Archivalia

Collectie

Objecten

Geavanceerd zoeken
  • Bevolkingsregisters
    Het bevolkingsregister vormt de meest dynamische bron voor de reconstructie van het dagelijks leven binnen een gemeente, omdat het – in tegenstelling tot een statische volkstelling – een doorlopende registratie van de inwoners per huishouden bijhoudt. In dit brontype worden per adres alle bewoners genoteerd met hun volledige namen, geboortedata, beroepen, religie en burgerlijke staat, waarbij wijzigingen zoals verhuizingen, huwelijken of overlijdens direct in de kolommen of kantlijnen werden bijgewerkt. Hierdoor fungeert het register als een soort 'biografie van een huis', die niet alleen de verticale lijn van een familie (generaties) laat zien, maar ook de horizontale context: wie woonde er nog meer in het pand, van dienstboden tot kostgangers? Voor historici en genealogen is het een onmisbare bron die de sociale mobiliteit, migratiestromen en de fysieke verschuivingen binnen een gemeenschap haarscherp in kaart brengt.
  • Bijlagen bij de overdracht van bebouwde percelen
    Bijlagen bij de overdracht van bebouwde percelen vormen het ondersteunende dossier dat de 'papieren weg' van een vastgoedtransactie minutieus documenteert. Waar de eigenlijke transportakte de juridische verkoop of overdracht bezegelt, bevatten deze bijlagen de administratieve bewijsstukken die vereist waren om de eigendomswissel officieel te kunnen registreren. Hieronder vallen vaak uittreksels uit belastingregisters om aan te tonen dat er geen achterstallige lasten op het pand rustten, afschriften van testamenten of verklaringen van erfrecht bij vererving, en gedetailleerde informatie over de exacte begrenzing en aard van het bebouwde perceel.
  • Cholera
    De bronnen onder de categorie Cholera vormen de administratieve en medische neerslag van de ingrijpende epidemieën die gemeenschappen in het verleden troffen en de crisisbeheersing die daarop volgde. Deze verzameling bevat cruciale documenten zoals registers van verpleegden in speciaal ingerichte tijdelijke hospitalen, gedetailleerde opnameformulieren van patiënten en algemene correspondentie over de bestrijding van de ziekte. Per individu bieden deze bronnen vaak de naam, de datum van opname en soms de uitkomst van de behandeling, waardoor ze een aangrijpend beeld geven van de menselijke impact van een volksgezondheidscrisis.
  • 10e penning
    De tiende penning was een vroege vorm van inkomstenbelasting op onroerend goed, waarbij eigenaren verplicht waren tien procent van de jaarlijkse huur- of pachtwaarde van hun bezittingen aan de overheid af te dragen. In tegenstelling tot vermogensbelastingen die het totale kapitaal belastten, richtte dit brontype zich specifiek op de vruchten van bezit, zoals de opbrengsten uit landerijen, woningen en bedrijfsgebouwen. De bijbehorende kohieren (belastingregisters) fungeren als een gedetailleerde inventarisatie van het historische landschap; ze bevatten lijsten van eigenaren en gebruikers, nauwkeurige omschrijvingen van percelen en de getaxeerde economische waarde van het vastgoed. Omdat in deze administratie vaak ook de inkomsten van kerken en liefdadigheidsinstellingen werden opgenomen om hun financiële positie te bepalen, bieden deze registers onderzoekers een uniek en integraal overzicht van zowel de private als de publieke welvaart binnen een gemeenschap.
  • 20e penning
    De Twintigste Penning: een omzetbelasting van 5% op de verkoopprijs van onroerende goederen (huizen, landgoederen, enz.), geïnspireerd door een soortgelijke belasting die was ingevoerd door de Romeinse keizer Augustus (modern equivalent in Nederland: overdrachtsbelasting; en in België: registratierechten). Deze heffing was bedoeld als permanent.
  • Fabricageboeken
    Fabricageboeken vormen de administratieve neerslag van de stedelijke dienst voor openbare werken, beheerd door de fabricagemeesters die verantwoordelijk waren voor de fysieke instandhouding en inrichting van de stad. In deze registers en de bijbehorende dossiers werd het onderhoud van de essentiële infrastructuur gedetailleerd vastgelegd, variërend van de bestrating en bruggen tot de complexe waterhuishouding via grachten en zijlen (sluizen). De bron bevat vaak technische documenten zoals processen-verbaal van opmetingen door landmeters, lijsten met de exacte lengte en breedte van straten en uitgebreide inventarissen van publieke eigendommen.
  • Brandemmergeld
    Het brandemmergeld was een belasting die werd geheven om de kosten van de brandweer te dekken. Het brandemmergeld werd gebruikt om brandemmers, brandspuiten, brandhaken, brandladders en burgers die zich vrijwillig inzetten om branden te bestrijden. Iedereen die een huis bezat, moest brandemmergeld betalen. De hoogte van het bedrag was afhankelijk van de grootte van het huis en de waarde van de inboedel. Het brandemmergeld werd meestal per jaar betaald.
  • 50e penning
    De 50e penning was een vorm van onroerendgoedbelasting, vaak nauw verweven met het stelsel van de 'verponding', waarbij eigenaren van vastgoed één-vijftigste deel (2%) van de getaxeerde waarde of huurwaarde van hun bezit aan de overheid afdroegen. Deze belasting werd geheven over een breed scala aan onroerende goederen, variërend van woonhuizen en erven tot tuinen en industriële objecten zoals molens. De bijbehorende leggers en kohieren fungeren als een systematische registratie van het lokale huizen- en grondbezit, waarbij de eigendommen vaak per wijk of kwartier werden gerangschikt.
