-
Regest kloosters 975
Pater, mater en gemeen- conventualen van het St.-Maria Magdalena-zusterhuis verzoeken koning Philips II om het consent dat bisschop Rodolphus van Diephout in 1455 aan het klooster heeft gegeven en dat door hertog Philips van Bourgondië is goedgekeurd, te willen bevestigen en aan haar convent de vrijstellingen van de vier bedelorden te verlenen, zodat zij maximaal zullen mogen verkrijgen door erfenis of anderszins de rente van 50 Engelse nobelen, terwijl zij bovendien verzoeken, dat elke zuster hoogstens 4 pond groten Vlaams zal kunnen erven.
-
Regest kloosters 976
Schepenen oorkonden, dat Cornelis Jacobsz, molenaar, verkocht heeft aan het convent van de Magdalenen de helft van een schoeiing, gelegen aan de Bloemendaelse wetering, van welke schoeiing de andere helft reeds aan het convent toebehoort, en waarbij het convent het onderhoud van de helft van de straat daarnaast op zich neemt.
-
Regest kloosters 977
Schepenen van Antwerpen oorkonden, dat Andries Musch en Magdalena van Nispen, zijn vrouw, ingevolge een contract, op 26 juli 1569 gesloten tussen hen en heer Claes Zuyermont, pater van het klooster van Sinte Magdalenen in Gouda, overgedragen hebben aan dit convent een rente van 4 Carolusguldens per jaar, te lossen de penning 16, en uit te betalen na de dood van Magdalena van Nispen. De overdracht geschiedt onder verband van een huis, genaamd "de Swarte Mantel", gelegen in het Hopland te Antwerpen. Bovendien dragen zij nog twee renten resp. van 6 en 2 Carolusguldens over aan het klooster, ten behoeve van hun innocente nicht Marie Anthonisdr van Rosendaele, die in het convent woont.
-
Regest kloosters 978
Schepenen oorkonden, dat Jan Minnen Dircxz verklaard heeft ontvangen te hebben van de pater van het convent der Collatiebroeders de stukken, die de in de oorkonde geïnsereerde inventaris vermeldt. Deze stukken belooft hij weer aan de pater te zullen restitueren, krachtens een contract op 29 december 1569 gemaakt tussen hem, de pater en procurator van het Collatiehuis. Een en ander geschiedt onder verband van het huis van Jan Minnen Dircxz, gelegen in de Lange Groenendaal op de hoek van de Naaierstraat.
-
Regest kloosters 979
De schout van Bloemendaal verklaart ten overstaan van schepenen en secretaris van Bloemendaal, dat hij verkocht heeft aan het St.-Maria Magdalenaklooster een losrentebrief van 6 Karolusguldens per jaar, vermeld in de oorkonden, waardoor deze gestoken is.
-
Regest kloosters 980
Kastelein, schout, burgemeesters en schepenen verpachten aan de getijdenmeesters het varkensschouwen, voorgeschreven in de in afschrift bijgevoegde keur van 25 maart 1558, met dien verstande, dat het klooster van de Magdalenen zal zijn vrijgesteld van de daavoor verschuldigde betaling: slechts wanneer van wege het klooster het keuren van een varken gevraagd zal worden, zal daarvoor een "oortgen" verschuldigd zijn.
-
Regest kloosters 981
Schepenen oorkonden, dat Pieter Gerritsz, scheepstimmerman, verkocht heeft aan de pater van het convent van de Collatiebroeders een huis, gelegen buiten de Dijkspoort, welk huis door genoemde pater weder wordt verhuurd aan Pieter Gerritsz voor 6 Carolusguldens per jaar. De huur is aflosbaar door betaling van 100 Carolusguldens.
-
Regest kloosters 982
Schout en buurlieden in het land van Stein oorkonden, dat de pater, de moeder en de procuratrix van het convent van St. Maria Magdalena verkocht hebben aan de weduwe van Gerrebrant Jansz een rente van 2 pond Vlaams 8 stuivers per jaar, onder verband van een stuk land, gelegen in de Willens, zich uitstrekkende van de IJssel tot de Achterkade, terwijl de prior en procurator van het regulierenklooster te Gouda, zich voor het klooster van St. Maria Magdalena borg stellen.
-
Regest kloosters 983
Schepenen oorkonden, dat Jan Jansz heeft verkocht aan de pater van het convent van de Collatiebroeders, ten behoeve van het klooster, een huis in de Komijnstraat, belast met 14 stuivers aan gemortificeerde renten. Dit huis wordt door de pater weer verhuurd aan Jan Jansz tegen een huurprijs van 5 schellingen groten Vlaams per jaar, welke huur aflosbaar is door betaling van 4 pond groten Vlaams.
