-
Regest kloosters 815
Schout en gezworenen in Polsbroek in het gerecht van IJsselstein oorkonden, dat Dirc Jansz en Janneken (Munters), zijn vrouw, aan het convent van de Collatiebroeders te Gouda hebben overgedragen een rentebrief van 22 1/2 schild per jaar, oorspronkelijk verschuldigd door Jacob Rons, welke rente op 300 schilden na gelost is, zodat de akte thans nog slechts 15 schilden per jaar opbrengt.
-
Regest kloosters 816
Schout en buurlieden in het ambacht en het land van Moordrecht oorkonden, dat Gherrit Geerloffz., tollenaar van der Goude, verklaard heeft schuldig te zijn aan Lieven Gherritsz 3 pond groten Vlaams per jaar aan rente, staande op 4 viertel land, gelegen in het genoemde ambacht, met een oppervlakte van ca. 18 morgen, zich uitstrekkende van de Veenweg tot de Tiendeweg. De rente is aflosbaar tegen de penning 16.
-
Regest kloosters 817
Lyeven Gerritsz verklaart verkocht te hebben aan de pater van St. Paulusbroers 3 pond groten per jaar aan rente, staande op 18 morgen land, gelegen in Moordrecht, welk land toebehoort aan Gerryt Geerlofsz.
-
Regest kloosters 818
Broeder Jan van Emmeric, pater, en gemeen-convent, genaamd de Collatiebroeders, verklaren ontvangen te hebben van meester Heyman Claesz, door bemiddeling van broeder Cornelis Volpartz., de glaesmaker, 1 pond groten Vlaams, welk bedrag Heyman Claesz aan deze schuldig was van wege een glas, gemaakt ten behoeve van wijlen Jacob Mourisz, de vorige echtgenoot van Heyman Claeszoon's vrouw, met dien verstande dat, als nog een kwitantie van 9 Rijnse guldens, ondertekend door broeder Cornelis Volpartz., gevonden zou worden, het klooster het bedrag van 1 pond groten Vlaams vermeerderd met 3 Rijnse guldens, aan Heyman Claesz zal terugstorten.
-
Regest kloosters 819
Mr. Reynier Brunt, procureur- generaal en raad van Holland, stelt voorlopige voorwaarden vast voor een te sluiten akkoord tussen keizer Karel V en de stad Gouda, in zake aankoop door de grafelijkheid van het land van Stein.
-
Regest kloosters 820
Broeder Jan van Emmeric, pater van de Collatiebroeders, verklaart van wege het convent volledig betaald te zijn door Steyelt, Wouter Dericxzoon's weduwe, in zake een vordering, die het klooster had op haar huis aan de Oosthaven.
-
Regest kloosters 821
Broeder Jan (van Emmeric), pater van het Collatiehuis, verklaart, dat het klooster jaarlijks zal uitbetalen 2 Rijnse guldens aan Willem Kersz te Oudewater, zijnde het aandeel, dat hij heeft in een rente van 2 pond per jaar, staande op een huis aan de Oosthaven. De pater verbindt zich, voor het geval het huis de bedoelde rente niet meer zou opbrengen, de rente of de hoofdsom (32 Karolusguldens) uit de kas van het klooster aan Willem Kersz uit te betalen.
-
Regest kloosters 822
Schout en gezworenen in het ambacht van Stein oorkonden, dat Reynier Heynricxsz Paeu verkocht heeft aan mr. Lambrecht Willemsz van Delff, pater van St.- Catharinaklooster, een viertel land, gelegen in de Willens "streckende van der halven IJssel tot nyeuwen Broexweg toe".
-
Regest kloosters 823
Schout, burgemeetseren, schepenen en raad der stad van Utrecht oorkonden, dat zij met consent van de keizerlijke majesteit verkocht hebben aan broeder Franck Aelbert Foeckenz., wonende te Goude, een lijfrente van 7 pond 4 schellingen per jaar, tegen betaling van een bedrag, waarmede een achterstand wordt gedekt in de betaling van renten aan de burgers, ontstaan in 1527 - door toedoen van Henric Wilgersz - na de dood van kameraar Gerrit van Zwol.
-
Regest kloosters 824
Schout en buurlieden in het ambacht van Bloemendaal oorkonden, dat Nanne Cornelisz verklaard heeft schuldig te zijn aan Gheryt Fransz een rente van 12 Carolusguldens per jaar, onder verband van 3 1/2 morgen land, gelegen in Bloemendaal, zich uitstrekkende van de Bloemendaalseweg tot de Winterdijk. De rente is losbaar de penning 16.
