-
Regest kloosters 875
mr. Dirck Remboltz., prior, Marrygen Ewoudtsdr, mater, en de gemeen-zusteren van Sinte Agnietenconvent, verbinden zich een goot, die het Magdalenaklooster vergund heeft op zijn grond te maken, in goede staat te onderhouden in overeenstemming met het contract van 25 augustus 1495. Voorts is door 2 arbiters uitgemaakt, dat de mest van de koeien, behorende aan het S. Agnietenconvent, zal mogen worden opgeslagen achter dit klooster op het terrein van de Magdalenen, mits deze mest zo spoedig mogelijk wordt weggehaald.
-
Regest kloosters 876
Schepenen oorkonden, dat de Heilige-Geestmeesters verklaard hebben schuldig te zijn aan de Arme Fraters 1 pond groten per jaar aan rente, losbaar de penning 15. De rente is afkomstig van een akte van 10 februari 1504, lopende op de stad Gouda en staande ten name van Catrijn Gerrit Wrederickszoonsdr, welke akte door de Heilige- Geestmeesters en de vaders der Arme Fraters gemeenschappelijk gekocht is van meester Gerrit den Oesterlingh.
-
Regest kloosters 877
Schout en gezworenen in het ambacht van Bodegraven oorkonden, dat Adriaen Henrickz. verklaard heeft schuldig te zijn aan Jan Gerytz. Heye 6 Karolusguldens per jaar aan rente, staande op 19 1/2 morgen land, gelegen in het ambacht van Bodegraven, zich uitstrekkende zuidelijk van de Rijn tot de Korte Hoven. De rente is losbaar met 16 pond groten Vlaams.
-
Regest kloosters 878
Pater, priorin, subpriorin, procuratrix en het gemeen-convent van het Sinte Margrietenklooster erkennen ontvangen te hebben van Alijt Cornelis Aertszoon's weduwe 16 pond Vlaams tegen een rente van 6 Carolusguldens per jaar, staande op 2 viertel land, gelegen in de Willens in het land van Stein. De rente is losbaar de penning 16.
-
Regest kloosters 879
Schout en gezworenen in het ambacht van Gouderak oorkonden, dat Claes Ghijbertsz verklaard heeft schuldig te zijn aan Willem Willemsz Vroesen 6 schilden per jaar aan rente, staande op 6 morgen land, gelegen in genoemde ambacht, zich uitstrekkende vanuit de IJssel tot de landscheiding. De rente is losbaar met 100 schilden.
-
Regest kloosters 880
Notaris Theodericus Alberti Zeyst instrumenteert, dat Gijsbert Bouwensz Verdeel, poorter der stede van der Goude, tot zaligheid zijner ziel en tot lafenis van de ziel zijner ouders, aan de pater, procurator en gemeen-broeders, genaamd de Collatiebroeders, gegeven heeft 2 rentebrieven, gezamenlijk een rente opbrengende van 4 pond groten Vlaams per jaar, onder voorwaarde dat het klooster jaarlijks gedurende 48 weken een brooduitdeling onder de armen zal houden, met dien verstande dat wekelijks zoveel brood zal worden verstrekt als men voor 10 stuivers kan kopen. Bij lossing der rentebrieven zullen de gasthuismeesters van het S. Catharinagasthuis het klooster van advies dienen.
-
Regest kloosters 881
Pater en gemeen-convent van de Collatiebroeders verklaren ontvangen te hebben van Gijsbert Bouwensz Verdeel, ten behoeve van de armen, twee rentebrieven resp. van 2 juni 1533 (regest nr. 830) en van 13 juni 1544 (regest nr. 871), gezamenlijk ter waarde van 24 Karolusguldens min 2 stuivers, onder voorwaarde, dat het klooster elk jaar gedurende 48 weken zoveel stukken brood aan de armen zal uitdelen als men voor 10 stuivers kopen kan. De gasthuismeesters van het St.-Catharinagasthuis zullen op de uitvoering toezicht houden.
