Regesten

Collectie

Objecten

Geavanceerd zoeken
  • Regest kloosters 915
    Schepenen in Delft oorkonden, dat mr. Cornelis Muys, confessor van Sinte Aechtenconvent, en mr. Willem Jacobsz Brasser, licentiaat in de godgeleerdheid, executeurs- testamentair van wijlen mr. Lambrecht Willemsz, proost te Namen en pastoor van de Oude Kerk te Delft, overdragen aan het Arme- Fraterhuis te Gouda, een akte van 6 Carolusguldens per jaar, lopende op Adriaen Henrickz., welke akte door deze akte gestoken is (nr. 877, 884 en 885), een en ander krachtens het testament van mr. Lambrecht Willemsz, die als voorwaarde gesteld heeft, dat voor deze rente steeds zal worden onderhouden een fraterken, aan te wijzen door de pater van Sint Catharina te Gouda.
  • Regest kloosters 916
    Zuster Johanna Dirckendr., moeder, zuster Cornelia Mattijsendr., ondermoeder, zuster Adriaen Joestendr., procuratrix, en gemeen- capitularen van Sinte Maria Magdalena dragen de rector van haar convent, Gherrit Jacobz., voor aan de pater van St. Aechtenconvent en aan de deken en hoofdmannen van de broederschap van de Apostelen te Delft een officie, in haar convent gesticht ter memorie van mr. Lambrecht Willemsz, proost van Namen en pastoor te Delft.
  • Regest kloosters 917
    Mr. Cornelis Muys, priester, confessor van het St. Aechtenconvent te Delft, en mr. Willem Jacobsz Brasser, priester en licentiaat in de godgeleerdheid, executeurs-testamentair van heer Lambrecht Willemsz, proost in Namen en pastoor van de Oude Kerk te Delft, verklaren ten overstaan van de secretaris der stede van Delft, met machtiging van 26 november 1553 van hun mede-executeurs (reg.nr. 914), dat heer Jan Thin, pater van het St.-Catharinaklooster, hun overlegd heeft een akte van niet-aanvaarding van 27 november 1551 door genoemd convent van het officie, gesticht door de testateur, waarbij een rente van 7 pond Vlaams en 9 jaar achterstallige rente aan het klooster wordt toegekend, onder verplichting van een dagelijkse mis, en verklaren voorts, dat het convent van St. Maria Magdalena dit officie wél geaccepteerd heeft.
  • Regest kloosters 918
    Burgemeesters en raad van Gouda oorkonden, dat broeder Willem Jacobsz, pater en confessor van de nonnen aan de Goude, ter voldoening aan de apostille, gesteld op het request, gericht door deze nonnen aan de Keizer, tot verkrijging van de geestelijke subsidie, een opsomming geeft van de renten, die het convent sinds het jaar 1534 afgelost of op een andere wijze verloren heeft, en van die, welke het convent er bij gekregen heeft.
  • Regest kloosters 919
    Schout, burgemeesteren en schepenen der stede van der Goude bevelen uit naam van de Kamer van justitie aldaar, dat allen, die rente verschuldigd zijn aan de altaren van S. Mathijs en S. Joris in de St.- Janskerk, deze uitsluitend zullen betalen aan Gheryt Baertsz.
  • Regest kloosters 920
    Broeder Willem Jacopz, rector van het convent van St. Marie, priorin, subpriorin en procuratrix verklaren, met consent van de generaal-prior van Sion, schuldig te zijn aan Hubert Meesz een rente van 6 Carolusguldens per jaar, te lossen de penning 16, onder verband van 6 1/2 morgen land, gelegen aan de Goudkade naast de Moortse rijtweg en het Lazarushuis.
  • Regest kloosters 921
    Pater, procurator en gemeen- convent, genaamd de Collatiebroeders, verklaren ontvangen te hebben uit handen van Jan Gerrit Heye Daemsz en Jan Gerrit Stempelsz, als uitvoerders van het testament van wijlen mr. Claes Jacobz, bijgenaaemd "die Jonge Schaer", een rentebrief (reg.nr. 748), die deze hun gelegateerd heeft. De rente bedraagt 3 schilden per jaar, is verschuldigd door Willem Ariensz te Ouderkerk en is aflosbaar tegen de penning 15. De Collatiebroeders hunnerzijds beloven jaarlijks 3 memoriën te houden, te weten voor de overledene, zijn vader en zijn moeder.
  • Regest kloosters 922
    Een aantal inwoners van Gouda getuigen - bij een onderzoek, op last van burgemeesters van Gouda ingesteld, naar misstanden in het convent der Cellebroeders - tegen de broeders en wijzen op verschillende laakbare toestanden.
  • Regest kloosters 923
    Jacop Brantz. en Aert Stevensz, voogden van de drie weeskinderen achtergelaten door Hendrick Ariensz, beloven ten overstaan van schout en gezworenen van Stolwijk, aan Arien Aertsz, man van de moeder van deze kinderen, in 1559 uit te betalen 5 1/2 schild en 7 groten, welk bedrag zal worden gevonden uit een rentebrief van 10 pond 8 schellingen, welke de weeskinderen lopende hebben op het klooster van de Collatiebroeders.
