-
Regest kloosters 944
Burgemeesteren, schepenen, raad en vroedschap oorkonden, dat zij verkocht hebben aan Elyzabeth Mathijsdr, vrouw van Henrick Wans, te Mechelen, een lijfrente van 3 pond groten Vlaams per jaar, te heffen door het convent van de Magdalenen, zolang Anna Vlamincks, dochter van Neeltgen Wans, zuster in dat klooster, zal leven.
-
Regest kloosters 945
Broeder Jan van Emmerick, pater, broeder Marinus Jansz Steenvliet van Hulst, procurator, en gemeen- convent, genaamd de Collatiebroeders, verklaren, dat zij op 18 december 1559 verkocht hebben aan Pieter Meesz te Reeuwijk 4 morgen land, gelegen in de Vogelenzang (Z = "die gemeene lantsgeere"), met dien verstande dat daarop zal blijven rusten een rente van 4 Carolusguldens 4 stuivers per jaar, toebehorende aan de Collatiebroeders, een en ander volgens de akte van 27 april 1560, die Pieter Meessz hun daaromtrent gegeven heeft (nr. 943).
-
Regest kloosters 946
Schout en buurlieden in het ambacht van Bloemendaal oorkonden, dat Jacob Aelbrechtsz verklaard heeft schuldig te zijn aan de Collatiebroeders 6 Carolusguldens per jaar aan rente, staande op 5 1/2 morgen en 2 hont lant, en op 3 morgen en 2 hont land, gelegen in het genoemde ambacht, zich uitstrekkende avn de Kleiweg tot aan de Reekade. De rente is losbaar door betaling van 100 Karolusguldens.
-
Regest kloosters 947
Pater, onderpater en gemeen- conventualen van het Cellebroedersconvent verklaren schuldig te zijn aan Cornelis Jacobsz Houtman een zeker bedrag voor vroeger door deze geleverd houtwerk, te betalen in driemaandelijkse termijnen.
-
Regest kloosters 948
Pieter Hillebrandz draagt over aan de Collatiebroeders een rentebrief van 1 1/2 pond, staande op het huis van Ideken Jacop Hermansz' weduwe in de Stoofsteeg.
-
Regest kloosters 949
Zuster Anna Goesensdr, moeder, zuster Aeltgen Hubrechtsdr, ondermoeder, zuster Adriaen Joestendr, procuratrix, en andere conventualen van het convent van St. Maria Magdalena, presenteren aan de pater van het St. Aechtenconvent en aan de deken en hoofdmannen van de broederschap der apostelen te Delft haar rector broeder Claes Ellertsz voor de vervulling van het officie, gesticht door mr. Lambrecht Willemsz, proost van Namen en pastoor van de St.-Hypolituskerk te Delft.
-
Regest kloosters 950
Notaris Michael Dodonis verklaart, dat mr. Cornelius Musius, pater van St. Agatha te Delft, en mr. Simon, deken van het college der apostelen van die stad, als collatoren van het officie, gesticht in het convent van St. Maria Magdalena in Gouda, dit geschonken hebben aan broeder Nicolaas Alardi, pater van dit convent.
-
Regest kloosters 951
Schout en buurlieden in het land van Sluipwijk, Gravekoop en Nieuwenbroek oorkonden, dat de gemene ingelanden van dit ambacht verklaard hebben schuldig te zijn aan het convent van St. Maria Magdalena een rente van 15 stuivers per jaar, zolang de ingelanden hun molen op de hoefslag van het convent op de Willens achterkade laten malen. De verklaring geschiedt onder verband van het gemene land van Gravekoop en Nieuwenbroek.
-
Regest kloosters 952
Cornelis Laurensz, secretaris te Stolwijk, bevestigt een geïnsereerde oorkonde van 4 juni 1556 (reg.nr. 923).
-
Regest kloosters 953
Aert Stevensz en Jacob Brantsz als voogden van de drie weeskinderen, achtergelaten door Heynrick Ariensz, verklaren ten overstaan van schout en gezworenen van Stolwijk, dat het convent van de Claessebroeders te Gouda afgelost heeft 1/4 gedeelte van een rentebrief ter waarde van ongeveer 10 pond groten Vlaams, welk vierde gedeelte de weeskinderen geërfd hadden van hun oom Claes Ariensz; daarmede is de gehele rentebrief het eigendom van het klooster geworden.
