-
Tweede Abel Tasmanhof
Genoemd naar zie Abel Tasmanlaan.
-
Tweede Moordrechtse Tiendeweg
Genoemd naar zie Eerste Moordrechtse Tiendweg.
-
Tweede Willem Barentszhof
Genoemd naar zie Willem Barentszlaan.
-
van Bergen IJzendoornpark
Genoemd naar mr. Albertus Adrianus van Bergen IJzendoorn (1824 - 1895), van 1864 tot aan zijn dood burgemeester van Gouda. Na een rechtenstudie aan de universiteit van Leiden vestigde hij zich als advocaat in zijn geboortestad Gouda. Van Bergen IJzendoorn, die de achternaam van zijn vader combineerde met die van zijn moeder, werd in 1850 burgemeester van de gemeente Broek, Thuil en 't Weegje. In 1852 werd hij ook benoemd tot burgemeester van de beide gemeenten Noord- en Zuid-Waddinxveen. In 1864 volgde hij zijn vader op als burgemeester van Gouda. Tijdens zijn burgemeesterschap beleefde Gouda een periode van bloei. Gouda kreeg een spoorverbinding met Den Haag en tramverbindingen met Oudewater en Bodegraven, het scheepvaartverkeer van en naar Gouda nam sterk toe, door de aanleg van de waterleiding in 1883 daalde het sterftecijfer, en het stedelijk museum en een stedelijke archiefdienst werden gesticht. Van Bergen IJzendoorn was ook lid van Provinciale Staten van Zuid-Holland. Toen hij in 1880 werd gekozen tot gedeputeerde van Zuid-Holland weigerde hij die benoeming te aanvaarden, omdat hij de voorkeur gaf aan het burgemeesterschap van Gouda.
-
van de Puttestraat
Genoemd naar Abraham Rudolf van de Putte (1884 - 1978), een Goudse onderwijzer. Van de Putte begon zijn loopbaan bij het onderwijs op 1 april 1902 aan de School voor Christelijk Nationaal Onderwijs aan de Groenendaal, waar zijn vader, J.G. van de Putte, hoofd was. In 1913 volgde zijn benoeming aan de Christelijke Muloschool aan de Hoge Gouwe. Hieraan bleef hij, inmiddels in het bezit van de middelbare akten Frans A en B, verbonden tot aan zijn pensionering op 1 april 1949. Tot aan zijn 80e levensjaar was hij actief als examinator bij de (m)ulo-examens. Zijn verdiensten voor Gouda lagen vooral op het terrein van de stadsgeschiedenis. Zo was hij secretaris van de Commissie van advies voor de gemeentelijke musea en lid van het College van librijemeesters. Hij was de stuwende kracht in het bijeenbrengen van de collecties voor het pijpen- en aardewerkmuseum De Moriaan, terwijl in het museum Het Catharina-Gasthuis de muntenverzameling zijn aandacht had. Aan het gemeentearchief schonk hij een verzameling van 900 aanplakbiljetten uit de jaren 1939 - 1947, die de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog weergeeft. In 1932 behoorde Van de Putte tot de oprichters van de Oudheidkundige Kring 'Die Goude'. Verder was hij lid van de Commissie voor Oranje- en andere openbare feesten, en voorzitter van de Christelijke muziekvereniging 'Per aspera ad astra'. In 1948 werd hij benoemd tot ereburger van Gouda.
-
van den Boschstraat
Genoemd naar Jan Hendrik van den Bosch (1862 - 1941), een Goudse onderwijzer en taalpeda-goog. Van den Bosch studeerde aanvankelijk theologie, maar na een jaar stapte hij over naar de studie voor de middelbare akte Nederlands, een studie die hij in 1887 afrondde. Na een tijdelijke betrekking aan het Rijksarchief in Zwolle, werd hij in 1891 benoemd als leraar aan de Rijks HBS in Zierikzee. In 1894 werd hij leraar aan het gymnasium en de Rijks HBS in Gouda. Hieraan bleef hij tot zijn pensionering in 1927 verbonden. Hij werkte mee aan de reeks Zwolse herdrukken (tekstuitgaven van klassieke Nederlandse werken), was redactielid van het tijdschrift 'Taal en Letteren' en werkte mee aan 'De Nieuwe Taalgids'. Als vernieuwer van het onderwijs in de Nederlandse taal kreeg hij grote bekendheid door zijn geschrift 'Pleidooi voor de Moedertaal, de Jeugd en de Onderwijzers'.
