Straten Gouda

Collectie

Objecten

Geavanceerd zoeken
  • Rentmeesterslag
    Genoemd naar rentmeester, iemand die voor de eigenaar een goed beheert en de administratie voert. Oorspronkelijk was een rentmeester een ontvanger van pachtrenten. In het feodale stelsel werd een bezit, zoals een heerlijkheid, beheerd door een rentmeester als de heer langdurig afwezig was, bijvoorbeeld omdat deze verbleef op een ander van zijn bezittingen of in dienst was van zijn leenheer. In dit verband gebruikte men ook wel de term kastelein, een woord dat geleidelijk aan de betekenis van 'herbergier' heeft verkregen. Ook tegenwoordig wordt een landgoed wel door een rentmeester beheerd. In enkele grote waterschappen is de rentmeester nog steeds de ambtenaar die het beheer over de financiën voert; soms is hij tevens hoofd van de secretarie en heet dan secretarisrentmeester.
  • Rhododendronsingel
    Genoemd naar rododendron (wetenschappelijke naam: Rhododendron), een geslacht van bloeiende planten uit de heidefamilie. Het belangrijkste verspreidingsgebied ligt in en rond de Himalaya, maar er komen ook inheemse soorten voor van Noord-Amerika tot Noord-Australië. In Europa komt slechts een beperkt aantal soorten van nature voor. Rododendrons zijn geliefd als sierplanten in tuinen en plantsoenen. Rododendron is een omvangrijk geslacht: afhankelijk van de indelingscriteria is het onder te verdelen in 600 tot 1000 soorten. Alleen al voor gebruik als sierplant zijn in de handel ongeveer 25.000 rassen en kruisingen verkrijgbaar.
  • Ribeslaan
    Genoemd naar ribes (wetenschappelijke naam: Ribes), een plantengeslacht uit de steenbreekfamilie. Het geslacht omvat ongeveer 150 soorten, die voorkomen in de gematigde streken van het noordelijk halfrond (Midden-Europa, Noord-Azië en Noord-Amerika) en in de Andes. In Nederland zijn de kruisbes, de zwarte bes en de aalbes mogelijk oorspronkelijk inheems. Andere soorten zoals de gele, de witte en de rode ribes zijn kweekproducten of kruisingen met verwante soorten, die als sierheester zijn ingevoerd.
  • Richel
  • Ridderpad
    Genoemd naar Albrecht, hertog van Beieren en graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen (1336 - 1404), van wie de straatnaamgevers veronderstelden dat hij (ook) ridder was. Zie Albrechtsveld. Het Ridderpad is een voormalige kerkweg, het pad naar de parochiekerk en het kerkhof die op enige afstand van de Bloemendaalseweg hebben gelegen als onderdeel van een kleine nederzetting. Die kerk was in de 12e tot de 14e eeuw belangrijker dan de Sint-Janskerk in het centrum van Gouda.
  • Rietvinkpolderstraat
    Genoemd naar de Rietvinkpolder in de huidige gemeente Leidschendam-Voorburg. De polder ligt in de kern Leidschendam, ten westen van de Vliet. De naam 'Rietvinckse Polder' komt in een vergunning van 1735 voor het eerst voor. De molen van de polder is omstreeks 1906 vervangen door een elektrisch gemaal.
  • Rietzoom
    Genoemd naar de oorspronkelijke gesteldheid van dit woongebied. Aan de noordwestzijde ligt nog een restant van het oorspronkelijke veenweidegebied, dat nu in gebruik is als paardenwei.
  • Rijnenburg
    Genoemd naar Rijnenburg, een buitenplaats aan de Oude Rijn bij de Haagsche Schouw in de gemeente Voorschoten. Ook in Hazerswoude was een gebouw met deze naam, eind 14e eeuw een soort kasteel, in de 17e eeuw een herenhuis.
  • Rijnlust
    Genoemd naar Rijnlust, de naam van een boerderij ten zuiden van de Oude Rijn bij Harmelen (gemeente Woerden). De boerderij dateert van 1877/1878 en is gebouwd op de plaats van een oudere voorganger, in opdracht van Harmen van Rossum, landbouwer uit Vleuten, voor zijn dochter.
