-
F.W. Reitzstraat
Genoemd naar Francis William Reitz (1844 - 1934), rechter en van 1888 tot 1895 president van de Oranje-Vrijstaat. Hij trad af om gezondheidsredenen en vestigde zich, na in Europa gereisd te hebben, in Pretoria als advocaat. Hier werd hij in 1898 tot rechter in het Hooggerechtshof benoemd. Later in dat jaar werd hij (als opvolger van dr. W.J. Leyds) staatssecretaris van de Zuid-Afrikaansche Republiek (tot 1902). Na de Tweede Boerenoorlog weigerde hij de eed van trouw aan Groot-Brittannië af te leggen en vertrok naar Nederland waar zijn vrouw en kinderen verbleven. Na het toekennen van zelfbestuur aan Transvaal in 1907 keerde hij naar Zuid-Afrika terug. Van 1911 tot 1920 was hij voorzitter van de Senaat van de Zuid-Afrikaanse Unie. Reitz genoot ook grote bekendheid als volksdichter.
-
Graaf van Bloisstraat
Genoemd naar Jan II en Guy II van Châtillon, graven van Blois en heren van der Goude en Schoonhoven. De heerlijkheden Gouda en Schoonhoven waren door het huwelijk van Johanna van Beaumont, dochter van Jan van Beaumont, met Lodewijk van Châtillon, graaf van Blois, in het geslacht van Blois gekomen. Jan II van Blois (? - 1381) was de tweede zoon van Lodewijk van Châtillon en Johanna van Beaumont. In 1356 erfde hij door het testament van zijn grootvader, Jan van Beaumont, diens uitgestrekte bezittingen in Holland en Zeeland. In 1372 volgde hij zijn kinderloze oudere broer Lodewijk op als graaf van Blois en van Dunois. Hij was gehuwd met Machteld, dochter van Reinald II van Gelre, maar had geen kinderen. Jan verbleef gewoonlijk in Holland, waar hij in 1381 op zijn slot in Schoonhoven overleed. Guy II van Blois (ca. 1345 - 1397) was de jongste zoon van Lodewijk van Châtillon en Johanna van Beaumont. Guy volgde zijn kinderloze broer Jan II op na diens dood in 1381. Hij was gehuwd met Maria, dochter van Willem I van Namen, maar zijn enige zoon Lodewijk overleed in 1391. Daarop verkocht Guy zijn graafschappen Blois en Châteaudun aan Lodewijk I van Orléans. Toen Guy overleed zonder nakomelingen achter te laten, vervielen de heerlijkheden van Gouda en Schoonhoven weer aan de Grafelijkheid van Holland.
-
Groen van Prinsterersingel
Genoemd naar dr. Guillaume Groen van Prinsterer (1801 - 1876), een Nederlandse antirevolutionaire staatsman en historicus. Groen van Prinsterer werkte in de jaren 1827 - 1836 bij het Kabinet des Konings en bij het Koninklijk Huisarchief. In 1840 was hij lid van de Kamer van Grondwetsherziening en in de jaren 1849 - 1857 en 1862 - 1866 lid van de Tweede Kamer, waarin hij groot gezag verwierf. Groen van Prinsterer was de grondlegger van de protestants-christelijke politiek in Nederland en legde de fundamenten voor de Anti-Revolutionaire Partij, die na zijn dood werd opgericht. Tot zijn bekendste geschriften behoren 'Ongeloof en Revolutie', het 'Handboek der geschiedenis van het Vaderland' en 'Maurice et Barnevelt'.
-
H.J. Nederhorststraat
Genoemd naar Hendrik Jan Nederhorst (1847 - 1913), een Goudse aannemer en politicus. Op 1 januari 1872 nam Nederhorst het timmerbedrijf over van G.A. Oudijk. Het bedrijf ontwikkelde zich tot een allround aannemersbedrijf dat zich bezighield met utiliteitsbouw, weg- en waterbouw en funderingen. Nederhorst was ook politiek actief. Hij was lid van Provinciale Staten van Zuid-Holland en van de gemeenteraad van Gouda (in de jaren 1895 - 1899 en 1901 - 1913). Tussen 1901 en 1913 was hij ook wethouder. De straatnaam is mede gekozen, omdat aan deze straat het hoofdkantoor van de voormalige Verenigde Bedrijven Nederhorst was gelegen, waarin de N.V. tot Aanneming van Werken v.h. H.J. Nederhorst was opgegaan.
