-
Regest kloosters 884
Notaris Cornelis Lenertsz van der Goude instrumenteert, dat Wijnen Alewijntsdr, weduwe van wijlen Jan Hey Gerritsz heeft overgedragen aan meester Adryean van der Houff Dirrickz., licentiaat in de rechten, een akte lopende op Ariaen Henrickzoon's goederen in Bodegraven (regest nr. 877), die aan deze akte is aangehecht, en dat aan Adryaen van der Houff ten aanzien daarvan volledige procuratie wordt verleend.
-
Regest kloosters 885
Schepenen in Delf oorkonden, dat Adriaen Houf van der Goude, advocaat bij het Hof van Holland, heeft overgedragen aan mr. Cornelis Muijs, pater van Sinte Aechten te Delft, waardebrieven, waardoor deze gestoken zijn.
-
Regest kloosters 886
Schepenen oorkonden, dat Jan Cornelysz en Ghijsbrecht Jansz Moel, vaders van de Arme Fraters, beloofd hebben, dat deze iedere Donderdag op het hoge koor de mis zullen zingen ter ere van het Sacrament des Altaars en daarna een "De profundis" zullen bidden op het graf van Willem Vroussen en zijn vrouw. Zou ooit de bedoelde mis niet worden opgedragen, dan zullen de fraters des Vrijdags tussen 6 en 7 uur de mis bijwonen aan het Heilige Geestaltaar. Voorts zullen de broeders op het jaargetijde van Willem Vroussen en zijn vrouw een requiem-mis opdragen op het Heilige Geestaltaar of het Drievuldigheidsaltaar. Voor deze fundatie geeft Willem Vroussen aan de Arme Fraters een akte van 28 oktober 1525, van 1 pond groten per jaar, staande op 7 morgen land, gelegen in Outshoorn (nr. 808). Bij een eventuele aflossing daarvan zullen de vaders der Arme Fraters een nieuwe akte kopen, een en ander onder verband van een bedrag van 16 pond uit de goederen van het Fraterhuis.
-
Regest kloosters 887
Schout en buurlieden in Bloemendaal oorkonden, dat broeder Jan van Emmerik, pater van de Collatiebroeders, uit naam van zijn convent verklaard heeft schuldig te zijn aan meester Claes Jacobsz, genaamd "die Jonghe Schaer", 3 pond groten per jaar aan rente, onder verband van een stuk land, gelegen tussen de Kleiweg en de Winterdijk, alsmede op een ander stuk land.
-
Regest kloosters 888
Schout, buurlieden en landgenoten in Bloemendaal oorkonden, dat broeder Jan van Emmerick, pater van de Collatiebroeders, in naam van het gemeen-convent verklaard heeft schuldig te zijn aan meester Claes Jacopz, bijgenaamd "die jonghe Schaer", 3 ponden groten Vlaams per jaar aan rente, staande op een stuk land, gelegen tussen de Kleiweg en de Winterdijk. De rente is losbaar met 50 pond.
-
Regest kloosters 889
Broeder Jheronimus Claesz, pater van Sinte Brigittenklooster, en Claes Gherritsz, broeder van hetzelfde klooster, stellen - met toestemming van de priorin, de broeders en de zusters van het klooster - op verzoek van het stadsbestuur van Gouda een aantal voorwaarden vast, waarop zij bereid zouden zijn het gedeelte van hun klooster, waarin de mannelijke religieuzen verblijven, in gebruik af te staan aan de reguliere kanunniken van Stein (wier klooster is verbrand), een en ander onder de goedkeuring van de bisschop. De voor de Brigitten verplichte diensten zullen worden waargenomen, terwijl tevens bepaald wordt, dat ook in de toekomst nieuwe vrouwelijke religieuzen zullen mogen worden aangenomen. Bij weigering dezer voorwaarden wil het klooster alsnog met de regulieren onderhandelen over algehele overname door dezen van het convent, tegen toekenning van lijfrenten aan de Brigitten.
-
Regest kloosters 890
Prior en convent der regulieren van Stein doen - na een voorstel van het Brigittenklooster tot overname van dit convent door de regulieren - een tegenvoorstel. Zij geven er de voorkeur aan alle bezittingen van de Brigitten te aanvaarden met de baten en de lasten, en daarvoor aan de 10 overgebleven conventualen een jaarlijkse lijfrente van 6 pond groten Vlaams uit te betalen, terwijl de Brigitten hun kerkelijke officie kunnen blijven verrichten, eventueel geassisteerd door een der regulieren. Nieuwe zusters zullen niet meer mogen worden aangenomen, en na het uitsterven der tegenwoordige zullen alle bezittingen aan de regulieren komen.
-
Regest kloosters 891
Broeder Jheronimus Claesz, pater van het Brigittenklooster, broeder Claes Gheeritz., Gatruit Quirinusdr, priorin, alsmede de zeven overige conventualen van het klooster, sluiten met de regulieren van Stein een voorlopige overeenkomst inzake de overname door dezen van het Brigitten-convent, waarvoor broeder Henricus Henrici, prior in Stein, en broeder Robbertus Johannis, rector van het St. Margaretaconvent, in een onderschrift hun toestemming verlenen. Deze voorlopige overeenkomst stemt in hoofdzaak overeen met de voorstellen, door de regulieren gedaan, met dien verstande , dat voor elke kloosterling afzonderlijk een bepaalde lijfrente wordt vastgesteld.
