert uit 1608. In de twintiger jaren van de 20e eeuw was deze molen zodanig vervallen, dat hij grotendeels werd afgebroken. Sinds de verwijdering van het bovenstuk resteert nog een molenstomp, die nu in gebruik is als woonhuis.
-
Muizengat
Genoemd naar de nauwe doorgang die de weg is onder het spoorwegviaduct. De doorgang werd buiten gebruik gesteld na de openstelling van de iets oostelijker gelegen doorgang, het Hamstergat.
-
Nieuwenhuisenpad
Genoemd naar Antonius (Toon) Nieuwenhuisen (1894 - 1944), een Goudse verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog. Nieuwenhuisen was vanaf 1940 lid van de Ordedienst, die zich in Gouda vooral bezig hield met het verspreiden van anti-NSB en anti-Duitse geschriften en spionage. Zijn rijwielhandel (Gouwe 143) was een trefpunt voor be-sprekingen. Vermoedelijk als gevolg van verraad werd in maart 1942 de kern van de Goudse Ordedienst door de Duitsers gearresteerd. Na een verblijf in het zogenaamde 'Oranjehotel' in Scheveningen en het concentratiekamp in Vugt, overleed Nieuwenhuisen in het concentratiekamp Dachau.
-
Tournaylaan
Genoemd naar Jasper Tournay (geboren in Leuven ca. 1560/61 overleden 1635) Hij was toonaangevend in de perioden 1584-1590 en 1608-1635 is de omstreeks 1561 in Leuven geboren "Jasper Tournay is een van de belangrijkste drukkers in Gouda geweest in de tijd dat daar tijdens de Opstand een liberaal klimaat heerste. Gevlucht uit het veel repressievere Antwerpen, arriveerde hij - via Delft - in 1584 in Gouda. Hij gaf daar meteen een aantal werken van de vrijzinnige humanist Dirck Volkertsz. Coornhert uit, iets wat hij zijn verdere leven bleef doen. Hierdoor wordt hij wel als de lijfdrukker van Coornhert bestempeld. Tournay gaf ook andere onorthodoxe auteurs uit. Na het overlijden van Coornhert in 1594 vestigde Tournay zich tijdelijk in Leiden en in 1603 in Enkhuizen. Maar in 1608 is hij weer terug in Gouda. Daar veranderde de politieke situatie drastisch als in 1618-1619, onder druk van Prins Maurits, de 'wet verzet' wordt. Het meer tolerante stadsbestuur wordt dan in zijn geheel naar huis gestuurd en vervangen door stijl-gereformeerde bestuurders. Dit had tot gevolg dat vele remonstranten en andere ruimdenkenden de stad verlieten om elders onderdak te vinden. Bovendien vaardigden de Staten van Holland tegelijkertijd een plakkaat uit, dat boekdrukkers verbood ongewenste teksten te drukken en te verkopen. Boekdrukkers moesten dit bij ede beloven aan het stadsbestuur. Ook Jasper Tournay heeft deze eed afgelegd. Sindsdien heeft hij alleen nog maar risicoloze boeken gedrukt. Tournay overlijdt op 5 juni 1635, tot op die dag heeft zijn bedrijf bestaan."
-
Dijvoortstraat
Genoemd naar Cornelis Dijvoort. Een van de eerste stadsdrukkers (d.w.z. drukker van bijv. wettelijke bepalingen, preken van dominees, gelegenheidsgedichten, gemeentelijke stukken). Niet zozeer landelijk als wel plaatselijk van betekenis. Heeft o.a de Goudse Glazengidsje gedrukt en veel gemeentelijk drukwerk. "De in Gouda geboren Cornelis Ariens Dijvoort kwam vermoedelijk in de boekhandel terecht door zijn huwelijk met drukkersdochter Lucretia Rammesijn, dochter van Pieter Rammesijn. Cornelis Dijvoort was niet zozeer belangrijk, vanwege de aard van zijn fonds, als wel vanwege het feit, dat hij, als rooms-katholiek, de officiële functie van stadsdrukker vervulde. Dit werd in zijn drukwerk vermeld vanaf 1664, maar in de stadsrekeningen pas vanaf 1685. (…)."
