Regesten

Collectie

Objecten

Geavanceerd zoeken
  • Regest kloosters 835
    Pater en gemeen-broeders van St. Paulus, genaamd de Collatiebroeders, oorkonden, dat zij verkocht hebben aan meester Claes Jacobz Scaer die Jonge, priester, een rente van 3 Karolusguldens per jaar aan rente, staande op hun huizen in de Spieringstraat. De rente is aflosbaar tegen de penning 16.
  • Regest kloosters 836
    Schepenen oorkonden, dat broeder Jan van Emmerick, pater van de Collatiebroeders, uit naam van het convent, en Jan van Amsterdam, poorter, onderling zijn overeengekomen, dat Jan van Amsterdam tussen twee huizen, gelegen in Oudelle, op zijn kosten een goot zal doen aanleggen, voorts dat, als in de toekomst tussen beide huizen een geringere ruimte dan 2 1/2 duim zou overblijven, Jan van Amsterdam of zijn nakomelingen hun huis ten behoeve van de Collatiebroeders zullen ontruimen; ten slotte dat de pater aan zijn huis een voorhuis zal mogen maken, mits hij op zijn kosten daaraan een goot zal doen aanbrengen, die daarna op beider kosten zal worden onderhouden.
  • Regest kloosters 837
    Pater, procurator en gemeen- broeders van Sinte Jheronimusconvent binnen Delft verklaren, dat zij verkocht hebben aan Arnt Jacobz. een rente van 6 schellingen 8 penningen per jaar, losbaar door betaling van 32 Rijnse guldens.
  • Regest kloosters 838
    Gezworenen in Bercou oorkonden, dat Pieter Willemsz, schout aldaar, verkocht heeft aan Cornelis Jan Meesz een rente van 3 Carolusguldens per jaar, staande op 8 morgen land, gelegen in de Houffschat en op 2 morgen, eveneens gelegen in het ambacht Bercou.
  • Regest kloosters 839
    Schout en buurlieden in Waddinxveen en Peuluwen oorkonden, dat Adriaen Walichsz verklaard heeft schuldig te zijn aan Pouwel Florisz een rente van 12 Carolusguldens per jaar, staande op zijn huis met 9 1/2 morgen land, gelegen in Peuluwen. De rente is aflosbaar tegen de penning 16.
  • Regest kloosters 840
    Broeder Robbert Jansz, prior, broeder Herwijck Cornelisz, subprior, broeder Henrick Henricksz, procurator, en gemeen- capitularen van het convent van Stein, verklaren ontvangen te hebben van broeder Jan Adam Heyensz, rector van het convent van St. Maria Magdalena in Gouda, 300 Rijnse guldens, waarvoor het klooster van Stein jaarlijks op een aantal aangegeven feestdagen wijn- en brooduitdelingen zal doen. Voorts belooft dit klooster jaarlijks 12 missen te doen opdragen voor de zielerust van broeder Jan Adam Heyensz en zijn ouders, alsmede elke vrijdag een memento te doen houden, waarvoor het convent 10 pond Vlaams heeft ontvangen, terwijl het, bij nalatigheid, aan het klooster van de Magdalenen en aan het St.-Elisabethgasthuis elk 16 pond verschuldigd zal zijn.
  • Regest kloosters 841
    Broeder Jan Adam Heyez, rector van St.-Maria Magdalenaconvent, verklaart dat hij - met toestemming van zijn prior, broeder Robbrecht Jansz - aan het klooster opgedragen heeft 3 1/2 morgen land, gelegen in Bloemendaal, voorts een rente van 1 pond groten per jaar, te lossen de penning 16, staande op de goederen van Reyer Aertsz, vervolgens een rente van 1/2 Engelse nobel per jaar, staande op het hoekhuis van de Bostelbrug, en ten slotte een rente van 2 pond per jaar, staande op het huis van heer Jan Kielgen, gelegen ten noorden van de St.-Janskerk. Voor deze renten zal jaarlijks 5 maal aan de zusters uitgedeeld worden "gebraden of potbesten, hair porty trannekans vol mit romenie en een deutbroet", terwijl het klooster verplicht zal zijn 5 maal per jaar voor zijn zielerust een mis op te dragen.
  • Regest kloosters 842
    Notaris Splinterus Laurentiusz oorkondt, dat Maerten Ellertsz een verklaring aflegt over de bezittingen van de weeskinderen van Gerit Egbertsz, en dat hij zijn testament maakt, waarbij hij delen van zijn vermogen vermaakt resp. aan de St.- Janskerk, aan het St.- Catharinagasthuis, aan de Minderbroeders, aan de Claren en aan de Heilige Geest. Voorts maakt hij beschikkingen ten aanzien van zijn dochters Maritgen en Agnies, terwijl hij een som van 20 pond Vlaams vermaakt aan het Magdalenenklooster, en aan 2 begijnen in dit klooster 5 pond Vlaams. Het klooster zal over deze 5 pond geen zeggenschap hebben op verbeurte van 20 pond.
  • Regest kloosters 843
