-
Regest kloosters 513
Schepenen oorkonden, dat heer Henrick Gijsbrechtsz, priester en pater van het Collatiehuis, verkocht heeft aan Diewair Diric Jacob Vrederixz' weduwe 6 guldens per jaar aan rente, staande op het huis der Collatiebroeders, gelegen in de Spieringstraat, onder belofte dat de pater binnen 5 of 6 jaren deze rente elders zal onderbrengen. Voorts belooft heer Henric een wekelijkse mis te zullen doen opdragen ten behoeve van Diewair; bij in gebreke blijven zal het klooster aan haar nakomelingen 120 gulden betalen.
-
Regest kloosters 514
Rector en gemeen-broeders van het Collatiehuis oorkonden, dat zij verkocht hebben aan het convent van Sinte Katharinen en Sinte Elizabeth, van de derde orde van Sint Franciscus, staande in de Rozendaal, 2 Engelse nobelen per jaar aan rente, te lossen de penning 20.
-
Regest kloosters 515
Schepenen oorkonden, dat Airnt Gijsbrechtsz aan Geryt Veenman gedurende 1 jaar en 6 weken vrijwaring beloofd heeft voor een tuin, die hij hem verkocht heeft, en welke gelegen is in de Vogelenzang (N en Z = gebouwen van de "zusteren van Sinte Maria Magdalenen").
-
Regest kloosters 516
Magister Symon de Laude, professor in de godgeleerdheid, bisschop van Siliwri, biechtvader en raadsheer van de hertog van Bourgondië en de hertog van Brabant en "pastor verus" van de parochiekerk van Gouda, staat op verzoek van de priesters en clerici van het Collatiehuis toe, dat de priesters die daarin verblijven van broeders en commensalen de biecht zullen horen, alsmede hun de H. Communie en het H. Oliesel uitreiken. Ook zal hun de reservatie der sacramenten worden toegestaan. Voorts zullen zij de mis mogen opdragen en andere heilige diensten houden, waarbij de klok geluid zal mogen worden. Hun kerkhof zal mogen dienen tot het begraven van de kloosterbroeders, maar ook van anderen, die bij hun leven daartoe de wens hebben te kennen gegeven, met dien verstande dat voor elk van dezen aan de pastoor van de parochiekerk een gouden kroon zal worden uitbetaald. Er zal geregeld gepreekt mogen worden, mits dit niet geschiedt op hetzelfde uur waarop in de parochiekerk gepreekt wordt. Het klooster zal voor al deze voorrechten aan de pastoor jaarlijks 2 Arnoldusguldens betalen.
-
Regest kloosters 517
Bisschop David van Bourgondië bevestigt aan de Collatiebroeders de voorrechten, hun door Symon de Laude verleend bij oorkonde van 6 juli 1462 (reg.nr. 516), en geeft hun voorts het recht bij meerderheid van stemmen visitatoren te kiezen die - behoudens het bisschoppelijk recht van visitatie - tucht zullen mogen uitoefenen. Op hun advies zullen de kloosterstatuten gewijzigd en de overtreders dezer statuten gestraft mogen worden. De broeders, alsook de commensalen en gasten, zullen van de rector of van een door hem gemachtigd priester de absolutie mogen ontvangen, terwijl de rector deze van een door hem zelf gekozen priester zal kunnen verkrijgen, bij welke vergunningen ook de absolutie voor gevallen, aan de bisschoppelijke stoel voorbehouden, is ingesloten. In het klooster zal op draagbare altaren de mis mogen worden opgedragen. Dit en het begraven van de doden op het kerkhof van het klooster zal ook voortgang hebben tijdens een interdict, behoudens in bepaalde gevallen. Zij zullen hun kapel, altaren en hun bidplaatsen, zonder nader verlof van de bisschop mogen laten wijden, alsook deze verplaatsen of veranderen, wanneer dit hun goeddunkt. Zij zullen hun clerici door een willekeurige bisschop, op titel van de gemeenschappelijke goederen van het huis, mogen laten wijden, wanneer deze clerici tot het priesterambt geschikt worden bevonden, met dien verstande, dat zij in handen van de bisschop of zijn vicaris een eed van gehoorzaamheid aan de regels van het Collatiehuis zullen afleggen indien zij niet zullen intreden in een andere erkende orde. De Collatiebroeders zullen het recht hebben om de goederen van het klooster te vervreemden en daarvoor andere aan te schaffen, alsmede een kloosterzegel te gebruiken. De bisschop plaatst de personen en goederen van het klooster onder de bijzondere bescherming van St. Maarten. De gebouwen en goederen worden tot kerkelijk goed verklaard en het zal niemand van de bewoners geoorloofd zijn om zelf bij testament over zijn goederen te beschikken.
-
Regest kloosters 518
Bisschop David van Bourgondië hecht zijn goedkeuring aan de overgave van het Collatiehuis door de Heilige Geest-meesters aan de priesters Henric van Erp c.s.
-
Regest kloosters 519
Schepenen oorkonden, dat Meyster Jan Smeer verklaard heeft schuldig te zijn aan Vrederick Gherytsz 1/2 Engelse nobel per jaar aan rente, staande op zijn huis aan de Vismarkt.
-
Regest kloosters 520
Judocus (Borre), bisschop van Hieropolis, vicaris-generaal van bisschop David van Bourgondië, oorkondt, dat hij de kapel van de fraters Hieronymianen te Gouda gewijd heeft, alsmede vijf met name genoemde altaren. De kapel is toegewijd aan God, aan de maagd Maria en St. Paulus. Hij stelt de wijdingsfeesten van de kapel en altaren vast, en verleent een aflaat van 40 dagen aan hen, die het klooster begunstigen.