-
Hof van Adriaan
Genoemd naar de herkomst van deze naam is niet duidelijk. Het Adresboek van 1900 vermeldt een ‘Adriaanshofje’, een erfje gelegen aan de zuidoostelijke zijde van de Komijnsteeg, dat ongetwijfeld zijn naam dankt aan een huiseigenaar of een bewoner met die naam. Naar welke Adriaan het hofje werd genoemd is echter niet bekend. Er wordt ook gesuggereerd dat het is vernoemd naar Adriaen van Swieten, maar meer dan een vermoeden is dat niet. Het was geen ‘hofje van barmhartigheid’ (die hofjes werden kosteloos bewoond), want voor de bewoning van de huisjes aan het hofje ontving de eigenaar huur.
-
Hugo de Vrieslaan
Genoemd naar prof. dr. Hugo de Vries (1848 - 1935), een Nederlandse plantkundige en grondlegger van de moderne erfelijkheidsleer. Hij was van 1878 tot 1918 hoogleraar in de plantkunde aan de Universiteit van Amsterdam en één van de herontdekkers van de erfelijkheidswetten van Mendel. Uit zijn experimenten met het kweken en kruisen van planten concludeerde hij dat het erfelijk materiaal van een plant is opgebouwd uit bepaalde eenheden, later 'genen' genoemd. Zijn vele onderzoeken aan de Grote teunisbloem leidden tot de opstelling van de mutatietheorie. In 1891 was De Vries één van de oprichters van de Nederlandsche Phytopathologische Vereeniging (tegenwoordig de Koninklijke Nederlandse Plantenziektekundige Vereniging). Vanaf 1896 was hij directeur van de Hortus Botanicus in Amsterdam, die onder zijn leiding sterk werd uitgebreid.
-
J.P. Heyestraat
Genoemd naar dr. Jan Pieter Heije (1809 - 1876), een Nederlandse medicus en volksdichter. Als arts in Amsterdam werkte Heije mee bij de bestrijding van een cholera-epidemie en was medeoprichter van het Amsterdamse Prinsengrachtziekenhuis. Hij was lid van het hoofdbestuur van de Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst, de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen en de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst. Hij is vooral bekend geworden als de dichter van bekende liedjes als 'Heb je wel gehoord van de zilveren vloot?', 'Zie, de maan schijnt door de boomen', 'In een blauw geruite kiel', 'In het groene dal, in het stille dal' en 'Een karretje op een zandweg reed'.
-
Jac.P. Thijsselaan
Genoemd naar Jacobus Pieter Thijsse (1865 - 1945), een Nederlandse onderwijzer, natuurbeschermer en schrijver van boeken over flora en fauna. Hij werd vooral bekend vanwege zijn natuureducatie en zijn activiteiten voor natuurbescherming. In de periode tussen 1890 en 1945 schreef Thijsse ongeveer 45 boeken (waaronder 'De geïllustreerde flora van Nederland' en 'Het Vogeljaar') en ongeveer 2000 artikelen. Hij verzorgde ook de teksten voor albums van de koekjesfabrikant Verkade, een serie albums die begon met delen over de lente, zomer, herfst en winter. In 1905 was Thijsse één van de oprichters van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten. In 1922 kreeg hij een eredoctoraat in de biologie.
