Regesten uit de archieven van de kloosters te Gouda

Collectie

Objecten

Geavanceerd zoeken
  • Regest kloosters 924
    Jacop Cornelisz verklaart ontvangen te hebben van broeder Maryenus Jansz van de Collatiebroeders 12 pond groten Vlaams, die hij op 16 februari 1556 aan hem geleend had. Het geld was afkomstig van een rentebrief, die Jacop Cornelisz gekregen had van Claes Adryaensz van Bercouwe.
  • Regest kloosters 925
    Aelken Griffaerdts verklaart ten overstaan van Adam Mulant, secretaris van de Westmaze, door bemiddeling van broeder Marinus, procurator van het convent van de Collatiebroeders, ontvangen te hebben 8 pond groten Vlaams tot uitkoop van zijn aandel in een rentebrief van 344 schilden, behorende aan de erfgenamen van Claes Adriaensz, en staande op een land, gelegen in Berkenwoude
  • Regest kloosters 926
    Mater en conventualen van Sinte Agnietenklooster delen, op verzoek van burgemeesteren en regeerders der stede van de Goude, de voorwaarden mede, onder welke zij bereid zijn er in toe te stemmen, dat de Gasthuismeesters de baten en schulden van het klooster overnemen en dat dit laatste mettertijd wordt omgezet in een bagijnhof.
  • Regest kloosters 927
    Door of vanwege het convent van Sinte Agnieten wordt een conceptovereenkomst gemaakt met de gasthuismeesters, waarbij de onroerende goederen van het klooster aan de gasthuismeesters zouden worden overgedragen, terwijl dezen van hun kant aan de conventualen een jaarlijkse uitkering zouden doen, terwijl het convent zou veranderd worden in een bagijnhof.
  • Regest kloosters 928
    De conventualen van het Sint Agnietenklooster sluiten een voorlopige overeenkomst met de Heilige Geest-meesters, waarbij dezen, tegen overgifte van alle land in Bloemendaal en alle gebouwen en rente, de schulden en lasten van het convent overnemen, dat mettertijd zal worden veranderd in een falie- begijnhof. Voor dit laatste zullen door de zusters 13 preuven worden gesticht van elk 1 pond groten Vlaams per jaar. Regels worden gegeven voor levenswijze en kleding van de toekomstige begijnen.
  • Regest kloosters 929
    De conventualen van het Sinte Agnietenklooster stemmen toe in de haar voorgelezen voorwaarden, opgesteld door de priors der regulieren ter Goude en op den Donck, tot overdracht van de baten en schulden van het convent aan de Heilige-Geestmeesters, welke voorwaarden gedeeltelijk in het stuk vermeld worden.
  • Regest kloosters 930
    De prior der regulieren ter Goude en de prior der regulieren op den Donck, visitatoren van het convent van Sinte Agnieten ter Goude, geven na overleg met de pastoor en deken van der Goude - om wille van de armoede van dit convent - hun voorlopige toestemming aan de overeenkomst, door de Agnieten gesloten met de Heilige- Geestmeesters, waardoor het klooster mettertijd zal worden veranderd in een bagijnhof.
  • Regest kloosters 931
    Burgemeesters, schepenen en raad der stede van de Goude, als opper- Heilige-Geestmeesters, verklaren, dat zij, met toestemming van de vroedschap en de veertig, uit naam van de Heilige-Geestmeesters, aan de conventualen van Sinte Agnieten waarborgen de nakoming van het contract, door de Heilige- Geestmeesters met het klooster gesloten, in het bijzonder wat betreft de uitbetaling van een vast bedrag per jaar aan de kloosterlingen, totdat deze zullen zijn uitgestorven.
  • Regest kloosters 932
    Moeder, onder-moeder, procuratrix, capitularen en alle gemeen-zusteren van St.- Agnietenconvent sluiten een definitieve overeenkomst met de Heilige Geest-meesters.
  • Regest kloosters 933
    Schout en schepenen in het gerecht van heer Kaerle Pernoot, proost van de S. Janskerk te Utrecht, oorkonden, dat mr. Jan van Bommel, officiaal van S. Jan, een rentebrief (nr. 909) ter waarde van 100 gulden, die jaarlijks 6 gulden opbrengt, staande ten name van Willem Segeromz., gegeven heeft aan zijn dienstmaagd Griet Dircksdr, door welke akte deze oorkonde gestoken is.
  • Regest kloosters 934
