-
Justus van Effenpad
Genoemd naar Justus van Effen (1684 - 1735), een Nederlandse schrijver. Van Effen was in 1731 de oprichter van het weekblad 'Hollandsche Spectator'. Hierin schreef hij aanschouwelijke en moraliserende schetsen over de meest uiteenlopende onderwerpen van het Hollandse leven van zijn tijd. Hij bond de strijd aan met de schoonmaakwoede van de Nederlandse huisvrouw, de zucht naar titels, overdreven purisme, overmatig eten en drinken, chauvinisme en bekrompen provincialisme. Bekend is zijn novelle 'Kobus en Agnietje' die in 1731 in de Hollandsche Spectator verscheen.
-
Kees Faessens Rolwagensteeg Genoemd naar Cornelis (Kees) Faesz., die in 1622 woonde op het ‘Verbrande Erf’ van het voormalige Sint-Margarietenconvent. Rolwagens waren voertuigen met zware massieve houten wielen, bestemd voor vrachtvervoer en in de zestiende eeuw ook in Gouda in gebruik. Cornelis Faesz. vervoerde vrachten. In 1642 ontvangt hij van de rentmeester van de kerk 12 stuivers voor ‘drije wagens steen te rijden den Kees Faessen’. Tien jaar later wordt hij nog eens met 12 stuivers beloond: ‘Kees Faessen van twee wagenvrachten’.
-
Louise de Colignystraat
Genoemd naar Louise de Coligny (1555 - 1620), de vierde echtgenote van prins Willem I van Oranje en moeder van prins Frederik Hendrik. Zij was een dochter van de Franse protestantse admiraal Gaspard de Coligny, die - net als haar eerste echtgenoot Charles de Téligny, een protestantse diplomaat - tijdens de Bartholomeüsnacht of 'Parijse bloedbruiloft' in 1572 werd vermoord. In 1583 trouwde zij met prins Willem I in Antwerpen. Na de dood van prins Willem woonde zij afwisselend in de Nederlanden en in Frankrijk. Tijdens de godsdiensttwisten in het Twaalfjarig Bestand stond zij aan de zijde van de remonstranten. Nadat ze in 1619 tevergeefs bij haar stiefzoon prins Maurits trachtte de executie van Johan van Oldenbarnevelt te voorkomen, vertrok ze weer naar Frankrijk, waar ze tot haar dood verbleef.
-
Nieuwe Gouwe O.Z.
Genoemd naar het in 1898 - 1903 gegraven kanaal de Nieuwe Gouwe (in de volksmond ook bekend als de Nieuwe Vaart). Dit kanaal is een afsnijding van de bochten van de Kromme Gouwe, waardoor de scheepvaartroute richting Waddinxveen en Boskoop aanzienlijk is vergemakkelijkt en bekort. De noordelijke aftakking tussen de H.J. Nederhorststraat en de Keerkring heette tot 2009 Energieweg. Het dankte die naam aan de functie als toegangsweg tot (onder andere) het hoofdkantoor van het voormalige Energiebedrijf Midden-Holland (tegenwoordig het politiebureau Gouda Centrum/West).
-
Nieuwe Gouwe W.Z.
Genoemd naar zie Nieuwe Gouwe Oostzijde
-
Noothoven van Goorstraat
Genoemd naar Jacob Meinard (Ko) Noothoven van Goor (1847 - 1906), een Goudse boekdrukker en uitgever. Jacob Meinard was de zoon van Gerrit Benjamin van Goor, die zich in 1839 als boekdrukker en boekhandelaar vestigde aan de Kleiweg in Gouda. Samen met zijn oudere broer Dirk Lulius van Goor zette Jacob Meinard zich vanaf de zestiger jaren van de 19e eeuw in voor de door zijn vader opgerichte uitgeverij G.B. van Goor Zonen. De uitgeverij specialiseerde zich in kinderlectuur en allerlei woordenboeken. In 1906 werd de uitgeverij een naamloze vennootschap; in 1929 verhuisde zij naar Den Haag. J.M. Noothoven van Goor was ook lid van de gemeenteraad en wethouder in Gouda, lid van Provinciale Staten, voorzitter van de commissie van toezicht op het lager onderwijs en lid van de Kamer van Koophandel.
-
Olivier van Noorthof
Genoemd naar zie Olivier van Noortlaan.
-
Olivier van Noortlaan
Genoemd naar Olivier van Noort (1558 - 1627), een Nederlandse zeevaarder en ontdekkingsreiziger. Hij voer van 1598 tot 1601 als eerste Nederlander rond de wereld. De onderneming van Van Noort, ook wel de 'Magelhaensche Compagnie' genoemd, was om een route naar Indië te vinden via Zuid-Amerika. Hij slaagde in zijn opdracht, maar van de vier schepen die vertrokken, met in totaal 248 mannen aan boord, kwam maar één schip met 45 mannen terug. Van ongeveer 1620 tot 1626 was Van Noort garnizoenscommandant in Schoonhoven. Daar is hij begraven in de Grote of Bartholomeuskerk.
