-
Roompolderstraat
Genoemd naar de Room- of Meerburger Polder in Zoeterwoude. De polder is gesticht in 1632. De polder is genoemd naar Roomburg, de plaats van een voormalige Romeinse leger-vesting, later van een nonnenklooster. Tussen 1684 en 1972 is de polder bemalen door de Meerburgermolen. Door de verstedelijking is de oude polder nauwelijks meer te herkennen: hij wordt doorsneden door de spoorlijn Woerden - Leiden en de snelweg A4, in Leiden zijn de wijken Meerburg en Roomburg gebouwd en in Zoeterwoude wordt de strook tussen de Meerburgerwetering en de snelweg volgebouwd.
-
Rosarium
-
Rossinistraat
Genoemd naar Gioacchino Antonio Rossini (1792 - 1868), een Italiaanse componist. Rossini was in de wieg gelegd voor een muzikale loopbaan: zijn vader was trompettist en zijn moeder operazangeres. In een periode van amper twintig jaren (1810 - 1829) componeerde hij 39 opera's. Daarna componeerde hij nauwelijks en doodde hij zijn tijd met financiële speculaties, mondaine salonbezoeken, koken (Rossini is één van de grootste meester-koks in de geschiedenis) en hield hij zich bezig met ingebeeld of echt ziek zijn. Het fortuin dat hem daartoe in staat stelde dankte hij aan twee huwelijken met gewezen maîtressen van vermogende edellieden. Tot zijn bekendste werken behoren 'De barbier van Sevilla' en 'Guillaume Tell'. De bijgelovige Rossini werd geboren in een schrikkeljaar op 29 februari en stierf op een vrijdag de dertiende.
-
Rotterdamseweg
Genoemd naar de richting waarin deze weg loopt: van Gouda naar Rotterdam.
-
Rottumerplaat
-
Rozemarijnpoort
Genoemd naar de handel in kruiden en specerijen, waarvan Gouda in de middeleeuwen een stapelplaats was. Rozemarijn (wetenschappelijke naam: Rosmarinus officinalis) is een houtachtige en aromatische plant uit de lipbloemenfamilie, oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Europa en Klein-Azië. Rozemarijn heeft een scherpe smaak en is vooral geschikt om vlees-soorten met een sterke smaak te begeleiden, zoals wild en rood vlees. Het kan ook worden gebruikt in slaatjes en sauzen.
-
Rugbypad
Genoemd naar de ligging van het pad naast het speelveld van de rugbyvereniging 'RFC Gouda'. Rugby is een balspel waarbij de spelers met een ovaalvormige bal kunnen scoren door de bal bij de tegenpartij in het zogenaamde ingoalgebied op de grond te drukken of door de bal over de lat tussen twee doelpalen door te schieten. De spelers mogen de bal niet naar voren gooien; terrein kan alleen worden gewonnen door met de bal te lopen of deze vooruit te trappen.
-
Ruigenburg
Genoemd naar Ruygenburch, vermoedelijk de naam van een sterkte in de westhoek van Nieuwkoop, midden in het veen gelegen en waarschijnlijk daterend van ca. 1000 - 1100. Bij de vervening is elk spoor ervan verdwenen. De naam komt nog voor op een kaart van Holland uit 1575 (getekend door Joost Jansz Beeldsnijder) en een kaart van Rijnland uit 1615 (getekend door Floris Balthazar van Berckenrode).
-
Runmolenerf
Genoemd naar runmolen, een industriemolen die eikenschors vermaalt tot run. Run werd gebruikt voor het looien van leer. In het begin van de 17e eeuw is een runmolen aan Onder de Boompjes gebouwd. In deze molen werd ook oliezaad gemalen. Na een brand in 1859 is de molen vervangen door een stoommachine.