-
Regest kloosters 521
Schepenen oorkonden, dat Dirck Sonderdanck verklaard heeft schuldig te zijn aan Jacob Muel 1 1/2 gouden Engelse nobel per jaar aan rente, staande op zijn huis, gelegen op de Tilbrug, onder verband van een ander huis van Dirck Sonderdanck, eveveens gelegen op de Tilbrug.
-
Regest kloosters 522
Schout en schepenen oorkonden, dat heer Adaem Woutersz, priester, bij een panding gewonnen heeft 2 kamers en een erf, toebehoord hebbend aan Phillips Willemsz, en gelegen in de Doelensteeg, geschat op een waarde van 80 schilden, terwijl heer Adaem Woutersz zelf had ingezet een akte van 2 december 1460, van 12 schilden per jaar, geschat op een waarde van 100 schilden, welke akte thans wordt geannuleerd.
-
Regest kloosters 523
Schepenen oorkonden, dat Jan Baertsz verklaard heeft schuldig te zijn aan Alijt Pieter's weduwe 2 1/2 pond Hollands per jaar aan rente, staande op zijn huis in de Naaierstraat.
-
Regest kloosters 524
..... geeft aan de Collatiebroeders (?) het recht om ten overstaan van hun rector of ten overstaan van een andere priester hun biecht te spreken, van wie zij absolutie zullen kunnen verkrijgen zelfs voor z.g. "occulte" gevallen.
-
Regest kloosters 525
Schepenen oorkonden, dat Volpaert Jacobsz verklaard heeft schuldig te zijn aan Geryt van Berckoude een rente van 1 pond Hollands per jaar, staande op een huis in de Vogelenzang (O = der stede vesten).
-
Regest kloosters 526
Schepenen oorkonden, dat Jacob Ghijsbrechtsz verklaard heeft schuldig te zijn aan Gherit Stempelsz 2 pond Hollands per jaar aan rente, staande op zijn huis in Korte Groenendaal en op zijn looierf, gelegen achter de Vismarkt.
-
Regest kloosters 527
Schepenen oorkonden, dat Claes Florysz verklaard heeft schuldig te zijn aan Peter Claesz en Machtelt Claesdr 3 Engelse nobelen per jaar aan rente, staande op de helft van zijn huis in de Twijtstraat.
-
Regest kloosters 528
Schepenen oorkonden, dat heer Heynric Gijsbertsz, priester en pater van het Collatiehuis, verklaard heeft schuldig te zijn van wege het convent aan het St. Catharinagasthuis 6 gulden per jaar aan rente, staande op het huis van de Collatiebroeders in de Spieringstraat, met dien verstande dat de Collatiebroeders daarvoor elke dinsdag een mis zullen lezen bij de zieken in het genoemde gasthuis, ten behoeve van Dieuwair Dirck Jacob Vrederixzoonszoon's weduwe. Bij in gebreke blijven zullen de Collatiebroeders 120 gulden aan de Gasthuismeesters betalen, waarvoor dezen door een andere priester een mis zullen laten lezen.
-
Regest kloosters 529
Schepenen oorkonden, dat Adriaen Allartz. (Allertz.) aan de Collatiebroeders vrijwaring beloofd heeft voor 2 jaar en 6 weken, voor de helft van het huis, dat hij hun in 1460 verkocht heeft, en dat gelegen is in de Spieringstraat zuidwaarts van hun klooster. De vrijwaring geschiedt onder verband van het huis van de verkoper, gelegen aan de Gouwe.
-
Regest kloosters 530
Schepenen oorkonden, dat Cornelis Matijsz en Machtelt Matijsdr vrijwaring beloven aan heer Pieter Meynartz, priester, voor een stuk land, dat Cornelis Matijsz hem verkocht heeft, en dat gelegen is tussen de Winterdijk en de Goudkade, onder verband van een stuk land, toebehorende aan Cornelis Matijsz, gelegen buiten de Kleiwegspoort.
-
Regest kloosters 531
Bisschop David van Bourgondië maakt het huis van de Cellebroeders tot een klooster en geeft aan de broeders het recht om de regel van St. Augustinus aan te nemen, met dien verstande dat de werken van barmhartigheid, door hen tot heden verricht, bij het aannemen van die regel niet zullen lijden. Zij zullen in hun kapel een altaar mogen oprichten en dit doen wijden door de vicaris-generaal; in deze kapel zullen ook tijdens een interdict de kerkelijke diensten voortgang vinden. De goederen van het huis worden tot kerkelijk goed verklaard. De prior van het klooster van de regulieren in Stein en de rector van het klooster St. Margareta worden als visitatoren aangewezen. De bisschop geeft voorts bepalingen ten aanzien van het verblijf van vreemde broeders in het klooster, de professie, de kleding, de bronnen van inkomsten, de leeftijd van intreding, het dragen van het scapulier, het doen van bepaalde gebeden ter vervanging van het officie, de vastendagen, de tucht, het biechten, het ter communie gaan, de clausuur en de bezittingen van het klooster. Eenmaal per jaar op Pasen zullen de broeders gehouden zijn in de parochiekerk ter communie te gaan.
-
Regest kloosters 532
Schepenen oorkonden, dat heer Heynric Gijsbrechtsz, priester, als pater van de Collatiebroeders te Gouda, verklaard heeft schuldig te zijn aan Suppijn Dirc van Seist's dochter 6 schilden per jaar aan rente, staande op alle huizen en erven der Collatiebroeders.