-
Regest kloosters 824
Schout en buurlieden in het ambacht van Bloemendaal oorkonden, dat Nanne Cornelisz verklaard heeft schuldig te zijn aan Gheryt Fransz een rente van 12 Carolusguldens per jaar, onder verband van 3 1/2 morgen land, gelegen in Bloemendaal, zich uitstrekkende van de Bloemendaalseweg tot de Winterdijk. De rente is losbaar de penning 16.
-
Regest kloosters 825
Schout en buurlieden in het ambacht van Bloemendaal oorkonden, dat Regnier Aerntz verklaard heeft schuldig te zijn aan Collatiebroeders 1 pond Hollands per jaar aan rente, staande op 6 morgen land, gelegen in het genoemde ambacht, zich uitstrekkende van de Kleiweg tot de Winterdijk. De rente is losbaar de penning 16.
-
Regest kloosters 826
Schout en gezworenen in het ambacht van Stolwijk oorkonden, dat Jan Adriaensz verklaard heeft schuldig te zijn aan het convent van de Collatiebroeders 3 Rijnse guldens en 40 groten Vlaams per jaar aan rente, staande op zijn hofstede met 9 morgen land, gelegen boven de kerk. De rente is losbaar door betaling van 50 Rijnse guldens.
-
Regest kloosters 827
Bruninck Foeck en Joffrou Hadewich Dircks, weduwe van Gruenenberch, oorkonden, dat hun broeder Franck Aelbert Foeckenz., frater in het convent der Collatiebroeders, wanneer hij hen beiden overleven zal, uit hun goederen jaarlijks een lijfrente van 12 gulden zal ontvangen, met dien verstande dat na het overlijden van één hunner 6 gulden, en, na het overlijden van de tweede, 12 gulden zal worden uitbetaald. Bovendien zal hij na het heengaan van zijn zuster Hadewich een lijfrente van 48 pond per jaar ontvangen, die zij lopende heeft op de stad Utrecht. Ten slotte zullen hun erfgenamen gehouden zijn hem in de toekomst, wanneer hij in het klooster blijft, jaarlijks een toelage te verstrekken, indien hij daartoe op hen een beroep zal doen.
-
Regest kloosters 828
Claes Zegersz geeft zijn tuin, gelegen tussen de Cloveniersdoelen en het convent van de nonnen aan de Gouwe, ten gebruike aan genoemd convent tegen een pacht van 11 stuivers per jaar, totdat iemand uit zijn naam aan het convent 100 gouden Philippusguldens geeft.
-
Regest kloosters 829
Schepenen oorkonden, dat Aelbrecht Jacobsz smit, verkocht heeft aan meester Lambrecht Willemsz van Delff, pater van St. Catharina, een ledig erf, gelegen aan de westzijde van zijn huis op de hoek van de Tiendewegspoort.
-
Regest kloosters 830
Schout en gezworenen in het ambacht van Stolwyck oorkonden, dat Jacop Gerritsz verklaard heeft schuldig te zijn aan Gijsbert Bouwensz 17 schilden per jaar aan rente, staande op een hofstede en 12 1/2 morgen land, gelegen beneden de kerk. De rente is losbaar de penning 18.
-
Regest kloosters 831
Schout, buurlieden en landgenoten in Bloemendaal oorkonden, dat Tyebaudt Barrodot aan mr. Lambrecht Willemsz van Delft, biechtvader van St.- Catharinaklooster, vrijwaring beloofd heeft voor 2 morgen en 2 hont land, gelegen in Bloemendaal, buiten Tiendewegspoort, alsmede voor 4 morgen en 2 hont land, gelegen "van de weg aen 't Heylige- Gheestlandt". De vrijwaring geschiedt onder verband van Tyebaudts hofstede met 28 morgen land, gelegen in Bloemendaal tussen de Goudkade en de Winterdijk.
-
Regest kloosters 832
Frater Bonaventura de Machlina, provinciaal der Minderboeders- Observanten in de Nederduitse provincie, geeft vidimus van de oorkonde van Paus Innocentius VIII van 25 juni 1486 (nr. 665).
-
Regest kloosters 833
Schout en buurlieden in het ambacht van Bloemendaal oorkonden, dat Jan Jansz verklaard heeft schuldig te zijn aan het convent van St. Maria Magdalena een rente van 7 1/2 Carolusguldens per jaar, staande op 4 1/2 morgen min 1 hont land, gelegen in dat ambacht. De rente is losbaar de penning 16.
-
Regest kloosters 834
Schout en buurlieden in het ambacht van Snijdelwijk oorkonden, dat Jacob Evertz verklaard heeft schuldig te zijn aan Pieter Zijbrantz 2 pond Hollands per jaar aan rente, staande op 9 morgen land, gelegen in Snijdelwijk "boven weg", alsmede op de hofstede met 6 morgen land, toebehorende aan Jacob Evertz. De rente is losbaar de penning 16.