-
Rutgersstraat
Genoemd naar prof. mr. dr. Victor Henri Rutgers (1877 - 1945), een Nederlandse jurist, politicus en verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Rutgers was van 1902 tot 1925 achtereenvolgens advocaat in Amsterdam en Hilversum, lid van de gemeenteraad van Hilversum, lid van Provinciale Staten van Noord-Holland, lid van de Tweede Kamer voor de Anti-Revolutionaire Partij, burgemeester van Boskoop en lid van Provinciale en Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. Van 1925 tot 1926 was hij minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Daarna werd hij hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is hij vanwege zijn politieke verzet driemaal gevangen gezet. Na een mislukte overtocht naar Engeland werd hij tot een aantal jaren tuchthuisstraf veroordeeld. Hij overleed in de gevangenis van Bochum (Duitsland). In 1946 werd aan Rutgers postuum het Verzetskruis 1940-1945 toegekend.
-
Sacharovstraat
Genoemd naar dr. Andrej Dmitrievitsj Sacharov (1921 - 1989), een Russische atoomgeleerde en dissident. Sacharov geldt als de uitvinder van de Russische waterstofbom. Later vestigde hij de aandacht op de gevaren van de nucleaire wapenwedloop, waardoor hij in de Sovjet-Unie werd beschouwd als een dissident met subversieve ideeën. In 1970 richtte hij een Comité ter verdediging van de mensenrechten en de rechten van politieke gevangenen op. Voor zijn inspanningen voor mensenrechten en hervormingen in de Sovjet-Unie ontving hij in 1975 de Nobelprijs voor de Vrede. Nadat hij zich keerde tegen de Sovjetinvasie in Afghanistan in 1979, werd hij van 1980 tot 1986 verbannen naar Gorki (tegenwoordig Nizjni Novgorod). In maart 1989 is hij verkozen tot lid van het parlement, maar in december van dat jaar overleed hij als gevolg van een hartaanval.
-
Saffraanpoort
Genoemd naar de handel in kruiden en specerijen, waarvan Gouda in de middeleeuwen een stapelplaats was. Saffraan is een specerij die gewonnen wordt uit de saffraankrokus (wetenschappe-lijke naam: Crocus sativus), een knolgewas dat behoort tot de familie van de lissen. De oranjerode stampers van deze violetbloeiende plant leveren de saffraan, die zowel kleur- als smaakstof is en bovendien een geneeskrachtige (pijnstillende) werking heeft. Saffraan is heel kostbaar: elke bloem bevat maar 3 meeldraden en voor 5 gram saffraan zijn ongeveer 600 tot 700 bloemen nodig, die met de hand geplukt en verder verwerkt moeten worden.
-
Satiehof
Genoemd naar Erik Alfred Leslie Satie (1866 - 1925), een Franse componist en pianist. Satie schreef muziek voor theater en ballet, en componeerde daarnaast veel pianomuziek. Zijn composities worden getypeerd als origineel, humoristisch, vaak bizar en minimalistisch. Zijn muziek wordt wel eens meubelmuziek genoemd, omdat Satie haar nadrukkelijk verbond met thema's uit het dagelijkse leven. Satie was een maatschappelijk buitenstaander en werd gezien als een kolderieke zonderling en provocateur. Als pianist trad hij voornamelijk op voor café- en variétépubliek.
-
Savelberghof
Genoemd naar mgr. Peter Joseph Savelberg (1827 - 1907), een Nederlandse priester. Savelberg was eerst rector van het zustersklooster Nonnenwerth bij Bonn. In 1863 werd hij kapelaan in Schaesberg en twee jaar later in Heerlen. Wantoestanden in de zorg voor wezen en bejaarden zetten hem aan een opvanghuis te beginnen. Daarvoor stichtte hij in 1872 de 'Congregatie van de Kleine Zusters van de Heilige Joseph', in 1878 gevolgd door de 'Broeders van de Heilige Joseph'. Later volgden er stichtingen voor kinderen en bejaarden in diverse plaatsen in Limburg en België, de oprichting van het St. Jozefziekenhuis in Heerlen en een doorgangshuis voor ongehuwde moeders in Den Haag. Bij zijn 50-jarig priesterfeest werd hij door paus Pius X tot erekamerheer verheven en mocht hij de titel 'monseigneur' voeren.
