-
Regest kloosters 192
Schout, burgemeesteren, schepenen en raad oorkonden, dat zij "uut bevelen en goetduncken alre ghemeenre vroedscap", verkocht hebben aan Godevaert Lyclaesz 20 schellingen Hollands per jaar aan rente, te weten 10 schellingen, staande op het huis van Pieter Claesz, en 10 schellingen op het huis van Russent Jacob, beide gelegen in de Koningstraat.
-
Regest kloosters 193
Schout, burgemeesteren, schepenen en raad oorkonden, dat zij met toestemming van de vroedschap verkocht hebben aan Dirc Willemsz 10 pond 5 schellingen Hollands per jaar aan rente, staande op panden, gelegen in het Molenwater
-
Regest kloosters 194
Schout, burgemeesteren, schepenen en raad oorkonden, dat zij "uut bevelen en goetduncken alder ghemeenre vroedscap" verkocht hebben aan Dyrc Willemsz 10 pond 10 schellingen Hollands per jaar aan rente, staande op hofsteden, gelegen in de Korte Akkeren.
-
Regest kloosters 195
Schout, burgemeesteren, schepenen en raad oorkonden, dat zij "uut bevelen ende goetduncken alder ghemeenre vroetscap" verkocht hebben aan Dirc Willemsz 3 pond Hollands per jaar aan rente, staande op een stuk land, toebehorende aan de erfgenamen van Gheryt Jansz, dat de stad als hofstede heeft uitgegeven en dat gelegen is in de Cortackers (tussen Reynout Heynricxz. erfgenamen en Jan Voppenz.).
-
Regest kloosters 196
Schout, burgemeesteren, schepenen en raad oorkonden, dat zij van stadswege "uut bevelen en goetduncken alder vroetscap van der stede" verkocht hebben aan Jan Claesz 9 pond 17 schellingen 11 penningen per jaar aan rente, staande op erven aan de Raemweg achter de Goude.
-
Regest kloosters 197
Schepenen oorkonden, dat Jan Jansz verklaard heeft schuldig te zijn aan Jacob Gheritz. 4 pond Hollands per jaar aan rente, staande op zijn huis, gelegen op de hoek van Groenendaal (W = Meyns Jansz; O = der stede waterscip).
-
Regest kloosters 198
Schout en buurlieden van Bodegraven oorkonden, dat Ruusch van der Hede en zijn zoon Jacob verkocht hebben aan Aelbrecht, de mandenmaker, 2 Engelse nobels per jaar, staande op 2 morgen land, gelegen in het Smak Weer.
-
Regest kloosters 199
Schepenen oorkonden, dat Allart Tielmansz verklaard heeft schuldig te zijn aan Wouter Jansz 2 pond Hollands per jaar aan rente, staande op zijn huis aan de Gouwe (Z = Liclaes Heynrixz; N = der stede vesten).
-
Regest kloosters 200
Schepenen oorkonden, dat Jan Goudsraexz verklaard heeft schuldig te zijn aan Jan Dircxz 1 pond Hollands per jaar aan rente, staande op zijn huis op de Dijk bij Hughe Ockersz poorthuis (W = Jan IJsbrantsz; O = Peye Dammasz).
-
Regest kloosters 201
De schout in het ambacht van Bodegraven oorkondt, dat Luutgen Hermansz en Ermgaert Pieter Ghisensz' weduwe verkocht hebben aan Aelbert Jacobsz, die mandemaker, te Gouda, 2 1/2 Gentse nobel per jaar aan rente, staande op zijn huis, gelegen tussen de Rijn en de dijk.
-
Regest kloosters 202
Schepenen oorkonden, dat Hyldegond Jan Heynenzoon's weduwe verklaard heeft schuldig te zijn aan Aernd Hermansz 1 pond Hollands per jaar aan rente, staande op haar huis in de Soechstraat (Z = Jan Moeuyn; N = Dyliaen Jacob die Horders weduwe).
-
Regest kloosters 203
Schepenen oorkonden, dat Sampson Jansz verklaard heeft schuldig te zijn aan Aernd Pieterz. 2 pond Hollands per jaar aan rente, staande op zijn huis buiten het Tiendewegspoorthuis (W = Heinric Harmansz; O = Bloemendaalse kade met de wetering).
-
Regest kloosters 204
Schepenen oorkonden, dat Pieter Willamsz verklaard heeft schuldig te zijn aan Jacob Jacobsz 20 schellingen Hollands per jaar aan rente, staande op zijn huis aan de Tiendeweg (W = Geryt Claesz; O = Dirc Kant).
-
Regest kloosters 205
Schout en heemraden van Bergambacht oorkonden, dat Willam Jans Bernyersz heeft verkocht aan Herman Martijns 1 Engelse nobel per jaar aan rente, staande op 3 morgen land, gelegen in Willam Jan Bernyers' "huysweer", onder verband van het overige land, aan dezen toebehorende (O = Floris Martijs; W = Alijt Jan Bernyers).
-
Regest kloosters 206
Schepenen oorkonden, dat Florys Aerntz. verklaard heeft schuldig te zijn aan Dirc Claesz 1 Engelse nobel per jaar aan rente, staande op zijn huis in de Peperstraat (N = Lysbeth Jan Rofts weduwe; Z = Huych Florysz).
-
Regest kloosters 207
Schepenen oorkonden, dat Jacop Willemsz verklaard heeft schuldig te zijn aan Jacop Pietersz 2 pond Hollands per jaar aan rente, staande op zijn huis in de Zak (N = Huuch Wittensz; Z = Walich Willemsz).
-
Regest kloosters 208
Schepenen oorkonden, dat Claes (Clais) Willemsz (Willamsz) en Katerijn (Kathrijn) Willamsdr, zijn zuster, aan Willam Aerntsz vrijwaring beloofd hebben voor een huis, dat zij hem verkocht hebben, hetwelke gelegen is in de Begijnenesteeg (W = Herman Gerydsz). De vrijwaring geschiedt onder verband van het aan de verkopers toebehorende huis aan de Molenwerf (W = Dirck Jansz).
-
Regest kloosters 209
Schepenen oorkonden, dat Pieter Willemsz verklaard heeft schuldig te zijn aan Hughe Lyclaesz 4 schellingen Hollands per jaar aan rente, staande op zijn huis aan de Tiendeweg (W = Geryt Emsenz; O = Jan Clinckert).
-
Regest kloosters 210
Schepenen oorkonden, dat Eelyaes Gerytz verklaard heeft schuldig te zijn aan Fye Geryt Jacobsz' weduwe 10 schellingen per jaar aan rente, staande op zijn tuin, gelegen in de Vogelenzang (Z = Dirc Krstinenz; N = Eelyaes en Fye zelf).
-
Regest kloosters 211
Schepenen oorkonden, dat Florys Henrixz. bij een panding gewonnen heeft 5/8 Engelse nobel 4 groten per jaar aan rente, staande op het huis van Jan Clinckert, gelegen aan de Tiendeweg (W = Pieter Willems; O = Meeus Jansz), mede onder verband van twee huizen, eveneens gelegen aan de Tiendeweg buiten de poort (W = Pieter Voppenz; O = Sampson Jansz).