  • Rijsselseweg
    Genoemd naar de Hanzestad Rijssel (in het Frans: Lille). Rijssel is in de 11e eeuw gesticht door Boudewijn V, graaf van Vlaanderen. Door de ligging op een kruispunt van wegen en waterlopen ontwikkelde de stad zich tot een belangrijk economisch centrum. Rijssel maakte deel uit van de 13e eeuwse 'Vlaamse Hanze van Londen', die handelde op Engeland en Schotland en het monopolie voor de invoer van Engelse wol bezat. Tegen het einde van de 13e eeuw liep de handel in Vlaanderen terug. Toen bovendien de Engelse koning in 1294 besloot dat de wol nog maar naar één haven op het vasteland vervoerd mocht worden (Dordrecht), raakte deze Hanze in verval.
  • Ringvaartrotonde
    Genoemd naar de ligging van de rotonde bij de Ringvaart om de Zuidplaspolder. Zie ook Noord Ringdijk.
  • Rinkelaarwerf
    Genoemd naar rinkelaar, een scheepstype dat een tijd voor de beloodsing van schepen werd ge-bruikt. De loodsdienst werd tot in de 19e eeuw verricht met behulp van vissersschepen die bij toerbeurt voor de zeegaten kruisten. In de eerste helft van de 19e eeuw zijn de vissersschepen vervangen door rinkelaars. Deze waren voor de loodsdienst gebouwd, maar vertoonden nog wel overeenkomst met de Scheveningse vissersboten met hun platte bodem, geringe diepgang en zijzwaarden. De rinkelaars waren echter gevoelig voor slecht weer en lekkage en dus ongeschikt voor de loodsdienst. Aan het einde van de 19e eeuw waren in de wateren rond Goedereede rinkelaars in gebruik als kleine lichtschepen.
  • Rodenburg
    Genoemd naar een boerderij, later een kasteel, op de plaats van het Romeinse legerkamp Matilo aan de Oude Rijn onder Zoeterwoude. Rodenburg is een vervorming van Rodan-burg, de naam van een huis of een nederzetting, genoemd in een document uit de 9e eeuw. De naam betekent: ontginning door het rooien van bos nabij een Romeinse burcht. Het oudste kasteel was van hout en dateert van de 10e of 11e eeuw. In de 13e eeuw is het vervangen door een bakstenen kasteel. Het kasteel is in 1574 tijdens het beleg van Leiden afgebroken.
  • Roerdompstraat
    Genoemd naar roerdomp (wetenschappelijke naam: Botaurus stellaris), een vogel uit de reigerfamilie. Een roerdomp wordt 70 tot 80 cm. hoog en heeft een geelbruin, zwart gestreept en gevlekt lichaam. Op de grond houdt de roerdomp zich meestal op in laaglandmoerassen met flinke rietvelden, waar hij zoekt naar amfibieën en vissen. Bij gevaar blijft hij roerloos staan met de snavel recht naar boven wijzend. Door zijn schutkleuren is hij dan vrijwel onzichtbaar tussen het riet. De roerdomp is al eeuwenlang een broedvogel in Nederland, maar met name door het verdwijnen van de grote, uitgestrekte rietvelden is de vogel tegenwoordig grotendeels verdwenen.
  • Rolandstraat
    Genoemd naar Roland (736 - 778), markgraaf van Bretagne en mogelijk een neef van Karel de Grote. Na een zware veldslag tegen de Moren in 778 werd de achterhoede van het leger van Karel door Basken overvallen bij Roncesvalles, waarbij Roland is gedood. In de loop der eeuwen groeide Roland uit tot een legendarische figuur, wat in de 11e eeuw leidde tot het 'Chanson de Roland'. In de 13e eeuw werd het als het 'Roelantslied' in het Middelnederlands vertaald. Het epos vertelt hoe de achterhoede van Karels leger onder leiding van Roland, na verraad, in de Pyreneeën wordt aangevallen door honderdduizenden Saracenen. De Franken houden lang stand en Roland verricht wonderen met zijn zwaard Durendal. Uiteindelijk bezwijken ze voor de overmacht. In opperste nood blaast Roland op zijn hoorn 'Oliphant' om Karel de Grote te waarschuwen, maar de toegesnelde vorst vindt alleen de lichamen van de gesneuvelden.