-
Regest kloosters 835
Pater en gemeen-broeders van St. Paulus, genaamd de Collatiebroeders, oorkonden, dat zij verkocht hebben aan meester Claes Jacobz Scaer die Jonge, priester, een rente van 3 Karolusguldens per jaar aan rente, staande op hun huizen in de Spieringstraat. De rente is aflosbaar tegen de penning 16.
-
Regest kloosters 836
Schepenen oorkonden, dat broeder Jan van Emmerick, pater van de Collatiebroeders, uit naam van het convent, en Jan van Amsterdam, poorter, onderling zijn overeengekomen, dat Jan van Amsterdam tussen twee huizen, gelegen in Oudelle, op zijn kosten een goot zal doen aanleggen, voorts dat, als in de toekomst tussen beide huizen een geringere ruimte dan 2 1/2 duim zou overblijven, Jan van Amsterdam of zijn nakomelingen hun huis ten behoeve van de Collatiebroeders zullen ontruimen; ten slotte dat de pater aan zijn huis een voorhuis zal mogen maken, mits hij op zijn kosten daaraan een goot zal doen aanbrengen, die daarna op beider kosten zal worden onderhouden.
-
Regest kloosters 837
Pater, procurator en gemeen- broeders van Sinte Jheronimusconvent binnen Delft verklaren, dat zij verkocht hebben aan Arnt Jacobz. een rente van 6 schellingen 8 penningen per jaar, losbaar door betaling van 32 Rijnse guldens.
-
Regest kloosters 838
Gezworenen in Bercou oorkonden, dat Pieter Willemsz, schout aldaar, verkocht heeft aan Cornelis Jan Meesz een rente van 3 Carolusguldens per jaar, staande op 8 morgen land, gelegen in de Houffschat en op 2 morgen, eveneens gelegen in het ambacht Bercou.
-
Regest kloosters 839
Schout en buurlieden in Waddinxveen en Peuluwen oorkonden, dat Adriaen Walichsz verklaard heeft schuldig te zijn aan Pouwel Florisz een rente van 12 Carolusguldens per jaar, staande op zijn huis met 9 1/2 morgen land, gelegen in Peuluwen. De rente is aflosbaar tegen de penning 16.
-
Regest kloosters 840
Broeder Robbert Jansz, prior, broeder Herwijck Cornelisz, subprior, broeder Henrick Henricksz, procurator, en gemeen- capitularen van het convent van Stein, verklaren ontvangen te hebben van broeder Jan Adam Heyensz, rector van het convent van St. Maria Magdalena in Gouda, 300 Rijnse guldens, waarvoor het klooster van Stein jaarlijks op een aantal aangegeven feestdagen wijn- en brooduitdelingen zal doen. Voorts belooft dit klooster jaarlijks 12 missen te doen opdragen voor de zielerust van broeder Jan Adam Heyensz en zijn ouders, alsmede elke vrijdag een memento te doen houden, waarvoor het convent 10 pond Vlaams heeft ontvangen, terwijl het, bij nalatigheid, aan het klooster van de Magdalenen en aan het St.-Elisabethgasthuis elk 16 pond verschuldigd zal zijn.
-
Regest kloosters 841
Broeder Jan Adam Heyez, rector van St.-Maria Magdalenaconvent, verklaart dat hij - met toestemming van zijn prior, broeder Robbrecht Jansz - aan het klooster opgedragen heeft 3 1/2 morgen land, gelegen in Bloemendaal, voorts een rente van 1 pond groten per jaar, te lossen de penning 16, staande op de goederen van Reyer Aertsz, vervolgens een rente van 1/2 Engelse nobel per jaar, staande op het hoekhuis van de Bostelbrug, en ten slotte een rente van 2 pond per jaar, staande op het huis van heer Jan Kielgen, gelegen ten noorden van de St.-Janskerk. Voor deze renten zal jaarlijks 5 maal aan de zusters uitgedeeld worden "gebraden of potbesten, hair porty trannekans vol mit romenie en een deutbroet", terwijl het klooster verplicht zal zijn 5 maal per jaar voor zijn zielerust een mis op te dragen.
-
Regest kloosters 842
Notaris Splinterus Laurentiusz oorkondt, dat Maerten Ellertsz een verklaring aflegt over de bezittingen van de weeskinderen van Gerit Egbertsz, en dat hij zijn testament maakt, waarbij hij delen van zijn vermogen vermaakt resp. aan de St.- Janskerk, aan het St.- Catharinagasthuis, aan de Minderbroeders, aan de Claren en aan de Heilige Geest. Voorts maakt hij beschikkingen ten aanzien van zijn dochters Maritgen en Agnies, terwijl hij een som van 20 pond Vlaams vermaakt aan het Magdalenenklooster, en aan 2 begijnen in dit klooster 5 pond Vlaams. Het klooster zal over deze 5 pond geen zeggenschap hebben op verbeurte van 20 pond.
-
Regest kloosters 843
Gherrit Hey Daemz verklaart te hebben overgedragen aan het zusterhuis van St. Maria Magdalena zijn rechten op 3 1/2 morgen land, gelegen in Bloemendaal, die hij gekocht heeft van Nanne Cornelisz, welk land zich uitstrekt van de Bloemendaalseweg "ten halve land."