-
van der Palmstraat
Genoemd naar dr. Johannes Henricus van der Palm (1763 - 1840), een Nederlandse theoloog, hoogleraar en letterkundige. Van der Palm was predikant in Maartensdijk, maar vluchtte in 1787 vanwege zijn patriottische gezindheid naar Zeeland. Van 1796 tot 1799 was hij hoogleraar in de Oosterse talen in Leiden. Van 1799 tot 1805 was hij 'agent voor Nationale Opvoeding' (minister van Onderwijs) in de Bataafse Republiek en het Bataafs Gemenebest, waarbij hij het lager onderwijs organiseerde en een uniforme Nederlandse spelling invoerde. Vanaf 1805 was hij weer hoogleraar, nu in de gewijde dichtkunst en de welsprekendheid. Van der Palm was in zijn tijd beroemd als schrijver en redenaar. Tot zijn bekendste werken behoren het gedicht 'De verheerlijking van Christus op den berg', het 'Geschied- en redekunstig gedenkschrift van Nederlands herstelling in den jare 1813' en een moderne bijbelvertaling.
-
van Heuven Goedhartsingel
Genoemd naar mr. dr. Gerrit Jan van Heuven Goedhart (1901 - 1956), een Nederlandse journalist, verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog en politicus. Van Heuven Goedhart was vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog hoofdredacteur van De Telegraaf en het Utrechts Nieuwsblad. Tijdens de Duitse bezetting leidde hij het illegale blad Het Parool. In 1944 vluchtte hij via Spanje naar Engeland, waar hij als minister van Justitie in het tweede kabinet-Gerbrandy werd opgenomen. Na de bevrijding werd hij hoofdredacteur van Het Parool, en in 1947 Eerste Kamerlid voor de Partij van de Arbeid. In 1951 werd hij de eerste Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties in Genève. Tijdens zijn ambtsperiode ontving het Hoge Commissariaat de Nobelprijs voor de Vrede.
-
van Limburg Stirumplaats
Genoemd naar zie Van Limburg Stirumstraat.
-
van Limburg Stirumstraat
Genoemd naar Leopold graaf van Limburg Stirum (1758 - 1840), een Nederlandse militair en politicus. Na een militaire loopbaan werd hij in 1782 rentmeester van de stad en de Meyerij van 's-Hertogenbosch. Later vestigde hij zich in Den Haag, waar hij in 1813 met Van Hogendorp en Van der Duyn van Maasdam het Driemanschap of 'Voorlopig Bewind' vormde. Als tijdelijk commissaris-generaal (minister) van Oorlog moest hij de openbare orde handhaven bij het vertrek van de Franse troepen uit de Nederlanden. Hij was het die op 30 november 1813 de erfprins, de latere koning Willem I, in Scheveningen verwelkomde, die hem later benoemde tot gouverneur van de residentie. In 1814 werd hij lid van Provinciale Staten, in 1828 kreeg hij de rang van generaal der infanterie en van 1833 tot zijn overlijden was hij lid van de Eerste Kamer.
-
Vasco da Gamalaan
Genoemd naar Vasco da Gama (1469 - 1524), een Portugese ontdekkingsreiziger. Na een studie astronomie, navigatie en wiskunde werd Da Gama in 1492 zeeofficier. In 1497 - 1499 voer hij als eerste Europeaan over zee van Europa naar India, waarmee hij de zeeroute naar het oosten opende. Zijn pogingen om in India handel te drijven waren weinig succesvol door tegenwerking van Arabische handelaren. In 1502 maakte Da Gama een tweede reis naar India. Tijdens die reis brandschatte hij diverse steden langs de kust van Afrika. Handeldrijven in India lukte toen wel en hij kwam met een rijke lading terug in Portugal. In 1524 werd Da Gama opnieuw naar India gezonden, om de corruptie te bestrijden in de Portugese kolonie die daar inmiddels was gevestigd. Hij overleed echter enkele maanden na aankomst aan een onbekende ziekte.
-
Vierde Abel Tasmanhof
Genoemd naar zie Abel Tasmanlaan.
