Regesten

Collectie

Objecten

Geavanceerd zoeken
  • Regest kloosters 955
    Schepenen oorkonden, dat Nelleke Hendricxdr, weduwe van Adriaen Jacob Janssen, en Quirijn Adriaensz, haar zoon, tot een overeenkomst zijn gekomen in zake de deling van de nalatenschap van hun man en vader.
  • Regest kloosters 956
    Schout en gezworenen van Stolwijk oorkonden, dat Claes Ghijsbertz Borger verklaard heeft te hebben verkocht aan meester Pieter van Asperen, poorter te Gouda, 8 Carolusguldens 5 stuivers per jaar aan rente, staande op zijn hofstede, zich uitstrekkende van de "halffven wegsloot tot die ree toe," alsmede op het vierde deel van 4 morgen land, zich uitstrekkende van de "halffven wegsloot tot de tienwetering toe", en ten slotte op het vierde deel van 2 morgen land, zich uitstrekkende van de Tiendwetering tot de ree toe, alle drie in Schonauwen. De rente is aflosbaar tegen de penning 16.
  • Regest kloosters 957
    De baljuw-schout en de gezworenen in het land van Stein oorkonden, dat Willem Cornelisz verkocht heeft aan mr. Pieter van Asperen, poorter te Gouda, een rente van 6 Carolusguldens per jaar, staande op zijn huis met 5 morgen land, gelegen in het land van Stein, zich uitstrekkende "uutter halver IJsel tot die Rewal toe," alsmede op 5 morgen land, mede daar gelegen. De rente is aflosbaar tegen de penning 16.
  • Regest kloosters 958
    Schout en gezworenen in Bloemendaal oorkonden, dat Mathijs Cornelisz Suydtbroecker verklaard heeft schuldig te zijn aan Anna Jacob Meesszoonsdr 3 Carolusguldens per jaar aan rente, aflosbaar met 8 pond groten Vlaams, onder verband van zijn huis in Bloemendaal, zich uitstrekkende van de Binnenkade tot de Zuidteindse wetering.
  • Regest kloosters 959
    Burgemeesteren, schepenen en raad oorkonden, dat de kerkmeesters van de St.-Janskerk verklaard hebben schuldig te zijn aan Jan Bos Florisz Minnen, wiens moeder is Alijt Floris Jansz Bosdr, een lijfrente van 12 Carolusguldens per jaar, zijnde de hoogste prijs van de loterij, in 1563 gehouden ten behoeve van de reparatie van de kerk.
  • Regest kloosters 960
    Pater, priorin, subpriorin en gemeen-capitularen van St.- Margrietenconvent verhuren aan het convent van St. Magdalena riet- en kleiland, gelegen over de IJsseldijk, benevens 3 1/2 viertel land, gelegen in de Willens, voor de tijd van 20 jaren, onder beding, dat het laatstgenoemde convent zal zorgen voor een behoorlijke bekading en afwatering. Als bemiddelaar tussen beide conventen treedt op Wouter Jacobsz (Maes), prior van het regulierenklooster.
  • Regest kloosters 961
    Cornelis Demets vergunt de pater van het klooster St. Maria Magdalena het beslag, te Bentschap, onder Dierick Goerissen, gelegd op penningen, bedragende per resto 38 Carolusguldens, en 7 guldens onkosten en geleend geld, alles ter voldoening van een door Lijsbet Mathijs aan het convent gemaakt legaat van 100 gulden.
  • Regest kloosters 962
    De moeder, ondermoeder en procuraetster van het convent van Sint Agnieten verklaren van haar medezuster Anna Zanders 16 gulden geleend te hebben uit het geld, dat deze zuster in bewaring gegeven had en dat bestemd was voor het kopen van schoenen, doeken en dergelijke zaken. Hiervoor zal Anna levenslang elk jaar 20 stuivers ontvangen.
  • Regest kloosters 963
    Notaris Cornelis Jan Lenartz instrumenteert, dat Gerryt Wiilemz, drapenierder, poorter, de pater en het gemeen-convent van St. Maria Magdalena aldaar belooft borg te blijven voor een rente van 4 pond per jaar, welke het convent heeft verleend aan heer Martijn Gerrytsz, zijn zoon, tot voorbereiding voor de priesterlijke staat. De borgstelling geschiedt onder verband van het aan Gerryt Willemsz toebehorende huis in Teeffvencoop.
  • Regest kloosters 964
    Broeder Claes Suermont, pater, zuster Anna Goessendr, moeder, zuster Aeltgen Hubrechtsdr, ondermoeder, zuster Adriaen Joestendr, procuratrix, en gemeen- conventualen van St.-Maria Magdalena-godshuis verklaren de som van 100 Carolusguldens, aan het klooster bij testament door Elyzabeth Mathijs, weduwe van Henrick Wans, vermaakt , te hebben ontvangen, zodat het convent niets meer van de boedel te vorderen heeft.
  • Regest kloosters 965
