Regesten

Collectie

Objecten

Geavanceerd zoeken
  • Regest kloosters 755
    Schout en buurlieden in het land van Stein oorkonden, dat Gheen Jansz verklaard heeft schuldig te zijn aan Jan Jacopsz 9 Rijnse guldens per jaar aan rente, staande op een viertel land, gelegen in de Willens, zich uitstrekkende van de halve IJssel tot de Nieuwenbroekskade. De rente is losbaar de penning 20.
  • Regest kloosters 756
    Gharbrandus, rector, en overige broeders van het Sint Paulusconvent, genaamd het Collatiehuis te Gouda, verklaren tot aflossing van een vroegere akte, waarbij zij zich verbonden hadden ten behoeve van de broeders van het S. Hieronymusklooster te Delft een dagelijkse mis in hun klooster te zullen opdragen, aan het genoemde klooster een bedrag van 40 pond schuldig te zijn. Zij beloven daarvoor jaarlijks op de feestdag van Johannes de Doper een rente van 2 pond aan de broeders in Delft uit te betalen, waarbij zij zich het recht voorbehouden de hoofdsom geheel of gedeeltelijk te lossen.
  • Regest kloosters 757
    Frederik IV, markgraaf van Baden, bisschop van Utrecht, geeft aan de Collatiebroeders het recht om, ook wanneer de feestdag van Paulus' bekering valt op zondag septuagesima of daarna, op die dag bepaalde lofzangen ter ere van deze heilige te zingen, alsook om dan eventueel het octaaf van die feestdag te vieren. Zij verkrijgen tevens het recht om op 30 juni bepaalde gedeelten van het brevier te zijner ere te bidden en ten slotte, om, wanneer gedurende de tijd van het octaaf van Pinksteren af tot aan Advent, en van het octaaf van Driekoningen af tot aan septuagesima, éénmaal per week de "horae" voor de patroonheilige gebeden worden, dit beurtelings te doen ter ere van St. Paulus en St. Martinus.
  • Regest kloosters 758
    Frederik IV, markgraaf van Baden, bisschop van Utrecht, erkent de echtheid van een reliek, door Jacobus Coelman op 29 september 1506 aan de Collatiebroeders gegeven op aandrang van de minderbroeder Gerardus van Gouda, te weten een gedeelte van een rib van St. Paulus, welke - afkomstig uit Rome - vroeger door een graaf van Nassau aan het Cisterciënserklooster Solismons in het bisdom Luik geschonken was. Tevens verleent hij een aflaat van 40 dagen toties quoties, wanneer men in de kerk van de Collatiebroeders en bij de bedoelde reliek bepaalde gebeden zal doen, of zal bijdragen tot het onderhoud van de kerk of tot versiering van het beeld van St. Paulus, waarin de reliek is geborgen.
  • Regest kloosters 759
    Pater en gemeen-broeders van het Collatiehuis van St. Paulus verklaren dat zij Marritgen Claesdr en Jan Heynricz. Shoorn, haar overleden man, uit dankbaarheid voor de weldaden van hen ondervonden, aan al hun geestelijke goederen deelachtig maken.
  • Regest kloosters 760
    Dirck van Bockhoven verkoopt ten overstaan van schepenen van Gouda aan Goedert van Zuydoert een huis in de Peperstraat. De enen helft wordt door Goedert van Zuydoert gekocht voor hem zelf, en de andere helft koopt hij in zijn kwaliteit als voogd van Margriete Heinricxdr. van Outhuesden.
  • Regest kloosters 761
    Goedert van Zudoert en Margarete Henricxdr. van Outhuesden verhuren aan Dirryck van Bockhovenen een huis, dat zij van hem gekocht hebben tegen een huurprijs van 1 pond groten Vlaams; Dirryck van Bockhovenen zal het huis kunnen terugkopen tegen betaling van 16 pond.
  • Regest kloosters 762
    Schout en landgenoten in het ambacht van Calver en Broeck oorkonden, dat Dirc Jansz verklaard heeft schuldig te zijn aan meester Claes Scaer, priester, 2 schilden 14 stuivers per jaar aan rente, staande op zijn hofstede met 9 morgen land, gelegen in het genoemde ambacht. De rente is losbaar de penning 15.
  • Regest kloosters 763
    Schout en gezworenen in Polsbroek, in het gerecht van IJsselstein, oorkonden, dat Jacob Rons verklaard heeft schuldig te zijn aan Deric Jan Jacobszoonsz 22 1/2 Beierse guldens per jaar aan rente, staande op 7 morgen land, gelegen in Polsbroek (W = de kerk van Polsbroek), en op 1 viertel land, gelegen in Polsbrouck, die Jacob Rons gemeenschappelijk bezit met de heren van de Duitse orde te Utrecht. De rente is losbaar de penning 20.