-
Scarlattistraat
Genoemd naar Giuseppe Domenico Scarlatti (1685 - 1757), een Italiaanse componist, klavecinist en organist. Hij is de zoon van Alessandro Scarlatti (1660 - 1725), een Italiaanse componist van Barokmuziek. Giuseppe Domenico Scarlatti werd in 1701 organist en componist aan de koninklijke kapel in Napels. Zijn muzikale loopbaan bracht hem vervolgens naar Florence, Venetië, Rome en Lissabon, waar hij kapelmeester en leraar van de kroonprinses was. Toen zij in 1728 de Spaanse kroonprins huwde, volgde Scarlatti haar naar Madrid. Hij heeft een groot aantal opera’s, symfonieën en enkele cantates geschreven. Hij is vooral bekend door zijn ruim 500 sonates voor klavecimbel en klavier.
-
Schaftstraat
Genoemd naar Jannetje Johanna (Hannie) Schaft (1920 - 1945), een Nederlandse verzetsstrijdster in de Tweede Wereldoorlog. Schaft studeerde rechten in Amsterdam toen de oorlog uitbrak. Zij sloot zich aan bij de Raad van Verzet in Haarlem, waar ze koeriersdiensten verrichtte en hielp bij het onderbrengen van Joodse onderduikers en de verspreiding van gestolen distributiekaarten. Ze was één van de weinige vrouwen in het verzet die NSB'ers, provocateurs en collaborateurs doodschoten. Op 21 maart 1945 werd zij toevallig gearresteerd tijdens een controle op straat, toen zij illegale kranten bij zich had. Na haar arrestatie werd zij geïdentificeerd als 'het meisje met het rode haar' dat bij zoveel aanslagen en sabotageacties was betrokken. Op 17 april 1945 is zij in Bloemendaal gefusilleerd. Postuum zijn haar het Wilhelminaverzetskruis en de Amerikaanse Medal of Freedom toegekend.
-
Scharroosingel
Genoemd naar Pieter Wilhelmus Scharroo (1883 - 1963), een Nederlandse sportbestuurder. Scharroo was van 1904 tot 1940 werkzaam als kolonel bij de genie en enige jaren als leraar waterbouwkunde aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. In mei 1940 leidde hij de verdediging van Rotterdam. Na het Duitse bombardement op de stad gaf hij zich over. Scharroo vervulde diverse functies op sportgebied. Zo was hij voorzitter van de Nederlandsche Athletiek Unie, lid van het Nederlandsch Olympisch Comité en lid van het Internationaal Olympisch Comité. Hij was vice-voorzitter van het 'Comité 1928' dat de Olympische Spelen in Amsterdam organiseerde en werkte mee aan de totstandkoming van het Olympisch Stadion.
-
Scheltemastraat
Genoemd naar ds. Jacobus Nicolaas Scheltema (1821 - 1895), een predikant en gemeentearchivaris in Gouda. Scheltema werd in 1845 benoemd tot predikant in Zwammerdam. In 1854 werd hij naar Gouda beroepen, als predikant van de Remonstrants-Gereformeerde gemeente. In Gouda was hij actief op het terrein van de armenzorg, onderwijs en diverse maatschappelijke aangelegenheden. In 1872 was hij de initiatiefnemer van de viering van het 600-jarig bestaan van de stad en hij was één van de medeoprichters van een geschied- en oudheidkundig museum in Gouda, dat in 1874 werd geopend. Samen met dr. C.A. Tebbenhoff, geschiedenisleraar aan de Rijks Hogere Burgerschool, ordende hij het oud-archief van de gemeente Gouda tot 1812, en stelde daarvan een inventaris samen. In 1875 was Scheltema tot stads-librijemeester benoemd, in 1877 werd hij benoemd tot gemeentearchivaris. Hij bewerkte het derde deel van de 'Geschiedenis en beschrijving der stad van der Goude' van mr. C.J. de Lange van Wijngaerden en bepleitte de oprichting van het Houtman-monument. In 1879 verhuisde hij naar zijn geboorteplaats Amsterdam, waar hij zich tot zijn overlijden met historische en letterkundige werkzaamheden bezig hield.