    Burgemeesters, schepenen, raad en vroedschap oorkonden, dat zij verkocht hebben aan Cornelis Dircxsz en zijn vrouw Alijd Floor Minnendr een lijfrente van 1 pond groten Vlaams per jaar, ten behoeve van Floris Cornelisz, kind van genoemde Alijd.
  • Regest kloosters 966
    Schout, baljuw en gezworenen in de vrije heerlijkheid van het land van Stein oorkonden, dat Cornelis Thonisz verklaard heeft schuldig te zijn aan het convent van de Magdelenen een rente van 2 Carolusguldens per jaar, staande op een huis met 2 morgen land, gelegen in de Willens.
  • Regest kloosters 967
    De erfgenamen van mr. Arent Willemsz sluiten een overeenkomst met Maritgen Pietersdr, weduwe van Ghijsbert Jacobsz, inhoudende, dat zij aan de laatste zullen restitueren een rente van 6 Carolusguldens per jaar, staande op een bleekveld, gelegen buiten de Dijkspoort; voorts een rente van 15 schellingen groten Vlaams per jaar, staande op een huis aan de Westhaven, en ten slotte een bedrag van 4 pond groten Vlaams, ineens te betalen.
  • Regest kloosters 968
    Commissarissen van het Hof van Holland geven akte van willige condemnatie inzake het accoord, op 1 mei 1566 gesloten tussen de erfgenamen van mr. Arent Willemsz en Maritgen Pietersdr, weduwe van Ghijsbert Jacobsz.
  • Regest kloosters 969
    Cornelis Jacobsz Houtman, Evert Jacobsz, Jan Aryensz en Pieter Lenertsz, timmerlieden en metselaars, brengen rapport uit over een taxatie, in opdracht van burgemeesters gedaan ten aanzien van de waarde van het klooster met erf van de Cellebroeders. Deze waarde wordt door hen - een rente van 7 Rijnse guldens buiten beschouwing gelaten - getaxeerd op 2500 Carolusguldens.
  • Regest kloosters 970
    Schepenen oorkonden, dat Allert Dircxz. Prent heeft verkocht aan de pater van de Collatiebroeders een tuin, gelegen aan de Boelekade. Deze tuin wordt door de genoemde pater weer verhuurd aan Allert Dircxz Prent voor 6 Carolusguldens per jaar. De huur is aflosbaar door betaling van 100 Carolusguldens.
  • Regest kloosters 971
    Schout en gezworen heemraden in het ambacht van Lekkerkerk oorkonden, dat Adriaen Gorisz zijn kleindochter Pietertje Dircxdr, wonende in het convent van St. Maria Magdalena, benoemt tot zijn erfgenamen, te zamen met haar broers en zusters; doch bij vooroverlijden van zijn kleindochter zal het convent niet in haar plaats erven.
  • Regest kloosters 972
    Notaris Cornelis Jan Lenartsz instrumenteert, dat Hillegont Gerritsdr, weduwe van mr. Willem Willemsz, droogscheerder, aan haar dienstmaagd Marytgen Hubrechtsdr het vruchtgebruik van al haar goederen vermaakt, behalve nader te noemen legaten. Tevens bepaalt zij, dat na overlijden van deze aan het convent van St. Maria Magdalena 6 rentebrieven zullen komen. Daarvoor zal het klooster jaarlijks uitreiken aan het convent van de Clarissen op de sterfdag van de erflaatster 6 Carolusguldens tot een maaltijd, op Witte Donderdag 2 Carolusguldens voor wijn en wittebrood, in de vasten 6 Carolusguldens voor romanie; voorts aan het klooster van de Minderbroeders op het jaargetijde van haar overleden broeder 4 Carolusguldens voor gebraden spijs of wijn, terwijl 6 Carolusguldens worden bestemd voor het doen lezen van een wekelijkse mis op vrijdag in het Magdelenenconvent. Voorts doet zij nog makingen aan de St.- Janskerk voor het glas in het kruiswerk, voor gordijnen aan het hoogaltaar, voor het onderhoud van het sacramentshuis en voor waslicht; aan de armenschool; aan het convent van St. Agnes voor een maaltijd en aan enige familieleden.
  • Regest kloosters 973
    Mr. Jan Suyrmont, pater, en Adriana Cornelisdr, mater van St. Maria Magdalenaklooster, verklaren ontvangen te hebben van de Heilige Geest-meesters in Den Haag 10 pond Hollands als lijfrente over een jaar voor haar geprofeste zuster Maritgen Jansdr.
  • Regest kloosters 974
    Schepenen verklaren in een zaak tussen Jan Daemsz, als procurator van de kerkmeesters van St.- Janskerk, en de pater van de Magdalenen, eisers enerzijds contra Harman Sterre en Sybrant Adriaenenz, verweerders anderzijds, over het gebruik van de buitenvesten van de stad, beginnende bij het riool van de Tiendewegspoort tot aan de Sluistoren, genaamd de Bagijnenbrug, de eisers niet ontvankelijk.