  • Regest kloosters 924
    Jacop Cornelisz verklaart ontvangen te hebben van broeder Maryenus Jansz van de Collatiebroeders 12 pond groten Vlaams, die hij op 16 februari 1556 aan hem geleend had. Het geld was afkomstig van een rentebrief, die Jacop Cornelisz gekregen had van Claes Adryaensz van Bercouwe.
  • Regest kloosters 925
    Aelken Griffaerdts verklaart ten overstaan van Adam Mulant, secretaris van de Westmaze, door bemiddeling van broeder Marinus, procurator van het convent van de Collatiebroeders, ontvangen te hebben 8 pond groten Vlaams tot uitkoop van zijn aandel in een rentebrief van 344 schilden, behorende aan de erfgenamen van Claes Adriaensz, en staande op een land, gelegen in Berkenwoude
  • Regest kloosters 926
    Mater en conventualen van Sinte Agnietenklooster delen, op verzoek van burgemeesteren en regeerders der stede van de Goude, de voorwaarden mede, onder welke zij bereid zijn er in toe te stemmen, dat de Gasthuismeesters de baten en schulden van het klooster overnemen en dat dit laatste mettertijd wordt omgezet in een bagijnhof.
  • Regest kloosters 927
    Door of vanwege het convent van Sinte Agnieten wordt een conceptovereenkomst gemaakt met de gasthuismeesters, waarbij de onroerende goederen van het klooster aan de gasthuismeesters zouden worden overgedragen, terwijl dezen van hun kant aan de conventualen een jaarlijkse uitkering zouden doen, terwijl het convent zou veranderd worden in een bagijnhof.
  • Regest kloosters 928
    De conventualen van het Sint Agnietenklooster sluiten een voorlopige overeenkomst met de Heilige Geest-meesters, waarbij dezen, tegen overgifte van alle land in Bloemendaal en alle gebouwen en rente, de schulden en lasten van het convent overnemen, dat mettertijd zal worden veranderd in een falie- begijnhof. Voor dit laatste zullen door de zusters 13 preuven worden gesticht van elk 1 pond groten Vlaams per jaar. Regels worden gegeven voor levenswijze en kleding van de toekomstige begijnen.
  • Regest kloosters 929
    De conventualen van het Sinte Agnietenklooster stemmen toe in de haar voorgelezen voorwaarden, opgesteld door de priors der regulieren ter Goude en op den Donck, tot overdracht van de baten en schulden van het convent aan de Heilige-Geestmeesters, welke voorwaarden gedeeltelijk in het stuk vermeld worden.
  • Regest kloosters 930
    De prior der regulieren ter Goude en de prior der regulieren op den Donck, visitatoren van het convent van Sinte Agnieten ter Goude, geven na overleg met de pastoor en deken van der Goude - om wille van de armoede van dit convent - hun voorlopige toestemming aan de overeenkomst, door de Agnieten gesloten met de Heilige- Geestmeesters, waardoor het klooster mettertijd zal worden veranderd in een bagijnhof.
  • Regest kloosters 931
    Burgemeesters, schepenen en raad der stede van de Goude, als opper- Heilige-Geestmeesters, verklaren, dat zij, met toestemming van de vroedschap en de veertig, uit naam van de Heilige-Geestmeesters, aan de conventualen van Sinte Agnieten waarborgen de nakoming van het contract, door de Heilige- Geestmeesters met het klooster gesloten, in het bijzonder wat betreft de uitbetaling van een vast bedrag per jaar aan de kloosterlingen, totdat deze zullen zijn uitgestorven.
  • Regest kloosters 932
    Moeder, onder-moeder, procuratrix, capitularen en alle gemeen-zusteren van St.- Agnietenconvent sluiten een definitieve overeenkomst met de Heilige Geest-meesters.
  • Regest kloosters 933
    Schout en schepenen in het gerecht van heer Kaerle Pernoot, proost van de S. Janskerk te Utrecht, oorkonden, dat mr. Jan van Bommel, officiaal van S. Jan, een rentebrief (nr. 909) ter waarde van 100 gulden, die jaarlijks 6 gulden opbrengt, staande ten name van Willem Segeromz., gegeven heeft aan zijn dienstmaagd Griet Dircksdr, door welke akte deze oorkonde gestoken is.
  • Regest kloosters 934
    Aert Stevensz en Jacob Bransz, voogden van de weeskinderen van wijlen Henrick Ariensz, komen overeen met Marinus Jansz Steenvliet, procurator van de Collatiebroeders, en met Frater Lenert Ariensz, broeder van de overledene, dat de weeskinderen niet meer zullen ontvangen dan een bepaald bedrag aan rente te weten over de jaren 1556, 1557 en 1558. Hierbij is in aanmerking genomen, dat het klooster aan Arien Artz, man van de weduwe van Henrick Ariensz, reeds 8 Rijnse guldens heeft voorgeschoten.