Regesten

Collectie

Objecten

Geavanceerd zoeken
  • Regest kloosters 895
    George van Egmond, bisschop van Utrecht, doet een nadere motivering geven van zijn weigering om de voorlopige overeenkomst goed te keuren, welke gemaakt was tussen de regulieren van Stein en het convent van de Brigitten in zake overname van dit klooster door de regulieren. De bisschop stelt een regeling voor, waarbij de Brigitten in een ander convent zullen worden opgenomen, doch haar renten en overige bezittingen zullen medenemen, terwijl de regulieren aan het klooster, waarin de Brigitten worden opgenomen, jaarlijks een bedrag zullen uitbetalen.
  • Regest kloosters 896
    Schout en heemraden in Berchambacht oorkonden, dat Arien Aertz. heemraad aldaar, verklaard heeft schuldig te zijn aan Outsgier Cornelisz 180 Rijnse guldens, waarvoor hij 10 Rijnse guldens per jaar aan rente zal betalen, welke renten staan op 6 morgen land, nu door hem bewoond, die zich uitstrekken van "grooten caycxswetering" tot "de ree."
  • Regest kloosters 897
    .... stelt voor - naar aanleiding van bezwaren, bij de Brigitten gerezen tegen het voorstel van de bisschop van Utrecht in zake overname van hun convent door de regulieren van Stein (regest nr. 895) - dat de Brigitten hun renten en overige bezittingen niet naar een ander klooster zullen medenemen, doch dat deze na taxatie door de regulieren zullen worden afgekocht.
  • Regest kloosters 898
    Enige niet nader genoemde personen leggen een verklaring af in zake de ligging en de belending van een stuk land, gelegen noordelijk en westelijk van de Oude Gouwe.
  • Regest kloosters 899
    Schepenen oorkonden, dat heer Adriaen Andriesz, zoon van Andries Barthoutsz, met de andere erfgenamen een overeenkomst gesloten heeft in zake zijn aandeel in de nalatenschap van zijn overleden vader.
  • Regest kloosters 900
    De Brigitten binnen Gouda dragen na schatting hun huis, erf en goederen over aan het convent der regulieren, behoudens toestemming van George van Egmond, bisschop van Utrecht.
  • Regest kloosters 901
    Schout en buurlieden in het ambacht van Waddinxveen oorkonden, dat Kars Aertsz verklaard heeft schuldig te zijn aan Gijsbert Bouwensz 2 pond groten Vlaams per jaar aan rente, staande op zijn hofstede met 31 morgen land, gelegen in Waddinxveen, zich uitstrekkende van de Zuidteindse watering westwaarts tot de Oickweg. De rente is losbaar de penning 18.
  • Regest kloosters 902
    Schout en buurlieden in het ambacht van Reeuwijk oorkonden, dat Jan Jansz verklaard heeft schuldig te zijn aan de pater of het gemeen-convent van de Collatiebroeders 17 schilden per jaar aan rente, staande op 8 morgen land, gelegen in de ban van Reeuwijk, zich uitstrekkende van de Schoenbrouxendijck tot de Oudeweg. De rente is losbaar door betaling van 300 schilden.
  • Regest kloosters 903
    Gijsbert Bouwensz verklaart, dat hij een akte (reg.nr. 901) van 2 pond Vlaams aan rente, staande op land, toebehorende aan Kors Aerntz, gelegen in Waddinxveen, gegeven heeft aan de Collatiebroeders, ten behoeve van de armen in Gouda. Deze akte treedt in de plaats van een rentebrief van 2 pond Vlaams, staande op het land van Koest Dirickz in Stolwijk (reg.nr. 871).
  • Regest kloosters 904
    Ministra en gemeen-convent van St. Catharina van de derder orde van Sinte Franciscus, staande in de Rozendaal, machtigen heer Jan Claesz (Thin), haar pater, om aan de executeurs van het testament van mr. Lambrecht Willemsz, pastoor in de Oude Kerk te Delft, mede te delen, dat zij de verplichting tot het opdragen van een dagelijkse mis in haar convent, waarvoor door de overledene een rente was vermaakt, niet wensen te aanvaarden.
  • Regest kloosters 905
    Schepenen oorkonden, dat de procurator van de Collatiebroeders bij een panding in 1551 gewonnen heeft 13 groten en 6 myten Vlaams per jaar aan rente, staande op het huis van Maerten Claesz, gelegen op de Goude, bij het Verlaet, welke rente afkomstig is van een rentebrief van 3 pond Hollands per jaar, daterende uit 1367.
  • Regest kloosters 906