  • Regest kloosters 764
    Gherryt Bramsz in Stolwijk verklaart dat hij met ingang van 22 februari 1508 van heer Ghijsbrecht Raet Willemsz, priester, voor 4 jaar gehuurd heeft 4 morgen en 4 hont land, gelegen in Stolwijk.
  • Regest kloosters 765
    Schepenen oorkonden, dat Lambert Pietersz aan Evert Jacobsz gedurende 2 jaar en 6 weken vrijwaring beloofd heeft voor het huis, dat hij hem verkocht heeft, en dat gelegen is aan de Kleiweg "naest de Magdalenenhuysinge ende erven noortwerts". De vrijwaring geschiedt onder verband van een aan Lambert Pietersz toebehorende windmolen, staande buiten de Tiendewegspoort.
  • Regest kloosters 766
    Burgemeesteren, schepenen, raad en ingezetenen van Delft oorkonden, dat - met octrooi van de grafelijkheid en onder toestemming van de vroedschap - zij verkocht hebben aan het convent van St. Paulus te Gouda, genaamd de Collatiebroeders, 5 pond groten Vlaams per jaar aan rente, losbaar het pond 18.
  • Regest kloosters 767
    Schepenen oorkonden, dat Louweris Pietersz verklaard heeft schuldig te zijn aan Geertruudt Gijsbertsdr 40 schilden, staande op een huis met bleekveld, gelegen aan "der stede singel" tussen de Tiendewegspoort en de Kleiwegspoort.
  • Regest kloosters 768
    Schout en buurlieden van het land van Stein oorkonden, dat meester Heynrick Degenaer, pater van de Magdalenen, Gerrit Pietersz, beide heemraden van de Willens, de pater van Sinte Margriete, alsmede Jan Jansz, Dirrick Dirricxs en Ghijsbert Hermensz gezamenlijk verpacht hebben aan het convent van Sinte Catharina twee kaden, gelegen in de Willens bij Meyntges wetering.
  • Regest kloosters 769
    Heer Jan Allertz, proost van Bethlehem in Den Haag, alsmede proostinne en gemeen-convent, verklaren voldaan te zijn van wege Govert van Zuytoort en de pater van de Collatiebroeders ter zake van alle vorderingen, die zij hadden op een huis in de Vlamingstraat.
  • Regest kloosters 770
    Burgemeesteren, schepenen en raad der stede van der Goude oorkonden, dat Wouter Jansz, smit, en Dirck Jansz onder ede verklaard hebben, dat Symon Jacobsz en Ewout Jansz, poorters van Gouda, gekocht hebben van Jan Dircxsz, wonende te Amsterdamme, een scheepslading kerkpalen, onder voorwaarde dat zij aan hem te Dordrecht leveren zouden een partij "smeekoeken". De laatste verklaart, dat hij door afwezigheid zijnerzijds niet aan zijn verplichting heeft kunnen voldoen.
  • Regest kloosters 771
    Schout, buurlieden en landgenoten in het land van Stein oorkonden, dat Dirrick Dirricxz. aan het convent van St. Catharina vrijwaring beloofd heeft voor 2 viertel land, geheten "die steenen", die hij aan het genoemde klooster verkocht heeft, gelegen in de Willens, zich uitstrekkende "van den nuwen broeck" tot aan de halve IJssel. De vrijwaring geschiedt onder verband van de helft van de "stenen camer" en de helft van 3 1/2 viertel land, die Dirrick Dirricxz bezit in het land van Stein.
  • Regest kloosters 772
    Schepenen oorkonden, dat Reyer Reyersz van Vloeten aan Magdaleen Geryt Luten's weduwe gedurende 1 jaar en 6 weken vrijwaring beloofd heeft voor 2 kamers en erven, gelegen in de Vuilsteeg. De vrijwaring geschiedt onder verband van zijn huis gelegen in de Spieringstraat.
  • Regest kloosters 773
    Schepenen oorkonden, dat Claes Cornelisz aan het convent van St. Maria Magdalena vrijwaring beloofd heeft voor 5 viertel land, die hij aan het klooster verkocht heeft en welke gelegen zijn in Bloemendaal, zich uitstrekkende van de Bloemendaalseweg tot de Dwarssloot. De vrijwaring geschiedt onder verband van zijn huis in Hontscoop.
  • Regest kloosters 774
    Ghijsbrecht Raet Willemz, priester, vicaris van het S. Andriesaltaar in de St.-Janskerk, komt overeen met de pater van de Collatiebroeders, dat hij aan de laatste betalen zal 25 pond groten Vlaams voor het onderhoud van zijn neef Jan Gherrytz Coeninck, behalve nog 2 schilden, die hij gelost heeft voor en stuk land in Stolwijk.