-
Jacobina van Dantzig-Mellesweg
-
Jakob van Necklaan
Genoemd naar Jacob Cornelisz van Neck (1564 - 1638), een Nederlandse zeevaarder. Van Neck was de leider van de tweede Nederlandse expeditie naar Oost-Indië (1598 - 1600) waarbij hij de mensen op Java en elders wist te overtuigen dat hij niet uit was op buit, maar op handel. Het resultaat was dat hij met een rijke lading terugkwam (met onder andere 600.000 pond peper, 250.000 pond kruidnagelen, 20.000 pond muskaatnoten en 200 pond foelie). Direct in 1600 vertrok Van Neck als leider van de derde Nederlandse expeditie naar Oost-Indië (1600 - 1603), waarbij behalve Mauritius en Indië ook China werd bezocht. In de periode 1622 - 1626 was hij vier keer burgemeester van Amsterdam.
-
Jan den Boerplein
Genoemd naar Jan Cornelis den Boer (1889 - 1944), promotor van de Goudse zwemsport. 'Jan C.' was gedurende een lange reeks van jaren als aanvoerder van het eerste waterpolo-zevental en als bestuurslid een vooraanstaande figuur in de Goudse Zwemclub. Vanaf 1923 was hij zes keer lid van het Nederlandse zevental en vier maal Neder-lands kampioen popduiken. Hij genoot ook internationaal een goede reputatie als waterpolospeler en organisator. In 1924 was hij lid van het Nederlandse zevental tijdens de Olympische Spelen in Parijs en in 1928 had hij de leiding van het Olympische zwemstadion in Amsterdam. In 1935 was hij een stuwende kracht bij de pogingen tot oprichting van een overdekt zwembad in Gouda, het Spaardersbad aan de van Itersonlaan, dat op 17 januari 1939 in gebruik is genomen. Daarnaast was Den Boer vele jaren adjunct-opperbrandmeester en vervulde hij ook in vele andere organisaties een bestuursfunctie. In het dagelijks leven had hij een zaak in zuivelproducten en andere levensmiddelen in de Korte Groenendaal; later was hij directeur van de 'Coöperatieve Zuid-Hollandse Eierveiling' in Gouda.
-
Jan van Beaumontstraat
Genoemd naar Jan van Henegouwen, heer van Noordwijk, Beaumont, Gouda en Schoonhoven (ca. 1288 - 1356). Jan van Beaumont was een jongere broer van graaf Willem III van Holland en één van de aanzienlijkste ridders van zijn tijd. Jan verving zijn vaak afwezige broer in het bestuur van Holland. In 1326 leidde hij een expeditie naar Engeland, waarbij koning Eduard II is verdreven en vervangen door koning Eduard III. In 1340 was hij gedurende een korte tijd regent van Holland en Zeeland voor zijn neef graaf Willem IV. In 1345 leidde hij samen met graaf Willem IV een expeditie naar Friesland, waarbij Willem IV sneuvelde bij Warns en Jan van Beaumont ternauwernood aan de Friezen kon ontkomen. Na enkele omzwervingen in Frankrijk vertoefde Jan aan het hof van Margaretha van Bourgondië. In 1308 werd Jan van Beaumont beleend met het 'goed van der Goude zoals de heren van der Goude dat voor hem hadden bezeten'. Zijn bewind over Gouda duurde bijna een halve eeuw. Jan had alleen een dochter, Johanna, die was getrouwd met de Franse graaf Lodewijk de Châtillon, heer van Blois. Omdat zijn dochter en schoonzoon al vóór Jan van Beaumont waren overleden, wees hij bij testament zijn kleinzoon Jan van Blois aan als zijn erfgenaam.