    Aert Stevensz en Jacob Bransz, voogden van de weeskinderen van wijlen Henrick Ariensz, komen overeen met Marinus Jansz Steenvliet, procurator van de Collatiebroeders, en met Frater Lenert Ariensz, broeder van de overledene, dat de weeskinderen niet meer zullen ontvangen dan een bepaald bedrag aan rente te weten over de jaren 1556, 1557 en 1558. Hierbij is in aanmerking genomen, dat het klooster aan Arien Artz, man van de weduwe van Henrick Ariensz, reeds 8 Rijnse guldens heeft voorgeschoten.
  • Regest kloosters 935
    Schout en gezworenen in het ambacht van Stein oorkonden, dat broeder Jan van Emmerik, pater van de Collatiebroeders te Gouda, uit naam van het convent verklaard heeft schuldig te zijn aan Marritgen Geerlofsdr 9 Karolusguldens per jaar aan rente, staande op 1 1/2 viertel land, gelegen aan de Tiendeweg, zich uitstrekkende van de IIssel tot aan de Nieuwe Broeksweg. De rente is losbaar door betaling van 24 pond groten Vlaams.
  • Regest kloosters 936
    Wouter Jacobsz, prior van de regulieren te Gouda, en Heynrick Mathijsz, prior van de regulieren op den Donk, visitatoren van het convent van St. Agnieten, verklaren dat zij de definitieve overeenkomst goedkeuren, aangegaan door dit convent met de Heilige Geest- meesters (reg.nr. 932), waardoor het klooster mettertijd zal worden veranderd in een begijnhof.
  • Regest kloosters 937
    Broeder Jan van Emmerick, pater, broeder Marinus van Hulst, procurator, en gemeen-convent van de Collatiebroeders oorkonden, dat zij verkocht hebben aan Neel Gijsbertsdr van Berch 6 Karolusguldens per jaar aan rente, staande op een viertel land, gelegen aan de Tiendeweg, zich uitstrekkende van de IJssel tot de Nieuwenbroeksweg. De rente is losbaar door betaling van 100 gulden.
  • Regest kloosters 938
    Schout en gezworenen in het ambacht van Stein oorkonden, dat broeder Jan van Emmerick, pater van de Collatiebroeders, uit naam van het convent verklaard heeft schuldig te zijn aan Gerritgen Roelofsdr en Jannetgen Jacobsdr. 1 pond groten Vlaams per jaar aan rente, staande op 1 viertel land, gelegen aan de Tiendeweg, zich uitstrekkende van de IJssel tot aan de Nieuwenbroekseweg. De rente is losbaar de penning 16.
  • Regest kloosters 939
    Schepenen in Leiden oorkonden, dat heer Willem van Zyl Pietersz en Heer Quiryn Claesz, priesters te Leyden, als uitvoerders van het testament van wijlen heer Frans Oudtziersz, priester, met meester Dirck van Crimpen, voogd, en Cornelis Jansz, vader van Oudtsier Cornelisz, hebben overgegeven aan het convent van de Collatiebroeders te Gouda 2 rentebrieven (nrs. 896 en 906), waardoor deze gestoken is.
  • Regest kloosters 940
    Broeder Jan van Emmerick, pater, broeder Marinus van Hulst, procurator, en gemeen- conventualen van het convent, genaamd de Collatiebroeders, oorkonden, dat zij onder bepaalde voorwaarden Outsiere Cornelisz als commensaal in het klooster hebben aangenomen, en dat zij verklaren ter zake door heer Willem van Zijl Pietersz en heer Quirijn Claesz, priesters te Leiden, uitvoerders van het testament van wijlen heer Frans Outsiersz, voldoende betaald zijn.
  • Regest kloosters 941
    Schout en buurlieden in het land van Bloemendaal oorkonden, dat Cornelis Woutersz verklaard heeft schuldig te zijn aan het convent van St. Agnieten 15 Rijnse guldens per jaar aan rente, staande op de helft van 8 morgen land, gelegen in Bloemendaal, die hij van het convent gekocht heeft.
  • Regest kloosters 942
    Schout en buurlieden in het ambacht van Bodegraven oorkonden, dat Adriaen Geritsz erkent gehuurd te hebben van het convent van St. Margrieten in Gouda 9 morgen land, gelegen aan de noordzijde van de Rijn, met huis enz., en nog 6 morgen land, gelegen in hetzelfde ambacht in het Nieuweveld, voor de tijd van 7 of 9 jaar.
  • Regest kloosters 943
    Schout en buurlieden in het ambacht van Reeuwijk oorkonden, dat Pieter Meesz verklaard heeft schuldig te zijn aan de pater van de Collatiebroeders 4 Carolusguldens 4 stuivers per jaar aan rente, staande op 4 morgen land, gelegen in de Vogelenzang. De rente is losbaar door betaling van 12 pond groten Vlaams.