Regesten

Collectie

Objecten

Geavanceerd zoeken
  • Regest kloosters 593
    Schepenen van Schoonhoven oorkonden, dat Willem die Weldich, Gherit Willem en Aerntgen Evert Bruyninx' weduwe hebben overgegeven aan Jan Claesz ten behoeve van Jannegen Veymbert Aerntzoonsdr de akte, waardoor deze gestoken is.
  • Regest kloosters 594
    Schepenen oorkonden, dat de gasthuismeesters van St.- Catharinagasthuis verklaard hebben schuldig te zijn aan het klooster van Sint Paulus 1 Engelse nobel per jaar aan rente, onder voorwaarde dat de Collatiebroeders voor Jan van Zijl Jacobsz op Johannes' onthoofding (29 augustus) een vigilie zullen doen van drie lessen, en jaarlijks 31 missen zullen doen opdragen, waarvoor het gasthuis van Jan van Zijl Jacobsz 50 nobelen ontvangen heeft.
  • Regest kloosters 595
    Schout, burgemeesters en vroedschap oorkonden, dat Armbout Gerytz aan Jan Stempelz en Geryt Veenman heeft overgedragen een huis aan de Groeneweg, ten behoeve van "arme clercken", welke daar onderwijs zullen ontvangen. Het huis zal door de paters der conventen van Sint Paulus, van St. Catharina, van St. Maria Magdalena en van St. Agnes, alsmede door de drie schenkers, jaarlijks viermaal gevisiteerd worden, terwijl de leiding zal berusten bij de pater van het eerstgenoemde convent. De leerlingen zullen minsten 12 jaar oud moeten zijn, minstens een jaar te Gouda gewoond hebben, en de bedoeling hebben kloosterling te worden. Zij zullen gehouden zijn dagelijks een "Miserere" en een "De profundis" te bidden voor Armbout Geritsz, zijn vrouw Margriet Jansdr, Claes Hugenz en hun ouders. De Heilige Geest-meesters zullen mede op de leerlingen toezicht uitoefenen en hun jaarlijks die bijdragen voor hun levensonderhoud in natura verstrekken, welke zij aan de Collatiebroeders geven. Armbout Geritz fourneert nog 10 pond Hollands per jaar aan tuinrente ten behoeve van de "arme clercken".
  • Regest kloosters 596
    Schout, burgemeesteren, schepenen en vroedschap oorkonden, dat de Heilige Geest-meesters het Collatiehuis overdragen aan de paters van Delft, Deventer en Zwolle en aan de tegenwoordige paters van het huis te Gouda, onder voorwaarde dat daarin steeds priesters en klerken zullen wonen en leven volgens de regel, die in de genoemde plaatsen gevolgd wordt. Zij zullen zorg dragen, dat de collaties geregeld gehouden worden; bij verlaten van het huis door de broeders zullen de Heilige Geest- meesters het bestuur weer overnemen. Het stadsbestuur geeft het Collatiehuis gelijke bescherming als de andere kloosters.
  • Regest kloosters 597
    Schepenen van Schoonhoven oorkonden, dat Gheryt Jongen Florysz afgestaan heeft aan Suppyna, mater van de besloten nonnen van Sinte Marienconvent aan de Gouwe, 3 schilden 3 stuivers per jaar aan rente, staande op 1/3 gedeelte van een huis aan de Visbrug te Schoonhoven, en op zijn bierbrouwerij, gelegen in de Twijstraat, mede onder verband van de goederen van zijn broeder Pieter Jonghe Florysz De rente is aflosbaar tegen de penning 20.
  • Regest kloosters 598
    Schepenen oorkonden, dat Willem Willemsz en Arien Geritz. zijn overeengekomen, dat de laatste een water-afvoer zal hebben aan de oosteinde van zijn huis in de Matgin Dappersteeg, naast dat van Willem Willemsz, en dat hij de heining tussen beide huizen in goede staat zal onderhouden.
  • Regest kloosters 599
    Gotfridus, bisschop van Tricola en abt van de abdij S. Clemens te Yburgum, vicaris-generaal van de bisschoppen David van Burgundia, bisschop van Utrecht, en Conradus de Diepholte, bisschop van Osnabruga, geeft uit hun naam bij gelegenheid van de wijding van het altaar, opgericht ter ere van de Heiligen Andreas, augustinus, Maria Magdalena, Sebastianus en Catharina, aan de "sorores conversae" te Gouda een aflaatbrief van 40 dagen, in het bijzonder voor hen, die bij dit altaar of bij het Maria-beeld zullen bidden.
  • Regest kloosters 600
    Schepenen oorkonden, dat Pieter Louwerijsz verklaard heeft 70 schilden schuldig te zijn aan zijn kinderen, Gheertruit Pietersdr en Marritgen Pietersdr, uit te betalen, wanneer deze kinderen 16 jaar oud zullen zijn, telkens met 5 schilden per jaar, een en ander onder verband van zijn tuin en erf, gelegen buiten de Kleiwegspoort.
  • Regest kloosters 601
    Gelis Ghijsbrechtz. geeft aan het convent van Sinte Marien aan de Goude 2 akten resp. 1 maart 1452 betreffende een rente, staande op een huis in de Twystraat (nr. 420), en van 5 juli 1464 betreffende een rente, staande op huizen in de Peperstraat en de Symon Judenstraat (nr. 533), onder voorwaarde dat het klooster hem zijn leven lang zal onderhouden.
  • Regest kloosters 602
    Schepenen van Schoonhoven oorkonden, dat Frederic Pieterz. heeft overgegeven aan Coman Jan Claesz ten behoeve van Jannegen Veymbert Aerntzoonsdr 1 schild per jaar aan rente, staande op zijn huis aan de Oude Haven. De rente is aflosbaar tegen het schild 14.
  • Regest kloosters 603