-
Regest kloosters 954
Cornelis Laurensz, secretaris te Stolwijk, schrijft aan Leendert Ariensz, Collatiebroeder, en aan Henrick Ariensz, over een regeling, getroffen met Arien Aertsz, de man van hun moeder, omtrent grondloting ten behoeve van deze kinderen. Tevens wordt geïnsereerd een akte van 17 april 1563 (reg.nr. 952), waarbij de secretaris van Stolwijk een oorkonde van 4 juni 1556 (reg.nr. 923) bevestigt.
-
Regest kloosters 955
Schepenen oorkonden, dat Nelleke Hendricxdr, weduwe van Adriaen Jacob Janssen, en Quirijn Adriaensz, haar zoon, tot een overeenkomst zijn gekomen in zake de deling van de nalatenschap van hun man en vader.
-
Regest kloosters 956
Schout en gezworenen van Stolwijk oorkonden, dat Claes Ghijsbertz Borger verklaard heeft te hebben verkocht aan meester Pieter van Asperen, poorter te Gouda, 8 Carolusguldens 5 stuivers per jaar aan rente, staande op zijn hofstede, zich uitstrekkende van de "halffven wegsloot tot die ree toe," alsmede op het vierde deel van 4 morgen land, zich uitstrekkende van de "halffven wegsloot tot de tienwetering toe", en ten slotte op het vierde deel van 2 morgen land, zich uitstrekkende van de Tiendwetering tot de ree toe, alle drie in Schonauwen. De rente is aflosbaar tegen de penning 16.
-
Regest kloosters 957
De baljuw-schout en de gezworenen in het land van Stein oorkonden, dat Willem Cornelisz verkocht heeft aan mr. Pieter van Asperen, poorter te Gouda, een rente van 6 Carolusguldens per jaar, staande op zijn huis met 5 morgen land, gelegen in het land van Stein, zich uitstrekkende "uutter halver IJsel tot die Rewal toe," alsmede op 5 morgen land, mede daar gelegen. De rente is aflosbaar tegen de penning 16.
-
Regest kloosters 958
Schout en gezworenen in Bloemendaal oorkonden, dat Mathijs Cornelisz Suydtbroecker verklaard heeft schuldig te zijn aan Anna Jacob Meesszoonsdr 3 Carolusguldens per jaar aan rente, aflosbaar met 8 pond groten Vlaams, onder verband van zijn huis in Bloemendaal, zich uitstrekkende van de Binnenkade tot de Zuidteindse wetering.
-
Regest kloosters 959
Burgemeesteren, schepenen en raad oorkonden, dat de kerkmeesters van de St.-Janskerk verklaard hebben schuldig te zijn aan Jan Bos Florisz Minnen, wiens moeder is Alijt Floris Jansz Bosdr, een lijfrente van 12 Carolusguldens per jaar, zijnde de hoogste prijs van de loterij, in 1563 gehouden ten behoeve van de reparatie van de kerk.
-
Regest kloosters 960
Pater, priorin, subpriorin en gemeen-capitularen van St.- Margrietenconvent verhuren aan het convent van St. Magdalena riet- en kleiland, gelegen over de IJsseldijk, benevens 3 1/2 viertel land, gelegen in de Willens, voor de tijd van 20 jaren, onder beding, dat het laatstgenoemde convent zal zorgen voor een behoorlijke bekading en afwatering. Als bemiddelaar tussen beide conventen treedt op Wouter Jacobsz (Maes), prior van het regulierenklooster.
-
Regest kloosters 961
Cornelis Demets vergunt de pater van het klooster St. Maria Magdalena het beslag, te Bentschap, onder Dierick Goerissen, gelegd op penningen, bedragende per resto 38 Carolusguldens, en 7 guldens onkosten en geleend geld, alles ter voldoening van een door Lijsbet Mathijs aan het convent gemaakt legaat van 100 gulden.
-
Regest kloosters 962
De moeder, ondermoeder en procuraetster van het convent van Sint Agnieten verklaren van haar medezuster Anna Zanders 16 gulden geleend te hebben uit het geld, dat deze zuster in bewaring gegeven had en dat bestemd was voor het kopen van schoenen, doeken en dergelijke zaken. Hiervoor zal Anna levenslang elk jaar 20 stuivers ontvangen.
-
Regest kloosters 963
Notaris Cornelis Jan Lenartz instrumenteert, dat Gerryt Wiilemz, drapenierder, poorter, de pater en het gemeen-convent van St. Maria Magdalena aldaar belooft borg te blijven voor een rente van 4 pond per jaar, welke het convent heeft verleend aan heer Martijn Gerrytsz, zijn zoon, tot voorbereiding voor de priesterlijke staat. De borgstelling geschiedt onder verband van het aan Gerryt Willemsz toebehorende huis in Teeffvencoop.