-
Regest kloosters 825
Schout en buurlieden in het ambacht van Bloemendaal oorkonden, dat Regnier Aerntz verklaard heeft schuldig te zijn aan Collatiebroeders 1 pond Hollands per jaar aan rente, staande op 6 morgen land, gelegen in het genoemde ambacht, zich uitstrekkende van de Kleiweg tot de Winterdijk. De rente is losbaar de penning 16.
-
Regest kloosters 826
Schout en gezworenen in het ambacht van Stolwijk oorkonden, dat Jan Adriaensz verklaard heeft schuldig te zijn aan het convent van de Collatiebroeders 3 Rijnse guldens en 40 groten Vlaams per jaar aan rente, staande op zijn hofstede met 9 morgen land, gelegen boven de kerk. De rente is losbaar door betaling van 50 Rijnse guldens.
-
Regest kloosters 827
Bruninck Foeck en Joffrou Hadewich Dircks, weduwe van Gruenenberch, oorkonden, dat hun broeder Franck Aelbert Foeckenz., frater in het convent der Collatiebroeders, wanneer hij hen beiden overleven zal, uit hun goederen jaarlijks een lijfrente van 12 gulden zal ontvangen, met dien verstande dat na het overlijden van één hunner 6 gulden, en, na het overlijden van de tweede, 12 gulden zal worden uitbetaald. Bovendien zal hij na het heengaan van zijn zuster Hadewich een lijfrente van 48 pond per jaar ontvangen, die zij lopende heeft op de stad Utrecht. Ten slotte zullen hun erfgenamen gehouden zijn hem in de toekomst, wanneer hij in het klooster blijft, jaarlijks een toelage te verstrekken, indien hij daartoe op hen een beroep zal doen.
-
Regest kloosters 828
Claes Zegersz geeft zijn tuin, gelegen tussen de Cloveniersdoelen en het convent van de nonnen aan de Gouwe, ten gebruike aan genoemd convent tegen een pacht van 11 stuivers per jaar, totdat iemand uit zijn naam aan het convent 100 gouden Philippusguldens geeft.
-
Regest kloosters 829
Schepenen oorkonden, dat Aelbrecht Jacobsz smit, verkocht heeft aan meester Lambrecht Willemsz van Delff, pater van St. Catharina, een ledig erf, gelegen aan de westzijde van zijn huis op de hoek van de Tiendewegspoort.
-
Regest kloosters 830
Schout en gezworenen in het ambacht van Stolwyck oorkonden, dat Jacop Gerritsz verklaard heeft schuldig te zijn aan Gijsbert Bouwensz 17 schilden per jaar aan rente, staande op een hofstede en 12 1/2 morgen land, gelegen beneden de kerk. De rente is losbaar de penning 18.
-
Regest kloosters 831
Schout, buurlieden en landgenoten in Bloemendaal oorkonden, dat Tyebaudt Barrodot aan mr. Lambrecht Willemsz van Delft, biechtvader van St.- Catharinaklooster, vrijwaring beloofd heeft voor 2 morgen en 2 hont land, gelegen in Bloemendaal, buiten Tiendewegspoort, alsmede voor 4 morgen en 2 hont land, gelegen "van de weg aen 't Heylige- Gheestlandt". De vrijwaring geschiedt onder verband van Tyebaudts hofstede met 28 morgen land, gelegen in Bloemendaal tussen de Goudkade en de Winterdijk.
-
Regest kloosters 832
Frater Bonaventura de Machlina, provinciaal der Minderboeders- Observanten in de Nederduitse provincie, geeft vidimus van de oorkonde van Paus Innocentius VIII van 25 juni 1486 (nr. 665).
-
Regest kloosters 833
Schout en buurlieden in het ambacht van Bloemendaal oorkonden, dat Jan Jansz verklaard heeft schuldig te zijn aan het convent van St. Maria Magdalena een rente van 7 1/2 Carolusguldens per jaar, staande op 4 1/2 morgen min 1 hont land, gelegen in dat ambacht. De rente is losbaar de penning 16.
-
Regest kloosters 834
Schout en buurlieden in het ambacht van Snijdelwijk oorkonden, dat Jacob Evertz verklaard heeft schuldig te zijn aan Pieter Zijbrantz 2 pond Hollands per jaar aan rente, staande op 9 morgen land, gelegen in Snijdelwijk "boven weg", alsmede op de hofstede met 6 morgen land, toebehorende aan Jacob Evertz. De rente is losbaar de penning 16.