    Godefridus, bisschop van Tricola, abt van het klooster van St. Clemens te Yburgum, vicaris-generaal van bisschop David van Bourgondië en van Conradus de Diepholte, bisschop van Osnabrück (D), verleent - op verzoek van rector Henricus - een aflaat van 40 dagen aan hen, die op het feest van de wijding van het St.-Elisabethsaltaar in de kapel van de Collatiebroeders bepaalde gebeden of goede werken zullen verrichten. De wijding van het bedoelde altaar heeft plaats gehad op 3 juli 1476, en het wijdingsfeest zal elk jaar gevierd worden op de zondag na het wijdingsfeest van de kapel.
  • Regest kloosters 604
    Rector en gemeen-broeders van St. Paulus, genaamd Collatiehuis, oorkonden, dat zij ontvangen hebben van Aechte, de vrouw van Vrederic Gerytsz, een schepenbrief van 5 schilden per jaar aan rente, staande op een huis in Schoonhoven, onder de bepaling, dat zij voor de ziel van haar en de haren jaarlijks 52 missen zullen opdragen; als deze last te drukkend zou worden, zal de rentebrief aan de Heilige-Geestmeesters worden overgedragen.
  • Regest kloosters 605
    Rector en gemeen-broeders van St. Paulus, genaamd het Collatiehuis, oorkonden, dat zij schuldig zijn aan Aechte, echtgenote van Vrederic Geryt, een jaarlijkse uitkering van 5 schilden; voorts belooft het klooster na haar overlijden jaarlijks 52 missen te zullen opdragen voor de zielerust van haar en de haren. Wanneer de broeders ooit daartoe niet meer in staat zullen zijn, zullen zij de akte, welke zij van Aechte hiervoor ontvangen hebben, overdragen aan de Heilige- Geestmeesters.
  • Regest kloosters 606
    Schepenen oorkonden, dat Willem Pietersz en Heynric Aelbrechtsz aan Gelys Block als vertegenwoordiger van het klooster van Sinte Marien aan de Goude vrijwaring beloofd hebben voor alle tuinrenten, staande op een hofstede, gelegen in de Lazarusvenne, welke renten zij aan het genoemde klooster verkocht hebben.
  • Regest kloosters 608
    Adam de Kraenleyde, pastoor en rector van de parochiekerk van S. Johannes Baptista, verleent aan het S. Claraklooster van de derde orde van S. Franciscus dezelfde rechten, die zijn voorganger Petrus Enguechin op 10 juli 1470 (zie nr. 558) en Arturus de Borbon op 1 november 1475 hebben verleend, terwijl de daarvoor aan hem te geven vergoeding eveneens gelijk zal blijven. Bovendien beloven de zusters eens per jaar een jaargetijde met vigilie van negen lessen te houden voor de overleden pastoors, onderpastoors en kapelaans der parochie.
  • Regest kloosters 609
    David van Bourgondie, bisschop van Utrecht, geeft vidimus van de oorkonde, waardoor deze gestoken is (nr. 608)
  • Regest kloosters 610
    Schepenen van Schoonhoven oorkonden, dat Wouter Govertz. van Barrevelt heeft overgegeven aan Jan Claesz, ten behoeve van Jannegen Veymbert Aertzoonsdr 1 schild per jaar aan rente, staande op een huis in de Wytstraat. De rente is aflosbaar de penning 14.
  • Regest kloosters 611
    Adam de Kraenleide, pastoor van de parochiekerk te Gouda, staat toe aan de Collatiebroeders, dat hun rector of een andere priester van het huis, door hem gemachtigd, de biecht zal horen van de broeders, van de commensalen en van de zieke gasten. Voorts ontvangen zij het recht om aan hen de sacramenten van de H. Eucharistie en van het H. Oliesel uit te reiken, alsook deze sacramenten te bewaren. Zij mogen een kapel met altaren en een kerkhof hebben; zij en andere geschikte priesters zullen het recht hebben daar missen op te dragen en andere officies te houden met klokgelui. Op hun kerkhof zullen overleden broeders, commensalen en gasten begraven mogen worden. In hun kapel zal het woord Gods verkondigd mogen worden op een uur, waarop in de parochiekerk niet wordt gepreekt, en tijdens de collatie zal gecollecteerd mogen worden. De broeders zullen nimmer verplicht worden tot bijwoning van diensten in de parochiekerk of tot deelname aan processies, door de parochiegeestelijken georganiseerd. Zij zullen in hun kerk een offerblok mogen plaatsen tot het inzamelen van aalmoezen.
  • Regest kloosters 612
    Schout en buurlieden in het ambacht van Randenburg oorkonden, dat Dirrick Hagensz aan Dirrick Melisz vrijwaring beloofd heeft voor een huis met 5 morgen land, gelegen in Raamburg, zich uitstrekkende van de Raamburgerweg tot de Middelburgseweg. De vrijwaring na verkoop geschiedt onder verband van een aan Dirrick Hagensz toebehorende weer land, eveneens gelegen in Raamburg, noordwaarts grenzende aan de "papelicke prouven" van Middelburg en zich uitstrekkende van de Middelburgseweg tot de landscheiding.
  • Regest kloosters 613
    Maximiliaen en Marie, hertog en hertogin van Oestenryck, oorkonden, dat aan Willem Danielsz, die 5 morgen land, gelegen in het land van Haestrecht boven de kerk, van de grafelijkheid in "rechte leen" heeft, toegestaan wordt, dat dit leen wordt veranderd in een erfleen, tegen betaling van 12 pond 7 schellingen 6 penningen per jaar en dat daarna dit erfleen aan hem in vrije eigendom wordt gegeven tegen betaling van 16 pond 10 schellingen