    Gherrit Hey Daemz verklaart te hebben overgedragen aan het zusterhuis van St. Maria Magdalena zijn rechten op 3 1/2 morgen land, gelegen in Bloemendaal, die hij gekocht heeft van Nanne Cornelisz, welk land zich uitstrekt van de Bloemendaalseweg "ten halve land."
  • Regest kloosters 844
    Schout en gezworenen in het ambacht van Stolwijk oorkonden, dat Ariaen Symonsz verklaard heeft schuldig te zijn aan de pater van de Collatiebroeders te Gouda 3 Karolusguldens per jaar aan rente, staande op zijn hofstede met 3 morgen land, gelegen "bove kirck up die noortsyde". De rente is losbaar door betaling van 54 Karolusguldens.
  • Regest kloosters 845
    Schout en gezworenen in het ambacht van Stolwijk oorkonden, dat Jan Anthonisz verklaard heeft schuldig te zijn aan de Collatiebroeders 6 Carolusguldens per jaar aan rente, staande op 4 1/2 morgen land, gelegen "beneer hoel" (benedenheul) aan de zuidzijde, en op zijn hofstede met 7 morgen land, gelegen Bovenkerk nz. De rente is losbaar de penning 16.
  • Regest kloosters 846
    Schepenen oorkonden, dat Jan Allertz verkocht heeft aan het convent van de Collatiebroeders een rentebrief van 3 Karolusguldens per jaar van 8 oktober 1526, waardoor deze akte gestoken is (nr. 809).
  • Regest kloosters 847
    Schout en schepenen der stede van Haestrecht oorkonden, dat Cornelis Jansz verklaard heeft schuldig te zijn aan Adriaen Matheüsz 1 schild 28 groten Vlaams, losbaar de penning 16, staande op zijn huis in Haestrecht.
  • Regest kloosters 848
    Schout en gezworenen in het ambacht van Stolwijk oorkonden, dat Cornelis Jansz verklaard heeft schuldig te zijn aan de Collatiebroeders 4 Karolusguldens en 10 stuivers per jaar aan rente, staande op zijn hofstede met 14 1/2 morgen land, gelegen in het Beijerse. De rente is losbaar door betaling van 72 Karolusguldens.
  • Regest kloosters 849
    Rector en gemeen-broeders van het convent van de Collatiebroeders oorkonden, dat zij verkocht hebben aan heer Jan Aerntz., priester, een lijfrente van 2 pond groten Vlaams per jaar, onder verband van hun huizen in de Spieringstraat (N = die stede waterscap; Z = de Begijnensteeg), en van een stuk land gelegen in Bloemendaal buiten de Tiendewegspoort voor de IJsselbrug.
  • Regest kloosters 850
    Pater en gemeen-broeders van het convent van de Collatiebroeders oorkonden, dat zij verkocht hebben aan Neel Gijsbertsdr van Bergen een lijfrente van 5 pond Hollands per jaar, onder verband van hun huizen, gelegen in de Spieringstraat, alsmede op 1 1/2 viertel land, gelegen in het land van Stein aan de Tiendweg. De rente is aflosbaar tegen het pond 16.
  • Regest kloosters 851
    Schout en gezworenen in het ambacht van Stolwijk oorkonden, dat Jan Ariensz alias Backer verklaard heeft schuldig te zijn aan heer Jacob Geritz 6 Karolusguldens per jaar aan rente, staande op 9 morgen land, gelegen "Beneerhoel" (Benedenheul) aan de zuidzijde, alsmede op zijn hofstede met 9 morgen land, gelegen Bovenkerk aan de noordzijde. De rente is losbaar de penning 18.
  • Regest kloosters 852
    Schout en gezworenen in het ambacht van Stolwijk oorkonden, dat Jan Anthonisz verklaard heeft schuldig te zijn aan heer Jacob Geritsz, priester, 12 schilden per jaar aan rente, staande op zijn hofstede en 7 morgen land, gelegen Bovenkerk nz, en op 4 1/2 morgen land, gelegen "beneerhoel" (Benedenheul) aan de zuidzijde. De rente is losbaar door betaling van 204 schilden.
  • Regest kloosters 853
    Schout en gezworenen in het ambacht van Stolwijk oorkonden, dat Jacob Geridtz. verklaard heeft schuldig te zijn aan heer Jacob Geridtsz, priester, 15 schilden per jaar aan rente, staande op zijn hofstede met 7 1/2 morgen land, gelegen Benedenkerk zz, alsmede op 7 morgen land, eveneens daar gelegen. De rente is losbaar de penning 18.
  • Regest kloosters 854
    Schepenen oorkonden, dat Willem Jansz, scoemaecker, en Frans Fransz, die glaesmaker, een overeenkomst hebben gemaakt in zake de bij de weeskamer berustende nalatenschap van wijlen Joris Mattheusz en zijn vrouw Brecht. Willem Jansz zal een rente van 1 pond groten Vlaams genieten, zolang zijn vrouw Brechte leeft, doch de rente zal na haar dood komen aan Frans Fransz De laatste bewilligt er in, dat Willem Jansz het eventuele aandeel van Frans Fransz krijgt in een zeker transport, dat nog bij de weeskamer berust. Voorts maken beide bepalingen in zake de deling der erfenis na hun overlijden.