-
Walraven van Halllaan
Genoemd naar Walraven (Wally) van Hall (1906 - 1945), een Nederlandse bankier en verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na een studie aan de zeevaartschool trad Van Hall in dienst bij de Koninklijke Hollandsche Lloyd. Hij werd op zijn gezichtsvermogen afgekeurd en belandde in het bankwezen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij de bankier van het verzet. Via het Nationaal Steunfonds financierde hij het merendeel van de illegaliteit, de Binnenlandse Strijdkrachten, Joodse onderduikers, gezinnen van zeelieden en het stakende spoorwegpersoneel. Hij bedacht ook de grootste bankfraude uit de Nederlandse geschiedenis (met vervalste schatkistpapieren is De Nederlandsche Bank 51 miljoen gulden afhandig gemaakt). In januari 1945 is hij door de Duitsers opgepakt en op 12 februari 1945 in Haarlem gefusilleerd. Van Hall is postuum onderscheiden met het Verzetskruis 1940-1945 en de Amerikaanse Medal of Freedom with Gold Palm.
-
Wilhelmina van Pruisenlaan
Genoemd naar Frederica Sophia Wilhelmina van Pruisen (1751 - 1820), de echtgenote van stadhouder Willem V. Door toenemende kritiek op het stadhouderlijke stelsel en rellen die uitbraken in Den Haag, werd Willem V in 1785 gedwongen die stad te verlaten. In 1787 trok Wilhelmina vanuit Nijmegen richting Den Haag, om daar het volksverzet tegen de patriotten te stimuleren. Haar reisgezelschap is aangehouden bij Bonrepas langs de Vlist. Wilhelmina is naar een boerderij bij de Goejanverwellesluis (Hekendorp) overgebracht, waar Cornelis Johan de Lange van Wijngaerden, de commandant van het vrijcorps van Gouda, was ingekwartierd. Het werd haar verboden om door te rijden naar Gouda om daar de nacht door te brengen en zij vertrok nog diezelfde avond in de richting van Schoonhoven om vervolgens terug te keren naar haar echtgenoot in Nijmegen. Dit leidde tot de inval van de Pruisen in Holland in datzelfde jaar, waarmee koning Frederik Willem II van Pruisen zijn zuster Wilhelmina te hulp schoot en de terugkeer van het stadhouderlijk paar naar Den Haag mogelijk maakte.
-
Willem de Zwijgersingel
Genoemd naar Willem I (1533 - 1584), prins van Oranje, graaf van Nassau, Katzenelnbogen, Vian-den en Dietz, bekend als Willem van Oranje, Willem de Zwijger (vanwege zijn gewoonte om nooit het achterste van zijn tong te laten zien) en 'Vader des Vaderlands'. Willem van Nassau bracht zijn jeugd door aan het hof van keizer Karel V, bij wie hij in hoog aanzien stond. In 1544 werd hij prins van Oranje, als erfgenaam van zijn neef René van Châlon, waardoor hij ging behoren tot de aanzienlijkste en vermogendste edelen van zijn tijd. De door Karels zoon Filips II voorgestane vervolging van het protestantisme, het centraal landsbestuur (ten koste van lokale privileges) en de centrale belastingheffing (de Tiende Penning) leidden tot een breuk en in 1752 werd hij - door de Staten van Holland erkend als stadhouder - de leider van het gewapend verzet tegen de Spaanse overheersing in de Nederlanden. In 1573 ging hij over tot het calvinisme. Met zijn broer Jan bracht hij in 1579 de Unie van Utrecht tot stand, waarmee de grondslag werd gelegd voor een onafhankelijke Republiek der Verenigde Nederlanden. Door Filips in 1580 vogelvrij verklaard, werd hij op 12 juli 1584 in Delft door Balthasar Gerards vermoord. Willem van Oranje was viermaal getrouwd: met Anna van Egmont van Buren, Anna van Saksen, Charlotte de Bourbon en Louise de Coligny. Bij hen verwekte hij 15 kinderen, waaronder Philips Willem, Maurits en Frederik Hendrik.
-
Willem en Marialaan
Genoemd naar Willem III Hendrik, prins van Oranje (1650 - 1702), stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel en koning van Engeland, Schotland en Ierland, en zijn vrouw (en nicht) Maria Stuart (1662 - 1694), koningin van Engeland, Schotland en Ierland. De prins, die na de dood van zijn vader Willem II was geboren, werd aanvankelijk uitgesloten van het stadhouderschap, maar in het Rampjaar 1672 werd hij in zijn waardigheden hersteld. Hij was een kundig militair en diplomaat, die de ambitieuze plannen van de Franse koning Lodewijk XIV wist te dwarsbomen. In 1688 voer hij met een vloot naar Engeland waar hij zijn katholieke schoonvader Jacobus II verdreef. In 1689 werden hij en zijn vrouw gekroond tot koning en koningin. Maria stierf aan waterpokken, Willem III aan de gevolgen van een val van zijn paard.