-
Regest kloosters 882
Notaris H. Wittez instrumenteert, dat de Cellebroeders van het convent van Sint Alexius, met name Govert Anthonisz, pater; Cornelis Ghijsbrechtsz, procurator; Daniel Jansz, Willem Jacobs en Claes Cornelisz, capitularen, verklaard hebben, dat zij ten behoeve van Aelbrecht Hermansz, klerk van het bisdom Utrecht, een officie van 5 missen per week in hun kerk stichten, waarvoor een rente van 22 Carolusguldens per jaar is vastgelegd. Voorts geeft Baert Aelbrechtsz, zijn oom, als supplement een officie van 1 mis per week, indertijd door zijn moeder gesticht in de Lazarenkerk te Gouda, waarvoor een rente van 4 Carolusguldens per jaar is uitgezet, staande op 8 morgen land, gelegen in de Nieuwenbroek. Een en ander is bestemd om te dienen als een titel voor de wijding van de begunstigde.
-
Regest kloosters 883
Schout, burgemeester, schepenen en raad der stad van Utrecht oorkonden, dat zij verkocht hebben aan Anna Saris Roloffszoonsdr, zuster in het convent van Sint Agnieten ter Goude, een lijfrente van 11 gouden Carolusguldens per jaar tegen een bepaalde som geld, die zij besteed hebben voor het voltooien van het hoofd te Hagesteyn en het graven en op diepte houden van de vaart.
-
Regest kloosters 884
Notaris Cornelis Lenertsz van der Goude instrumenteert, dat Wijnen Alewijntsdr, weduwe van wijlen Jan Hey Gerritsz heeft overgedragen aan meester Adryean van der Houff Dirrickz., licentiaat in de rechten, een akte lopende op Ariaen Henrickzoon's goederen in Bodegraven (regest nr. 877), die aan deze akte is aangehecht, en dat aan Adryaen van der Houff ten aanzien daarvan volledige procuratie wordt verleend.
-
Regest kloosters 885
Schepenen in Delf oorkonden, dat Adriaen Houf van der Goude, advocaat bij het Hof van Holland, heeft overgedragen aan mr. Cornelis Muijs, pater van Sinte Aechten te Delft, waardebrieven, waardoor deze gestoken zijn.
-
Regest kloosters 886
Schepenen oorkonden, dat Jan Cornelysz en Ghijsbrecht Jansz Moel, vaders van de Arme Fraters, beloofd hebben, dat deze iedere Donderdag op het hoge koor de mis zullen zingen ter ere van het Sacrament des Altaars en daarna een "De profundis" zullen bidden op het graf van Willem Vroussen en zijn vrouw. Zou ooit de bedoelde mis niet worden opgedragen, dan zullen de fraters des Vrijdags tussen 6 en 7 uur de mis bijwonen aan het Heilige Geestaltaar. Voorts zullen de broeders op het jaargetijde van Willem Vroussen en zijn vrouw een requiem-mis opdragen op het Heilige Geestaltaar of het Drievuldigheidsaltaar. Voor deze fundatie geeft Willem Vroussen aan de Arme Fraters een akte van 28 oktober 1525, van 1 pond groten per jaar, staande op 7 morgen land, gelegen in Outshoorn (nr. 808). Bij een eventuele aflossing daarvan zullen de vaders der Arme Fraters een nieuwe akte kopen, een en ander onder verband van een bedrag van 16 pond uit de goederen van het Fraterhuis.
-
Regest kloosters 887
Schout en buurlieden in Bloemendaal oorkonden, dat broeder Jan van Emmerik, pater van de Collatiebroeders, uit naam van zijn convent verklaard heeft schuldig te zijn aan meester Claes Jacobsz, genaamd "die Jonghe Schaer", 3 pond groten per jaar aan rente, onder verband van een stuk land, gelegen tussen de Kleiweg en de Winterdijk, alsmede op een ander stuk land.
-
Regest kloosters 888
Schout, buurlieden en landgenoten in Bloemendaal oorkonden, dat broeder Jan van Emmerick, pater van de Collatiebroeders, in naam van het gemeen-convent verklaard heeft schuldig te zijn aan meester Claes Jacopz, bijgenaamd "die jonghe Schaer", 3 ponden groten Vlaams per jaar aan rente, staande op een stuk land, gelegen tussen de Kleiweg en de Winterdijk. De rente is losbaar met 50 pond.