-
Regest kloosters 892
De prior uit naam van de reguliere kanunniken van Stein sluit - in overleg met schout en burgemeesteren van Gouda - een overeenkomst met pater broeder Hyeronymus, broeder Claes Gerritsz, de priorin en de conventualen van Sinte Brigittencloester, welke in hoofdzaak overeenstemt met de voorlopige overeenkomst van 16 oktober 1549 (nr. 891) met dien verstande, dat na het uitsterven der Brigitten "het blauwe huis", met de huizen daarachter tot aan het S. Jacobsgasthuis, aan de stad Gouda zal komen, welke ook bij een eventueel vertrek der regulieren uit Gouda alle voormalige bezittingen der Brigitten zal overnemen.
-
Regest kloosters 893
Schepenen oorkonden, dat de pater van de Collatiebroeders, uit naam van gemeen-conventualen, onder bepaalde voorwaarden verkocht heeft aan Bouwen Gijsbrechtsz een kade, waarop een rente stond van 7 stuivers per jaar, voor welke rente hij aan de broeders vrijwaring belooft, alsmede voor de rente, staande op een tuin, die hij hun gegeven heeft. Haesgen Gerytsdr, moeder van Bouwen Gijsbrechtsz, en Styn Gijsbrechtsdr. verklaren 1/3 gedeelte van de kosten voor Bouwen Gijsbrechtsz te zullen betalen, mits zij ook 1/3 gedeelte van de baten, die de kade oplevert, zullen ontvangen.
-
Regest kloosters 894
Nicolaus a Novaterra, suffragaan van George van Egmond, bisschop van Utrecht, weigert uit naam van deze, de overeenkomst goed te keuren, welke is gemaakt tussen de regulieren van Stein en het convent der Brigitten in zake overname van dit klooster door de regulieren.
-
Regest kloosters 895
George van Egmond, bisschop van Utrecht, doet een nadere motivering geven van zijn weigering om de voorlopige overeenkomst goed te keuren, welke gemaakt was tussen de regulieren van Stein en het convent van de Brigitten in zake overname van dit klooster door de regulieren. De bisschop stelt een regeling voor, waarbij de Brigitten in een ander convent zullen worden opgenomen, doch haar renten en overige bezittingen zullen medenemen, terwijl de regulieren aan het klooster, waarin de Brigitten worden opgenomen, jaarlijks een bedrag zullen uitbetalen.
-
Regest kloosters 896
Schout en heemraden in Berchambacht oorkonden, dat Arien Aertz. heemraad aldaar, verklaard heeft schuldig te zijn aan Outsgier Cornelisz 180 Rijnse guldens, waarvoor hij 10 Rijnse guldens per jaar aan rente zal betalen, welke renten staan op 6 morgen land, nu door hem bewoond, die zich uitstrekken van "grooten caycxswetering" tot "de ree."
-
Regest kloosters 897
.... stelt voor - naar aanleiding van bezwaren, bij de Brigitten gerezen tegen het voorstel van de bisschop van Utrecht in zake overname van hun convent door de regulieren van Stein (regest nr. 895) - dat de Brigitten hun renten en overige bezittingen niet naar een ander klooster zullen medenemen, doch dat deze na taxatie door de regulieren zullen worden afgekocht.
-
Regest kloosters 898
Enige niet nader genoemde personen leggen een verklaring af in zake de ligging en de belending van een stuk land, gelegen noordelijk en westelijk van de Oude Gouwe.
-
Regest kloosters 899
Schepenen oorkonden, dat heer Adriaen Andriesz, zoon van Andries Barthoutsz, met de andere erfgenamen een overeenkomst gesloten heeft in zake zijn aandeel in de nalatenschap van zijn overleden vader.
-
Regest kloosters 900
De Brigitten binnen Gouda dragen na schatting hun huis, erf en goederen over aan het convent der regulieren, behoudens toestemming van George van Egmond, bisschop van Utrecht.
-
Regest kloosters 901
Schout en buurlieden in het ambacht van Waddinxveen oorkonden, dat Kars Aertsz verklaard heeft schuldig te zijn aan Gijsbert Bouwensz 2 pond groten Vlaams per jaar aan rente, staande op zijn hofstede met 31 morgen land, gelegen in Waddinxveen, zich uitstrekkende van de Zuidteindse watering westwaarts tot de Oickweg. De rente is losbaar de penning 18.
-
Regest kloosters 902
Schout en buurlieden in het ambacht van Reeuwijk oorkonden, dat Jan Jansz verklaard heeft schuldig te zijn aan de pater of het gemeen-convent van de Collatiebroeders 17 schilden per jaar aan rente, staande op 8 morgen land, gelegen in de ban van Reeuwijk, zich uitstrekkende van de Schoenbrouxendijck tot de Oudeweg. De rente is losbaar door betaling van 300 schilden.
-
Regest kloosters 903
Gijsbert Bouwensz verklaart, dat hij een akte (reg.nr. 901) van 2 pond Vlaams aan rente, staande op land, toebehorende aan Kors Aerntz, gelegen in Waddinxveen, gegeven heeft aan de Collatiebroeders, ten behoeve van de armen in Gouda. Deze akte treedt in de plaats van een rentebrief van 2 pond Vlaams, staande op het land van Koest Dirickz in Stolwijk (reg.nr. 871).