-
A.A.W. Versluispad
Genoemd naar Arie Adrianus Willem Versluis (1912 - 1983), initiatiefnemer en eerste voorzitter van de Stichting Verpleeghuis Bloemendaal. Versluis was van 1960 tot 1978 gemeenteraadslid voor de Partij van de Arbeid in Gouda. In 1978 werd hij benoemd tot ereburger van Gouda.
-
Adriaen Gerridsz de Vrijestraat
Genoemd naar Adriaen Gerridszoon de Vrije (tweede helft 16e eeuw - 1643), een Goudse glasschilder. De Vrije stamde uit een oud Gouds geslacht en was de schoonzoon van zijn leermeester Wouter Crabeth. Hij maakte onder meer enkele gebrandschilderde glazen in de Sint-Janskerk: glas 1 (De vrijheid van consciëntie), glas 4 (Wapenraam van Rijnland), glas 29 (Koning David en de christelijke ridder) en wellicht glas 40 (Het stadswapen van Gouda).
-
Cort van der Lindenstraat
Genoemd naar prof. mr. Pieter Wilhelm Adriaan Cort van der Linden (1846 - 1935), een Nederlandse advocaat, rechtsgeleerde en liberale staatsman. Nadat hij tien jaar als advocaat en twee jaar als griffier van de Tweede Kamer werkte, is hij benoemd tot hoogleraar staathuishoudkunde in Groningen en Amsterdam. Van 1897 tot 1901 was hij minister van Justitie en nauw betrokken bij de totstandkoming van de kinderwetten, de Ongevallenwet, de Woningwet en de Leerplichtwet. Hij was minister-president van 1913 tot 1918. Zijn kabinet handhaafde de neutraliteit van Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog en bracht in 1917 een belangrijke grondwetswijziging tot stand (onder andere tot de invoering van het algemeen kiesrecht en de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs). Hij was lid van de Raad van State in de jaren 1902 - 1913 en 1918 - 1935, en vanaf 1915 minister van Staat.
-
de Lange van Wijngaardenstraat
Genoemd naar mr. Cornelis Johan de Lange, heer van Wijngaerden en Ruygbroek (1752 - 1820), een Goudse regent, patriot en geschiedschrijver. Hij behoorde tot één van de belangrijkste Goudse families, waarvan de leden regelmatig belangrijke bestuursfuncties bekleedden. Zelf was hij van 1778 tot 1787 lid van de vroedschap en van 1781 tot 1787 schepen van Gouda. In 1787 werd hij commandant van het Goudse Vrij-corps. Op 27 juni van dat jaar had hij deel in de aanhouding van prinses Wilhelmina, de gemalin van stadhouder Willem V, in de Vlist. Toen als reactie daarop de Pruisische koning Frederik Willem II, de broer van prinses Wilhelmina, met een legermacht van 20.000 man Holland binnenviel, vluchtten veel patriotten naar de Zuidelijke Nederlanden en Noord-Frankrijk. Zo ook De Lange van Wijngaerden, waarna zijn kapitale woning aan de Westhaven door de prinsgezinden werd geplunderd. Nadat de rust was weergekeerd, keerde hij terug naar Gouda. Hij was inmiddels uit het stadsbestuur gezet, maar tussen 1795 en 1810 maakte hij nog deel uit van diverse regeringscolleges van de Bataafse Republiek, het Bataafse Gemenebest en het Koninkrijk Holland. Zijn grootste hobby was geschiedenisonderzoek. Hij is de schrijver van de tweedelige 'Geschiedenis der heeren en beschrijving der stad van der Goude' uit 1813 en 1817 (een derde deel werd na zijn dood uitgegeven) en van het boekje 'De Goudsche glazen, alsmede de Goudsche schilders en glasschilderskunst' uit 1819. De Lange van Wijngaerden is begraven in de Coolskapel van de Sint-Janskerk, dezelfde kerk waarin hij was gedoopt, waar hij trouwde en waarvan hij eens kerkmeester was.