-
Jan van Renesseplein
Genoemd naar Jan III van Renesse (1249 - 1304), een Zeeuwse edelman. Hij was de echtgenoot van Sophia van der Goude, erfdochter en stadsvrouwe van Gouda. Van Renesse was een groot veldheer en legeraanvoerder van graaf Floris V. Wegens vermeende medeplichtigheid aan de moord op Floris V en een samenzwering tegen diens zoon Jan I viel hij in ongenade en werden zijn goederen (en die van het geslacht van der Goude) verbeurd verklaard. Daarop sloot hij zich aan bij Vlaanderen. Hij was aanvoerder van de Vlaamse reservetroepen tijdens de Guldensporenslag bij Kortrijk in 1302. Hij streed te paard en liet de achterhoede op het juiste moment bijspringen in het centrum van de Vlaamse linies waarmee hij de Franse ridders de beslissende nederlaag toebracht. Een jaar later speelde hij een belangrijke rol in de Slag bij Arke (Arques), ook weer tussen Vlaamse en Franse troepen. In 1304 leidde hij een Vlaams offensief in Holland en Zeeland, en drong door tot in Utrecht. Zijn troepen leden echter een nederlaag in de Slag bij Zierikzee. Op de vlucht voor zijn achtervolgers, na de vruchteloze verdediging van Schoonhoven tegen de Hollanders, verdronk Van Renesse bij het oversteken van de Lek bij Beusichem.
-
Jan van Riebeecklaan
Genoemd naar Jan Anthoniszoon van Riebeeck (1619 - 1677), stichter van de Kaapkolonie. Van Riebeeck, een gewezen chirurgijn, bezette vanaf 1639 een aantal posten bij de Ver-eenigde Oostindische Compagnie (in Batavia, Japan en Vietnam), maar werd ontslagen wegens het drijven van handel voor eigen rekening. In 1651 werd hij met drie schepen uitgezonden om een verversingsstation in te richten bij Kaap de Goede Hoop. Hij landde er in 1652 en stichtte Fort Duijnhoop, de eerste Nederlandse nederzetting aan de Kaap. Van Riebeeck en zijn kolonisten legden moestuinen aan en bouwden een hospitaal voor de bemanning van de VOC-schepen die de kolonie aandeden. Van Riebeeck bleef leider van de kolonie tot 1662. Daarna was hij tot 1665 gouverneur van Malakka.
-
Jeu de boulespad
Genoemd naar de ligging van het pad naast het clubhuis en het buitenterrein van de 'Jeu de Boules vereniging Gouda'. Het spel heet eigenlijk pétanque en is ontstaan rond 1910. Het is de bedoeling om metalen ballen zo dicht mogelijk bij een klein houten balletje te werpen of te rollen. Het spel kan op elke ondergrond worden gespeeld, maar vaak wordt gekozen voor een ondergrond van zand of (grof) grind. In Frankrijk beleeft de sport zijn grootste populariteit. Pétanque kan zowel individueel als in teamverband worden gespeeld, waarbij een team kan bestaan uit twee of drie spelers.
-
Johan de Wittlaan
Genoemd naar Johan de Witt (1625 - 1672), raadpensionaris van Holland van 1653 tot 1672 en de belangrijkste Nederlandse staatsman van zijn tijd. Als leider van de Staatsgezinde partij was hij tegenstander van de prins van Oranje en steunde hij in 1667 het Eeuwig Edict, tot afschaffing van het stadhouderschap. In de Europese politiek streefde de Witt naar vrede met Frankrijk en Engeland. Hij stelde de staatsfinanciën op orde en creëerde een sterke vloot. Het Staatse (land-)leger werd echter verwaarloosd. Dat wreekte zich in 1672, toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd aangevallen door Frankrijk, Engeland en de bisdommen Münster en Keulen. Vanwege de benoeming van prins Willem III tot stadhouder van Holland legde De Witt zijn functie als raadpensionaris neer. Korte tijd daarna is hij, met zijn broer Cornelis, in Den Haag door een volksmenigte vermoord. Johan de Witt was naast staatsman ook een begenadigd wiskundige; hij wordt beschouwd als de grondlegger van de verzekeringswiskunde.