-
Gauterstraat
Genoemd naar AllaerdusGauter. Dit is een Goudse drukker die als eerste "een boek van Erasmus nog bij diens leven op de persen heeft gelegd (…) Erasmus’ boeken werden echter grotendeels elders in Europa gedrukt, bovenal door zijn ‘lijfdrukker’ Johannes Froben in Basel. (…) Schrale troost is wel, dat de aller vroegste 'Nederlandse' druk van een werkje van Erasmus uitgerekend hier het licht zag.1 Op 18 mei 1513 legde de Goudse boekdrukker Allaerdus Gauter de laatste hand aan Erasmus' Silva Carminum. Het Goudse karakter van dit werk wordt op de laatste bladzijde nog eens benadrukt door een houtsnede met het wapen van Gouda. Over de drukker is erg weinig bekend. Hij is vermoedelijk identiek met Allert Gherijts prenter, die in 1517 een huis en erf op de Nieuwehaven - hoek Vuylsteeg verkocht aan zijn moeder Rassent Jacobsdochter. Van hem zijn slechts drie uitgaven bekend. Naast het geschrift van Erasmus legde hij een geschift over het bisdom Utrecht op de persen en een theologisch werk van Hieronymus Savonarola. In laatstgenoemd werk staat dat het in 1517 gedrukt is te Gouda 'in den Goutbloem'.2"
-
van Ghemenstraat
Genoemd naar Govaert van Ghemen. Deze drukker was gevestigd aan het Raam/Koningsstraat/hoek Houtsteeg. Het belang van deze drukker is dat dit aangeeft dat net na Gerard Leeu de boekdrukkunst in Gouda in deze vroege periode werd beoefend. Hij gebruikte houtsneden. "Zo liet hij twee mooie houtsneden vervaardigen voor het gedrukte gedicht Komst van keizer Frederyck te Trier. Op grond van de verwantschap van deze houtsneden met de houtsneden in Die jeeste van Julius Caesar, wordt wel aangenomen dat ook dit werkje circa 1486 werd gedrukt door Govert Van Ghemen. In 1000 jaar Gouda worden deze beide werkjes, die bedoeld waren als propagandamateriaal, bestempeld als ’politiek tendentieus"
-
Migoenstraat
Genoemd naar Jacob Migoen. De in Antwerpen geboren Migoen was gedurende de jaren 1607-1609, de tijd waarin dit pamflet verscheen, boekdrukker in Gouda, waar hij een drukkerij had aan Achter de Vismarkt, genaamd Inde Ladder Jacobs. In 1609 verhuisde hij naar Rotterdam, vermoedelijk om samen te werken met zijn broer Abraham Migoen, die daar ook een drukkerij had. Migoen drukte maar weinig werken in Gouda, maar baarde wel opzien met zijn uitgave van de Korte Onderwijsinge, de beruchte Goudse Catechismus, in 1607.
-
Rammazeynhoek
Genoemd naar Pieter (vader) en Johannes (zoon) Rammazeyn. Bekend van de Goudse druk van de Statenbijbel. Zij zijn daar wel failliet mee gegaan. Ook veel wiskundige werken gedrukt, m.n. van Vlack (is al gebruikt voor een straat, Adriaan Vlackstraat), Gouds boekhandelaar en mathematicus. Zij hadden hun drukkerij op de hoek Markt-Korte Groenendaal. "Ook de in Gouda werkzame boekdrukker Pieter Rammazeyn, (…) vatte al snel na de verschijning van de eerste Statenbijbel het plan op voor een roofdruk (YB: een illegale versie). (…) Zeker is dat hij en zijn zoon Johannes Pietersz. Rammazeyn (…) zich in 1647 gezamenlijk waagden aan een volledige Statenbijbel in folioformaat, inclusief de apocriefe boeken. In 1647 is elke geheimzinnigheid over de herkomst van de bijbel overbodig dankzij een privilege van het Goudse stadsbestuur. In het Kamerboek van de Goudse magistraat valt te lezen dat Johannes Rammazeyn op 1 april van dat jaar toestemming kreeg den grooten Bijbel te mogen laeten drucken met den titel van consent van de Heeren Burgemeesteren ende Regeerders der steden van der Goude. Deze toestemming was niet alleen opmerkelijk omdat het Goudse stadsbestuur de uitgave van een roofdruk van een officieel stempel voorzag, maar ook omdat zij werd verleend aan een drukkersgeslacht dat geen deel uitmaakte van de gereformeerde kerk, maar lid was van de Remonstrantse Broederschap. Van enige bezwaren uit gereformeerde hoek was echter geen sprake. Integendeel: toen de bijbels van de persen waren gekomen, bestelden de kerkmeesters van de Sint Jan prompt vijf exemplaren in luxe uitvoering voor in de burgemeestersbanken en nog eenzelfde aantal boeken in eenvoudiger uitvoering voor eigen gebruik. 41 De Goudse Rammazeynbijbel kwam er dus wel, maar uiteindelijk zou blijken dat met name Johannes zich pijnlijk had vertild aan deze reusachtige en financieel riskante onderneming."
-
Bokhovenpad
Genoemd naar Dirck Bokhoven. Drukker van het eerste toeristische gidsje van Nederland, over de Goudse Glazen. Dit gidsje is pakweg twee eeuwen ongewijzigd gebleven (afgezien van spellingswijzigingen). In 1880 is er pas een ander boekje gekomen. "Dirck of Theodoor Willems Bockhoven was een geboren en getogen Goudse libraire en in zijn voetspoor trad zijn zoon Willem Dircks Bockhoven, die eveneens' zijn brood verdiende in de Goudse boekhandel. De vader van Theodoor Bockhoven was zeer waarschijnlijk poorter van Gouda.
-
Van der Hoevepad
Genoemd naar Justus van der Hoeve. Drukker van een werk van John Locke, dat was internationaal vermaard en is in Gouda gedrukt omdat dit in Engeland niet mogelijk was. Locke woonde een tijd onder een schuilnaam in Amsterdam "In zijn beroemde stuk "A Letter Concerning Toleration" (1689) betoogde John Locke dat tolerantie inderdaad een christelijke deugd is en dat de staat als burgervereniging zich alleen moet bezighouden met burgerlijke belangen, niet met spirituele. Locke's scheiding van kerk en staat stond aan het begin van een debat over de grenzen van religieuze afwijkende meningen van burgerlijk gezag in de naam van het niet onnodig belemmeren van de spirituele praktijken van een individu of een groep."
-
Draafpad
-
Bloemendaal
-
Amerika
-
Hanenpraai
-
Weg zuidplas
-
Moordrechtse Tiendeweg