-
Schermerhornpad
Genoemd naar prof. dr. ir. Willem Schermerhorn (1894 - 1977), een Nederlandse hoogleraar en politicus. Schermerhorn was aanvankelijk assistent en vanaf 1926 hoogleraar in het landmeten, waterpassen en de geodesie. Hij werd beroemd door zijn werk op het terrein van luchtkartering. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij een verbindende figuur in de Nederlandse illegaliteit. Na de bevrijding werd hij minister-president van het kabinet-Schermerhorn/Drees, van 1945 tot 1946. Dit 'noodkabinet' moest orde op zaken stellen na de Duitse bezetting, het economisch herstel ter hand nemen en verkiezingen voorbereiden. In 1946 en 1947 was hij voorzitter van de Commissie-Generaal voor Nederlandsch-Indië, een driemanschap dat namens de Nederlandse regering onderhandelde met de Indonesische Republikeinen. Daarna keerde hij terug naar de wetenschap. Voor de Partij van de Arbeid was hij van 1948 tot 1951 lid van de Tweede Kamer en van 1951 tot 1965 lid van de Eerste Kamer.
-
Scheygrondplantsoen
Genoemd naar de heer Dr. Arie Scheygrond, geboren te Gouda op 9 februari 1905 en overleden te Gouda op 17 februari 1996. Hij ligt begraven op de begraafplaats IJsselhof te Gouda. Hij was bioloog, docent en historicus. Hij behaalde aan de rijksuniversiteit Utrecht in 1929 zijn doctoraal en promoveerde in 1931. Hij werd in 1934 docent aan het Coornhert Gymnasium en later aan de Rijks HBS. Hij was o.a. redacteur van de Winkler Prins en schreef artikelen voor het NRC, de Goudsche Courant en het blad "Panda" van het WNF-Nederland. Ook schreef hij diverse boeken over biologie voor het onderwijs en was hij de schrijver en samensteller van de twee boeken "De Goudsche straatnamen" uit 1979 en "De namen de Goudse straten" uit 1981 die handelen over beschrijvingen van hedendaagse en historische straatnamen in Gouda. Voor de tweede wereldoorlog heeft hij zich ingezet voor het behoud van het unieke natuurgebied van de Reeuwijkse en Sluipwijkse Plassen en de eendenkooi in Berkenwoude. Hij was oprichter en erelid van de Vereniging van Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming en als bestuurslid verbonden aan de diergaarde Blijdorp te Rotterdam en bestuurslid van de stichting Het Zuid-Hollands Landschap. Hij publiceerde diverse artikelen over de Goudse historie en het Goudse historische erfgoed. Hij was tegenstander van het dempen van de diverse grachten in het oude centrum, vanwege de aantasting van de zo kenmerkende grachtenstructuur van de Goudse binnenstad. Hij werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau, was ereburger van de stad Gouda en erelid van diverse verenigingen en organisaties, waaronder de oudheidkundige kring "Die Goude". Hij heeft lange tijd zitting gehad in de adviescommissie voor naamgeving openbare ruimte. (De straatnaamcommissie heeft contact gehad met de dochter van dhr Scheygrond. Zij heeft haar toestemming voor vernoeming gegeven en was vereerd met het voorstel. In tegenstelling tot de schrijfwijze in de Basisregistratie Personen, zijnde Scheijgrond, geeft zij er de voorkeur aan, conform de wens van haar vader, om de naam te schrijven als Scheygrond.)