-
Onder de Boompjes
Genoemd naar de voormalige beplanting. Tot het begin van de jaren dertig van de 20e eeuw, toen de Vogelbuurt werd aangelegd, was alleen een deel van de oostzijde van deze weg, langs de Kromme Gouwe, bebouwd. Aan de westzijde van het bebouwde gedeelte liep een sloot waarvan de berm met knotwilgen was beplant. Het niet-bebouwde gedeelte van de weg was aan beide zijden beplant met knotwilgen.
-
Onder de Zebra
Genoemd naar de ligging van het terrein onder en naast de sporthal De Zebra. De sporthal dankt haar naam aan de (gedeeltelijk) zwart-witte buitengevel.
-
P.C. Bothstraat
Genoemd naar uit het raadsbesluit en het voorstel dat daartoe aan de raad is gedaan blijkt dat de straat is genoemd naar Pieter Cornelisz. Both, een 17e eeuwse Goudse dichter die omstreeks 1625 'Prins' (voorzitter) van de Goudse 'Camer van Rhetorica de Gouds-blom' zou zijn geweest. Later historisch onderzoek heeft uitgewezen dat er nooit een rederijker P.C. Both heeft bestaan die 'Prins' is geweest van 'De Goudsbloem'. Bovendien was de titel van de voorzitter niet 'Prins' maar 'Keizer'. Er was wel een 'Keizer' van 'De Goudsbloem' met de naam Goossen Cornelisz. Both. Het lijkt er op dat de Goudse raad zich in 1903 heeft vergist. Er is wel gesuggereerd dat de naamgeving een verhuld eerbetoon is aan de familie Both van de witlofkwekerij NiBo, vanuit de gedachte dat de straat zou zijn aangelegd op gronden van de kwekerij. Ook dit is een misverstand. Tuinder Nicolaas Both startte zijn witlofkwekerij pas na de Eerste Wereldoorlog, daartoe geïnspireerd door kwekers onder de Belgische vluchtelingen die tijdens de oorlog in Gouda verbleven.
-
P.C. Hooftstraat
Genoemd naar Pieter Cornelisz. Hooft (1581 - 1647), een Nederlandse historicus, dichter en prozaschrijver. Hooft was drost van Muiden, baljuw van Naarden en Gooiland en hoofd-baljuw en dijkgraaf van Weesp, Weesperkarspel en Hoog-Bijlmer. 's Zomers bewoonde hij het Muiderslot, waar hij een kring van geleerden en kunstenaars om zich heen verzamelde (de Muiderkring). De bekendste werken van Hooft zijn het blijspel 'Warenar' (over een man die geobsedeerd wordt door een pot met gouden munten), de historische treurspelen 'Geeraerdt van Velsen' (over de moord op Floris V) en 'Baeto' (over de rol van de Bataven bij de totstandkoming van Nederland) en 'Nederlandsche Historiën' (een werk in 26 delen, waarvan er 7 postuum zijn uitgegeven, over de periode van 1555 tot 1584). Hooft schreef ook veel liefdespoëzie, waaronder sonnetten.
-
Pad van Tuil
-
R.F. Burtonlaan
Genoemd naar sir Richard Francis Burton (1821 - 1890), een Britse ontdekkingsreiziger, vertaler, oriëntalist en consul. Door zijn grote talenkennis en zijn donkere uiterlijk kon Burton onopvallend reizen door het Midden-Oosten, India en Afrika. Zo was hij één van de eerste als moslim vermomde westerlingen die Mekka bezocht. Met de Engelse ont-dekkingsreiziger John Hanning Speke trok hij in 1857 vanuit Zanzibar de Oost-Afrikaanse binnenlanden in om de bronnen van de Nijl te vinden. Een jaar later bereikten zij het Tanganyikameer. Van Burton’s hand zijn ook vertalingen van de 'Duizend-en-één nacht' ('The Arabian Nights' in het Engels) en de Kamasutra.
-
Ridder van Catsweg
Genoemd naar ridder Nicolaas van Cats (Nyclaes van Caetse) (? – 1283), een Zeeuwse edelman, heer van Gouda en Schoonhoven. Nadat Floris V op tweejarige leeftijd zijn vader Willem II verloor en op vierjarige leeftijd zijn oom Floris de Voogd, trad zijn tante Aleid van Henegouwen op als voogdes, daarbij geholpen door Zuid-Hollandse en Zeeuwse edelen zoals Nicolaas van Cats. Van Cats, afkomstig van Noord-Beveland, werd daarmee één van de belangrijkste en meest invloedrijke raadslieden van Floris V, ook op diens latere leeftijd. Hij was ook een succesvolle legeraanvoerder voor Floris V, wat onder andere bleek in diens strijd tegen de bisschop van Utrecht. Het rebellerende Utrecht werd streng door hem bestraft. Nicolaas van Cats was de voogd van Sophia van der Goude. Na het overlijden van haar vader Dirk van der Goude verbleef zij aan het 'hof' van Van Cats en zij was voorbestemd om met één van zijn zonen te trouwen (zie Sophiastraat). Op 19 juli 1272 beleende Floris V de stadsvrijheid van Gouda aan Nicolaas van Cats, die daardoor de stadsheer van Gouda werd. Van Cats had behalve zijn Zeeuwse erfgoederen ook Lopik en Bonrepas in leen en werd in 1280 door Jan I, de bisschop van Utrecht, beleend met Schoonhoven. Nicolaas van Cats was de beschermheer van de dichter en schrijver Jacob van Maerlant. Hij was de opdrachtgever van diens 'Spiegel Historiael' en Van Maerlant schreef voor hem één van zijn meest bekende verzenboeken, 'Der Nature Bloeme'.