-
Johan den Haenstraat
Genoemd naar Johan de(n) Haen (1630 - 1676), een 17e eeuwse Nederlandse vice-admiraal. In 1658 werd de in Gouda geboren en woonachtige Den Haen als luitenant vermeld. Zijn benoeming tot buitengewoon kapitein volgde in 1659. In die functie voerde hij het bevel over de 'Haarlem' bij de tocht van Michiel Adriaensz. de Ruyter naar de Sont in datzelfde jaar. Zijn latere bekendheid heeft hij vooral te danken aan zijn onverschrokken optreden tijdens de vele zeeoorlogen die tussen 1665 en 1676 plaatsvonden. In 1670 werd Den Haen bevorderd tot schout-bij-nacht. In 1675 was hij vice-admiraal van de vloot die onder bevel van De Ruyter naar de Middellandse Zee voer om de Spanjaarden te steunen in hun strijd tegen de Fransen. Nadat de Ruyter was gesneuveld in de slag bij de Etna nam Den Haen het bevel op zich en liet hij de admiraalsvlag van zijn schip 'Gouda' waaien. Den Haen sneuvelde zelf korte tijd later bij de slag bij Palermo. Den Haen werd begraven in de Sint-Janskerk. De Admiraliteit van Amsterdam wilde voor de gesneuvelde Den Haen een praalgraf oprichten maar de Staten-Generaal verhinderden dat. De oorzaak hiervan was ongetwijfeld de afloop van de strijd bij Palermo, maar meer nog het moeilijke karakter van Den Haen, dat aan zijn nagedachtenis geen goed heeft gedaan.
-
Joost de Hondtlaan
Genoemd naar Joost de Hondt (Jodocus Hondius) (1563 - 1612), een Vlaamse cartograaf, wiskundige en uitgever van zeeatlassen. De Hondt was aanvankelijk graveur, kalligraaf en stempelsnijder. In 1584 vluchtte hij naar Londen om aan de Spaanse Inquisitie te ontsnappen. In 1593 verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij een bloeiende uitgeverij opzette die naast vele boeken ook globes, atlassen en landkaarten uitgaf. Hij kocht onder andere de koperplaten uit de nalatenschap van Mercator en breidde de Mercator-atlas uit met zo'n 40 kaarten. De Hondt werkte met toonaangevende graveurs, illustratoren en cartografen van zijn tijd. Na zijn dood wisten zijn vrouw en zoons ondanks de concurrentie van de familie Blaeu, het bedrijf nog lange tijd succesvol voort te zetten.
-
Joris van Spilbergenlaan
Genoemd naar Joris van Spilbergen (1568 - 1620), een Nederlandse zeevaarder en ontdekkingsreiziger. Hij voer in 1598 in dienst van Balthazar de Moucheron naar Afrika, op zoek naar een verversingsplaats voor schepen. In 1601 voer hij met drie schepen opnieuw in dienst van De Moucheron naar Indië en landde als eerste Nederlander op Ceylon, waarna hij doorvoer naar Atjeh. Tussen 1614 en 1617 reisde Van Spilbergen in dienst van de Vereenigde Oostindische Compagnie met een vloot van zes schepen rond de wereld. Tijdens deze reis bezocht hij onder andere Brazilië, Chili, Mexico, de Filipijnen en de Molukken; hij voer door de Straat van Magallanes en om Kaap de Goede Hoop. In financiële moeilijkheden geraakt, trok Van Spilbergen zich terug in Bergen op Zoom, waar hij zijn tijd besteedde aan het schrijven van zijn reisverslag.
-
Juliana van Stolbergstraat
Genoemd naar Juliana van Stolberg (1506 - 1580), moeder van prins Willem I van Oranje en Jan van Nassau, en daarmee stammoeder van het Huis van Oranje. Zij was gehuwd met Willem (de Rijke) van Nassau; voor beiden was dit hun tweede huwelijk. Uit Juliana's huwelijk met Willem zijn twaalf kinderen geboren waaronder, behalve prins Willem: Jan, Lodewijk, Adolf en Hendrik. Jan was enige tijd stadhouder van Gelderland; hij is de stamvader van ons koninklijk huis. Lodewijk, Adolf en Hendrik sneuvelden in de strijd tegen Filips II. Juliana was al vroeg een aanhangster van het protestantisme: eerst van de Lutherse, later van de Calvinistische leer. Toen rond 1566 de opstand in de Nederlanden uitbrak, besloot zij onmiddellijk haar strijdende zonen met raad en daad, ook financieel, bij te staan.