  • Romerostraat
    Genoemd naar Óscar Arnulfo Romero y Goldámez (1917 - 1980), een rooms-katholiek aartsbisschop van San Salvador. Hij verwierf faam als een sociaal bewogen en vredelievend mens die zich inzette voor de armen. Als aartsbisschop uitte Romero veel kritiek op de rechtse dictatoriale regering in El Salvador, waar doodseskaders door het hele land trokken en vele onschuldige mensen vermoordden. Vanwege zijn uitspraken en zijn inzet voor de armen verwierf hij een enorme populariteit onder de bevolking. In 1980 is hij neergeschoten terwijl hij de mis opdroeg in de kapel van het ziekenhuis waar hij leefde.
  • Rondohof
    Genoemd naar rondo (ook: rondeau of rondeel), een uit de middeleeuwen afkomstige vers- en muziekvorm. Het had acht regels met een ingewikkeld rijmstelsel, waarbij onder andere de eerste, vierde en zevende regel identiek waren, net als de tweede en de laatste regel. Een voorbeeld van een rondo uit de Nederlandse literatuur (en muziek) is het Egidiuslied, geschreven in het eind van de 14e eeuw door een zekere Jan Moritoen voor zijn overleden vriend Egidius.
  • Ronssepad
    Genoemd naar zie Ronsseweg.
  • Ronsseplein
    Genoemd naar zie Ronsseweg. De straat maakte aanvankelijk onderdeel uit van de Ronsseweg. De naamsverandering vond plaats op verzoek van hogeschool 'De Driestar', om de samenhang met de schoolgebouwen te benadrukken.
  • Ronsseweg
    Genoemd naar Boudewijn Ronsse (Latijnse naam: Balduinus Ronsseus) (ca. 1525 - 1597), een 16e eeuwse Goudse stadsarts en auteur van medische werken. Ronsse, die in Leuven en Parijs medicijnen studeerde, vestigde zich na zijn studie als stadsdokter in Veurne (Vlaanderen). In 1551 is hij tot stadsdokter van Gouda benoemd. In 1565 werd hij lijfarts van hertog Erik II van Brunswijk, die als overste van een huurleger diende onder Karel V en Filips II. In 1569 keerde Ronsse naar Gouda terug en werd opnieuw aangesteld als stadsmedicus. In 1577 trad hij voor de tweede maal in dienst van de hertog, maar in 1582 keerde hij opnieuw terug naar Gouda. Om hem aan Gouda te binden bood het stadsbestuur hem een tienjarig contract aan, inclusief vrijstellingen van schuttersdiensten en belastingen. Kennelijk wilde hij zich definitief in Gouda vestigen, want hij kocht een oofttuin aan de Fluwelensingel. Ronsse wilde het peil van de medische stand in Gouda verbeteren. Hij ijverde voor de oprichting van een chirurgijnsgilde, spande zich in voor een regeling voor de verkoop van medicijnen door apothekers en chirurgijns, bestreed kwakzalverij en bood aan om belangeloos les te geven aan de Goudse chirurgijns. Eén van zijn patiënten was Dirck Volkertsz Coornhert. Van de hand van Ronsse verschenen verschillende medische werken, onder andere over verloskundige onderwerpen, over scheurbuik, een verzamelwerk ('Miscellanea seu epistolae medicinales') over allerlei onderwerpen op het gebied van de toenmalige hygiëne en voedingsleer en een dichtwerk van 50 bladzijden, waarin hij in versvorm de medicamenten aangaf die van haas, hert, wolf en wild zwijn werden verkregen ('Venatio medica'). Bovendien verzorgde hij de uitgave van werken van andere medici.