-
Regest kloosters 984
Schout en schepenen in het ambacht en land van Bloemendaal oorkonden, dat Claes Claesz de Jonge verklaard heeft schuldig te zijn aan het convent van de Agnieten 16 guldens 5 stuivers per jaar aan rente, staande op 2 viertel land, groot 5 morgen en 4 1/2 hont, gelegen in Bloemendaal tussen de Winterdijk en Kleiweg en op 4 morgen land, eveneens aldaar gelegen.
-
Regest kloosters 985
Commissarissen tot de rekening in Holland te Delft beschikken gunstig op het verzoek van mr. Henrick Jacopsz en Willem Henricxz Vos, gecommitteerd door gouverneur, burgemeesteren en regeerders van Gouda tot de adminstratie van de goederen van het convent van St. Margareta aldaar, om Govert Fransz, wonende in Schoonhoven, gecommitteerde tot de ontvangst der geestelijke goederen in het kwartier van Blois, te verbieden zich te bemoeien met de goederen van genoemd convent.
-
Regest kloosters 986
Notaris Gerbrant Adriaensz de Licht instrumenteert, dat Haesgen Jacob Zassendr en Lijsbet Anthonisdr, conventualen in het Margrietenconvent, elkaar wederkerig bij testament tot erfgenamen benoemen voor haar gehele nalatenschap.
-
Regest kloosters 987
Schepenen oorkonden, dat Floris Cornelisz, geassisteerd door zijn moeder, Aeltgen Floris Minnendr, en Anna Foppendr als huwelijksvoorwaarden stellen dat, indien één van hen komt te overlijden, de andere partij de ene helft van de erfenis zal bekomen en eventueel de kinderen de andere helft. Indien er geen kinderen zijn, zal de overlevende de enen helft erven, terwijl de andere helft zal komen aan de familie of vrienden van de overledenen. Voorts maken zij bepalingen voor het geval zij beiden vóór hun kinderen komen te sterven.
-
Regest kloosters 988
Notaris Arendt van Riedtwijck Cornelisz instrumenteert, dat Gherrit Willemsz - onder herroeping van vorige beschikkingen - zijn vrouw Catherina Franssendr tot zijn universele erfgename benoemt; alleen zal een bedrag van 100 gulden komen aan zijn broeder Jan Willemsz en een zelfde bedrag aan zijn zuster Aeltgen Willemsdr Indien zijn vrouw vóór hem komt te sterven, zal de erfenis gelijkelijk gedeeld worden tussen hem en de familie van zijn vrouw.
-
Regest kloosters 989
Schepenen oorkonden, dat Simon Jansz, kleivoerder, aan Aelbert Harmensz vrijwaring beloofd heeft voor een tuin, gelegen buiten de Potterspoort, tussen deze poort en de Kleiwegspoort, in een steeg, die op de singel uitkomt. De vrijwaring geschiedt onder verband van een huis aan de singel.
-
Regest kloosters 990
Notaris Cornelis Willemsz instrumenteert, dat Gherrit Willemsz, kleermaker, en zijn vrouw Tryntgen Franssendr het testament, door hen gemaakt ten overstaan van notaris Aerndt Cornelisz van Riedtwijck op 9 maart 1597 (reg.nr. 988), in die zin wensen te wijzigen, dat een bedrag van 100 gulden, dat gelegateerd was aan wijlen Jan Willemsz, broeder van de erflater, wordt overgebracht op Aeltgen Willemsdr, zijn zuster, of, bij haar vooroverlijden, aan haar kleinkinderen.
-
Regest kloosters 991
Schepenen oorkonden, dat Margrieta van Giesen, weduwe van Caspar Coolhaes, de oude, verkocht heeft aan Aelbert Harmansz, smid, en Oth Aelbertsz, diens zoon, een huis aan de Westhaven bij het tolhuis.
-
Regest kloosters 992
Pieterken Jansdr, conventuale van de Catrijnen, verklaart, dat een haar vroeger gegeven rentebrief van 1 oktober 1546, ter waarde van 6 guldens per jaar, ten laste van het St. Margaretaklooster, rechtens toekomt aan de tante van haar overleden broer.
-
Regest kloosters 993
Notaris Jan Florisz de Jager instrumenteert, dat de gezusters Heyltgen en Brechgen Franssen haar testament maken, waarbij zij bepalen, dat bij overlijden van één harer de langstlevende universeel erfgename zal zijn. Na overlijden van de langstlevende wordt Willempgen Pietersdr, weduwe van wijlen Oth Aelbertsz, universeel erfgename, nadat bepaalde legaten aan met name genoemde personen zullen zijn uitgekeerd.
-
Regest kloosters 994
Schepenen oorkonden, dat Willemtgen Pieters, weduwe van wijlen Oth Aelbertsz, grofsmid, verklaard heeft schuldig te zijn aan Pieter Adriaensz Rijswijck en Willem Cornelisz Doncker 3402 gulden 12 stuivers, onder verband van een huis aan de westzijde van de Gouwe bij de St.-Joostbrug.