  • Bevolkingsregistratie
  • Betaalsrollen
    Betaalsrollen van de fabricage fungeren als de historische loonlijsten van de stedelijke dienst voor openbare werken, waarin de wekelijkse of maandelijkse uitbetalingen aan ambachtslieden en arbeiders minutieus werden genoteerd. In deze registers legden de stadsbeambten vast wie er betrokken was bij de "fabricage" — oftewel het onderhoud en de bouw van de publieke infrastructuur zoals stadswallen, bruggen, sluizen en bestrating. Per werknemer wordt doorgaans de naam vermeld, het aantal gewerkte dagen en het verdiende loon, waarbij vaak ook het specifieke project of de geleverde materialen (zoals stenen of hout) worden benoemd.
  • Klap- en lantaarngeld
    Klap- en lantaarngeld zijn specifieke vormen van stedelijke belastingen die werden geheven om de kosten van openbare veiligheid en stedelijke voorzieningen te dekken, in het bijzonder de nachtwacht en de straatverlichting. Het klapgeld diende voor de betaling van de nachtwakers (ook wel klapwakers genoemd naar de houten 'klapper' waarmee zij de tijd aangaven of alarm sloegen), terwijl het lantaarngeld werd aangewend voor de aanschaf, het onderhoud en de brandstof van openbare straatlantaarns. De hoogte van de aanslag werd vaak berekend op basis van de breedte van de voorgevel van een pand of de getaxeerde waarde ervan, waardoor deze registers een zeer gedetailleerd beeld geven van de bebouwing in een straat. Doordat de bijbehorende leggers, kasboeken en kohieren nauwgezet bijhielden welke gebouwen nieuw waren opgetrokken, welke panden tijdelijke belastingvrijstelling genoten en hoe breed de individuele huizen waren, vormen ze een onmisbare bron voor zowel sociaal-economisch onderzoek als voor de reconstructie van het historische stadsbeeld.
  • Verhuur en verkoopboeken
    Verhuur- en verkoopboeken fungeren als een centraal register van de contractuele en juridische verplichtingen die de lokale overheid aanging met betrekking tot haar bezittingen, rechten en diensten. In deze registers werden afschriften vastgelegd van overeenkomsten voor de verpachting van publieke goederen en onroerende zaken, evenals de verhuur van lucratieve rechten, zoals de inning van accijnzen aan particuliere ondernemers. Naast deze zakelijke transacties bevatten de boeken een breed scala aan andere documenten, waaronder koopcontracten, arbeidsovereenkomsten voor stadspersoneel en specifieke verordeningen (keuren) die de regels voor de lokale handel en het bestuur vastlegden.
  • Stadsrekeningen
    Stadsrekeningen fungeren als het financiële geheugen van een stedelijke gemeenschap, waarin de jaarlijkse geldstromen van de lokale overheid minutieus werden vastgelegd door de stadsbestuurders. Dit type bron biedt een gestructureerd overzicht van de inkomsten, zoals accijnzen op consumptiegoederen, pachtopbrengsten van stadsgronden en de verkoop van burgerrechten, direct afgezet tegen de uitgaven die nodig waren om de stad te laten functioneren. Hieronder vielen posten zoals de bezoldiging van ambtenaren, het onderhoud aan publieke infrastructuur zoals bruggen en verdedigingswerken, en investeringen in de publieke orde en sociale zorg. Omdat deze rekeningen vaak tot op de penning nauwkeurig zijn en vergezeld gaan van kwitanties of bijlagen, vormen ze een onschatbare sociaal-economische bron; ze maken niet alleen politieke prioriteiten zichtbaar, maar gunnen de onderzoeker ook een blik op het dagelijks leven, de lokale handel en de ambachtslieden die de stad letterlijk hebben opgebouwd.
  • Grafboeken
    Grafboeken zijn administratieve registers die door kerkmeesters of lokale autoriteiten werden bijgehouden om de eigendom, overdracht en het feitelijke gebruik van grafplaatsen vast te leggen. Deze bron fungeert in feite als een 'kadaster van de doden', waarin per grafnummer of specifieke locatie (zoals lagen, kelders of kapellen) werd genoteerd wie de rechtmatige eigenaar was en welke overledenen erin werden bijgezet. Naast persoonsnamen bevatten deze boeken vaak details over de financiële kant van het begraven, zoals de betaling van grafrechten, legaten voor onderhoud en de overgang van grafrechten van de ene familie op de andere.
  • 40e en 80e penning
    De 40e en 80e penning betreffen een historisch type overdrachtsbelasting dat werd geheven bij de verkoop of vererving van onroerende en bepaalde waardevolle roerende goederen, zoals huizen, tuinen en schepen. De benaming verwijst direct naar het gehanteerde tarief: de 40e penning stond gelijk aan een belasting van 2,5% (één-veertigste deel) van de getaxeerde waarde, terwijl de 80e penning een tarief van 1,25% (één-tachtigste deel) vertegenwoordigde. Deze registers werden door de overheid bijgehouden als onderdeel van de algemene middelen en bieden een nauwkeurig overzicht van de lokale vastgoedmarkt en het bezit van belangrijke kapitaalgoederen.
  • Onroerend goed
  • Fabricage
  • Zorg
  • Bestuur
  • Algemeen
    Niet in één van de andere rubrieken onder belasting te vatten bronnen.