-
Roos van Dekemastraat
Genoemd naar de historische roman 'De roos van Dekama' van Jacob van Lennep (1802 - 1868), waarvan de eerste druk verscheen in 1836. Het verhaal speelt zich af in 1345 rond de expeditie van graaf Willem IV van Holland tegen de opstandige Friezen, die eindigt met de nederlaag van de Hollanders en de dood van de graaf bij Warns. Centraal staan de lotgevallen van twee ridders uit het gevolg van de graaf. De blonde, kalme Deodaat en zijn beste vriend Reinout, die donkerharig en driftig is, weten niet wie hun vader is. Zij dingen beiden naar de hand van de Friese Madzy, de dochter van Sjoerd Dekama.
-
Ruys de Beerenbroucklaan
Genoemd naar jonkheer mr. dr. Charles Joseph Marie Ruijs de Beerenbrouck (1873 - 1936), een Nederlandse politicus. Hij was advocaat, kantonrechter en ambtenaar van het Openbaar Ministerie in Maastricht. Daar was hij ook lid van de gemeenteraad en vanaf 1905 lid van de Tweede Kamer. In 1918 volgde hij zijn vader op als commissaris van de koningin in Limburg. Enkele maanden later werd hij de eerste rooms-katholieke minister-president van Nederland. Hij was driemaal premier: in 1918 - 1922, 1922 - 1925 en 1929 - 1933. In de jaren 1925 - 1929 en van 1933 tot zijn dood was hij voorzitter van de Tweede Kamer. Door zijn integer en evenwichtig karakter, zijn politieke manoeuvreerbaarheid en zijn vermogen om tegenstellingen te verzoenen, genoot hij veel vertrouwen. Hij wordt beschouwd als één van de voltooiers van de rooms-katholieke emancipatie.
-
Schielands Hoge Zeedijk
Genoemd naar de functie van de dijk, als waterkering van het Hoogheemraadschap Schieland (tegenwoordig het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard). Het is één van de belangrijkste dijken in Nederland, die zich uitstrekt vanaf de Schie bij Schiedam tot Gouda, en een gebied met 3 miljoen inwoners beschermt tegen overstromingen. De dijk, aangelegd in de 12e eeuw in opdracht van Aleid van Holland, is in 1574 op 16 plaatsen doorgestoken voor het Leidens ontzet. Op 1 februari 1953 heeft de dijk het tussen Capelle aan den IJssel en Nieuwerkerk aan den IJssel bijna begeven. Het gat in de dijk is toen gedicht door er een schip in te varen.
-
Slotemaker de Bruïnestraat
Genoemd naar dr. Jan Rudolph Slotemaker de Bruine (zelf schreef hij zijn naam als Slotemaker de Bruïne) (1869 - 1941), een Nederlandse theoloog en CHU-politicus. Hij was van 1894 tot 1916 predikant bij de Nederlands Hervormde Kerk in diverse plaatsen. Van 1916 tot 1926 was hij hoogleraar in Utrecht. In 1919 werd hij lid van Provinciale Staten van Utrecht; vanaf 1922 was hij lid van de Eerste en Tweede Kamer en minister. In verschillende kabinetten was hij minister van Arbeid (1926 - 1929), minister van Sociale Zaken (1933 - 1935) en minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (1935 - 1939). Hij stond niet bekend als een krachtig bewindspersoon maar was een opvallende verschijning door zijn lange baard.
-
Tak van Poortvlietstraat
Genoemd naar mr. dr. Johannes Pieter Roetert Tak van Poortvliet (1839 - 1904), een Nederlandse liberale politicus. Tak van Poortvliet begon zijn loopbaan als commies-griffier van de Tweede Kamer, om in 1870 zelf Kamerlid te worden. Vervolgens werd hij minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid (1877 - 1879) en minister van Binnenlandse Zaken (1891 - 1894). In de laatste functie stelde hij in 1892 voor dat iedere volwassen man die kon lezen en schrijven kiesgerechtigd zou zijn. Na verzet in het parlement werd de Tweede Kamer ontbonden. De daarop volgende verkiezingen stonden in het teken van zijn kiesrechtvoorstel, maar brachten hem geen zege. Van 1894 tot 1904 was hij nog lid van de Tweede en Eerste Kamer, maar zijn politieke rol was uitgespeeld.