-
Regest kloosters 889
Broeder Jheronimus Claesz, pater van Sinte Brigittenklooster, en Claes Gherritsz, broeder van hetzelfde klooster, stellen - met toestemming van de priorin, de broeders en de zusters van het klooster - op verzoek van het stadsbestuur van Gouda een aantal voorwaarden vast, waarop zij bereid zouden zijn het gedeelte van hun klooster, waarin de mannelijke religieuzen verblijven, in gebruik af te staan aan de reguliere kanunniken van Stein (wier klooster is verbrand), een en ander onder de goedkeuring van de bisschop. De voor de Brigitten verplichte diensten zullen worden waargenomen, terwijl tevens bepaald wordt, dat ook in de toekomst nieuwe vrouwelijke religieuzen zullen mogen worden aangenomen. Bij weigering dezer voorwaarden wil het klooster alsnog met de regulieren onderhandelen over algehele overname door dezen van het convent, tegen toekenning van lijfrenten aan de Brigitten.
-
Regest kloosters 890
Prior en convent der regulieren van Stein doen - na een voorstel van het Brigittenklooster tot overname van dit convent door de regulieren - een tegenvoorstel. Zij geven er de voorkeur aan alle bezittingen van de Brigitten te aanvaarden met de baten en de lasten, en daarvoor aan de 10 overgebleven conventualen een jaarlijkse lijfrente van 6 pond groten Vlaams uit te betalen, terwijl de Brigitten hun kerkelijke officie kunnen blijven verrichten, eventueel geassisteerd door een der regulieren. Nieuwe zusters zullen niet meer mogen worden aangenomen, en na het uitsterven der tegenwoordige zullen alle bezittingen aan de regulieren komen.
-
Regest kloosters 891
Broeder Jheronimus Claesz, pater van het Brigittenklooster, broeder Claes Gheeritz., Gatruit Quirinusdr, priorin, alsmede de zeven overige conventualen van het klooster, sluiten met de regulieren van Stein een voorlopige overeenkomst inzake de overname door dezen van het Brigitten-convent, waarvoor broeder Henricus Henrici, prior in Stein, en broeder Robbertus Johannis, rector van het St. Margaretaconvent, in een onderschrift hun toestemming verlenen. Deze voorlopige overeenkomst stemt in hoofdzaak overeen met de voorstellen, door de regulieren gedaan, met dien verstande , dat voor elke kloosterling afzonderlijk een bepaalde lijfrente wordt vastgesteld.
-
Regest kloosters 892
De prior uit naam van de reguliere kanunniken van Stein sluit - in overleg met schout en burgemeesteren van Gouda - een overeenkomst met pater broeder Hyeronymus, broeder Claes Gerritsz, de priorin en de conventualen van Sinte Brigittencloester, welke in hoofdzaak overeenstemt met de voorlopige overeenkomst van 16 oktober 1549 (nr. 891) met dien verstande, dat na het uitsterven der Brigitten "het blauwe huis", met de huizen daarachter tot aan het S. Jacobsgasthuis, aan de stad Gouda zal komen, welke ook bij een eventueel vertrek der regulieren uit Gouda alle voormalige bezittingen der Brigitten zal overnemen.
-
Regest kloosters 893
Schepenen oorkonden, dat de pater van de Collatiebroeders, uit naam van gemeen-conventualen, onder bepaalde voorwaarden verkocht heeft aan Bouwen Gijsbrechtsz een kade, waarop een rente stond van 7 stuivers per jaar, voor welke rente hij aan de broeders vrijwaring belooft, alsmede voor de rente, staande op een tuin, die hij hun gegeven heeft. Haesgen Gerytsdr, moeder van Bouwen Gijsbrechtsz, en Styn Gijsbrechtsdr. verklaren 1/3 gedeelte van de kosten voor Bouwen Gijsbrechtsz te zullen betalen, mits zij ook 1/3 gedeelte van de baten, die de kade oplevert, zullen ontvangen.
-
Regest kloosters 894
Nicolaus a Novaterra, suffragaan van George van Egmond, bisschop van Utrecht, weigert uit naam van deze, de overeenkomst goed te keuren, welke is gemaakt tussen de regulieren van Stein en het convent der Brigitten in zake overname van dit klooster door de regulieren.