    Schout en buurlieden in het ambacht van Koudekerk oorkonden, dat Dirck Willemsz olyslaeger en Symon Florys Hugensz Toll verklaard hebben schuldig te zijn aan Oudtsyer Cornelisz van der Goude, 12 gouden Karolusguldens per jaar aan rente, staande op 10 morgen land, toebehorende aan Symon Toll, en gelegen in het genoemde ambacht in de Hoge Waard (W = de Rijn; O = de Luttiche Rijn).
  • Regest kloosters 907
    Schepenen in Delft oorkonden, dat meester Cornelis Muys, pater van Sinte Aechteconvent, en meester Willem Jacobsz, licentiaat in de godgeleerdheid, executeurs- testamentair van mr. Lambrecht Willemsz, proost in Namen en pastoor van de Oude Kerk in Delft, overdragen aan het convent van Sinte Maria Magdalenen in der Goude een rente van 7 pond, te lossen de penning 18, en 9 jaren achterstallige rente ten laste van Delft, bedoeld in de akte van 28 oktober 1486, waardoor deze gestoken is (nr. 668). De zusters harerzijds zullen gehouden zijn in haar convent een dagelijkse mis te doen opdragen.
  • Regest kloosters 908
    Schepenen in Delft oorkonden, dat de executeurs-testamentair van mr. Lambrecht Willemsz, proost te Namen en pastoor van de Oude Kerk te Delft, overdragen aan het convent van St. Maria Magdalena een rente van 2 pond per jaar, bedoeld in de akte van 21 september 1535 (reg.nrs. 839 en 864), waardoor deze gestoken is, waarvoor de zusters een dagelijkse mis in haar convent zullen doen opdragen. Tevens wordt een rente van 1 pond aan het klooster overgedragen, opdat de zusters daarvan gedurende 6 vrijdagen in de vasten vis zullen kopen.
  • Regest kloosters 909
    Schout en schepenen in het proosdijgerecht van S. Jan te Utrecht oorkonden, dat Willem Segeromsz verklaart heeft ontvangen te hebben van heer Jan van Boommel, officiaal van S. Jan te Utrecht, de som van 100 Carolusguldens 40 groten Vlaams, waarvoor hij een rente zal betalen van 6 gulden per jaar, onder verband van een stuk land, waarop Willem Segeromsz woont en dat zich uitstrekt van de Myert tot boven op de Veen.
  • Regest kloosters 910
    Schout en buurlieden in het land van Stein oorkonden, dat broeder Jan van Emmerik, pater van de Collatiebroeders, uit naam van het convent verklaard heeft schuldig te zijn aan Marritgen Jan Derickz' weduwe uit Hoorn 3 pond groten Vlaams per jaar aan rente, staande op 1 1/2 viertel land, gelegen aan de Tiendeweg, zich uitstrekkende van de IJssel tot de Nieuwe Broekweg. De rente is losbaar door betaling van 300 Carolusguldens.
  • Regest kloosters 911
    Schout en buurlieden in het ambacht van Waddinxveen oorkonden, dat Meeus Eggerz. verklaard heeft schuldig te zijn aan Cornelis Claesz 1/2 pond groten Vlaams per jaar aan rente, staande op 3 morgen land, afkomstig van Jasper Govertsz, voorts op het aan Meeus Eggerz. toebehorende huis, met 6 morgen land, en ten slotte op 1 morgen land, welke landerijen gelegen zijn in Zuid-Waddinxveen tussen Pickelkade en Pickelsloot. De rente is aflosbaar tegen de penning 16.
  • Regest kloosters 912
    Schout en gezworenen in het ambacht van Stolwijk oorkonden, dat Cornelis Joestenz verklaard heeft van wege de Collatiebroeders betaald te zijn voor de overdracht van een rentebrief van 2 1/2 schild 7 groten per jaar.
  • Regest kloosters 913
    Pater en gemeen-convent der Collatiebroeders verklaren schuldig te zijn aan het St.-Agnietenklooster in de stad Lochem 5 gulden per jaar aan rente, staande op 1 1/2 morgen land, gelegen aan de Tiendeweg, zich uitstrekkende van de IJssel tot de Nieuwenbroeksweg. De rente is na 10 jaar losbaar door betaling van 100 gulden, welk laatste bedrag de Collatiebroeders nog schuldig waren aan de overleden pater van het St.- Agnietenconvent te Lochem, heer Anthonius van Hardenwijck.
  • Regest kloosters 914
    Guillam Zeegers, heer van Wassenhoeven enz., en Cornelis Suys, raden-ordinaris van de keizerlijke Majesteit in Holland, machtigen Cornelis Muys, pater- confessor van het convent van S. Aecht in Delft, en zijn neef. mr. Wilhelm Jacopsz, licentiaat in de godgeleerdheid, als hun mede- executeurs van het testament van mr. Lambrecht Willemsz, proost van Namen en pastoor van de Oude Kerk in Delft, om in hun absentie voort te gaan met de executie van het testament.