Molens

Collectie

Objecten

Geavanceerd zoeken
  • Polder Reeuwijk, Reeuwijksemolen/ <br>Gouwemolen
    Burgvlietkade 103, aan de Breevaart w.z.
  • De Korenbloem/ De Koornboem/ Het Verlorenkost
    Turfsingel-Vest
  • t Slot
    Van de oorspronkelijk vele molens binnen de gemeentegrenzen van Gouda resteren er nog slechts drie. Windmolens in Nederland bestaan naar functie in twee categorieën: polder- of (af- en uit)wateringsmolens en industriemolens. De eerste diende om te zorgen voor “droge voeten”, de tweede om landbouw- of industieproducten te bewerken. Molen ’t Slot hoort bij de laatste categorie. Molen 't Slot staat vlakbij het oude stadscentrum op een zeer fraaie plaats langs de Hollandse IJssel aan de Punt 17 op de stadswal. Op de donkergroen geschilderde baard met witte rand staat: 't Slot ANNO 1832. A1 in 1581 verleende het stadsbestuur toestemming om ter plaatse een korenmolen te bouwen op de fundamenten van het kort daarvoor gesloopt kasteel van de Heeren van Ter Gouw. De huidige ronde stenen korenstellingmolen werd in 1831/32 gebouwd op de plaats van een op Paasdag 1831 afgebrande achtkante stellingmolen. Daarvoor stond er al een standerdmolen. Op de ribben van de gietijzeren bovenas uit 1859 is gegoten: W. Yzerman Dykgraaf Fabryk N. Exalto. Deze as lijkt dus afkomstig van een watermolen van de Zuidplaspolder. Voor het malen van granen zijn een koppel 16er en 17er blauwe maalstenen met elk een regulateur met een sleepluiwerk en afschietwerk voor het aan- en afvoeren van de zakken graan naar de maalzolder beschikbaar (Het luiwerk is een inrichting voor het ophijsen (luien) en laten zakken (afschieten) van zakken graan en meel). Ook op de eerste zolder zijn twee koppels maalstenen aanwezig, die voorheen werden aangedreven door een inmiddels verwijderde motor. De met dakleer gedekte kap rust op 48 ijzeren rollen die vanaf de stelling met behulp van het kruirad in beweging worden gezet om het wiekenkruis op de wind te zetten. De vanginrichting (= remsysteem) bestaat uit een losse Vlaamse blokvang, die vanaf de stelling met een wipstok wordt bediend. De gemeente Gouda kocht de molen in 1962, waarna restauraties volgden in 1964-67 en 1976. Het oorspronkelijke molenaarshuis, waarin tegenwoordig de vrijwillig molenaar woont, is tegen de molen aangebouwd. Qua inrichting is de molen nog geheel toegerust voor het op windkracht malen van granen. Vrijwillig molenaar/bewoner Henny Noorlander zet het wiekenkruis en de maalinrichting nog regelmatig in werking.
  • Sint Joseph
    aan de Turfsingel
  • De Sluipwijksemolen
    Breevaart o.z. bij het Dubbel Verlaat
  • Polder Bloemendaal, De Achtkant
  • Grote Volmolen
    Al heel vroeg maakte men in Gouda gebruik van het getij. De eerste verbinding of 'duiker' is al vóór 1400 aangelegd bij de Punt en vormde een verbinding tussen de (Oost)haven en de Spieringstraat. Het hoogteverschil zorgde voor de instroom van vers schoon water in de binnenstad (voor drinkwater en de bierproductie). De duiker aan de Veerstal wordt in 1620 omgebouwd tot 'Volmolen'. Dat is een watermolen met een schoepenrad waarbij dit rad enige 'stampers' aandreef. Hierdoor hoefde men de lakense stoffen niet meer met de voeten in de urine aan te stampen en deed de mechanisering zijn intrede. Men was er zo tevreden over dat al in 1630 werd besloten een tweede volmolen te bouwen. Bij de Punt werd een duiker gebouwd tussen de IJssel en het grachtje van de Spieringstraat. Deze was ongeveer 167 cm hoog en 73 cm breed. In 1632 was deze gereed en er kwamen wel 12 'volkommen' om de lakense stof te 'vollen' (viltachtig zacht maken). De lakenindustrie werd aan het eind van de 17e eeuw beduidend minder belangrijk. We zien dat in het midden van deze eeuw al hennep en vlas werd 'gebeukt' voor de touw- en kleingarenindustrie. In 1691 maakt al een 'witmaker' (zeemleerbereider) gebruik van de volmolen. In 1852 trekt er een olieslager in en in 1870 wordt het rad stilgezet. Het gebouw aan de Punt wordt dan een kaaspakhuis. Daarna is het rad verdwenen. Toch bleef de duiker nog een belangrijke functie behouden. Thans worden de duikers aan de Punt en bij de Peperstraat gebruikt om er in droge tijden voor te zorgen dat het waterpeil in de binnenstad hoog genoeg blijft om te voorkomen dat heipalen gaan rotten. In 2005 is de duiker aan de Punt deels ingestort. Onder het wegdek langs de IJssel heeft een deel van de gemetselde duiker het begeven. Er is een damwand aan de IJsselkant geslagen en de duiker is drooggelegd. Bij de ingang aan het Houtmansplantsoen is in de muur links nog goed te zien waar vroeger het waterrad heeft gezeten. Cirkelvormige slijtageplekken geven het nog aan. Beneden in de duiker is te zien hoe onder een bestaande toog een nieuwe is gemetseld. Deze techniek is ook gebruikt bij de restauratie van de Binnendieze in 's-Hertogenbosch. Iets verder in de gang (richting IJssel) is de schuif te zien waarmee de duiker kan worden gesloten en geopend. Bij de restauratie van het metselwerk van IJsselsteentjes is ervoor gezorgd dat toekomstige slijtage en scheuren beter opgevangen worden. Tevens is het nu aan de IJsselkant mogelijk om de duiker met eikenhouten balken af te sluiten en droog te leggen voor latere inspecties en reparaties. Misschien komt daarmee het terugbrengen van een heus waterrad wat gemakkelijker binnen bereik.
  • De Roode Leeuw
    Van de oorspronkelijk vele molens binnen de gemeentegrenzen van Gouda resteren er nog slechts drie. Windmolens in Nederland bestaan naar functie in twee categorieën: polder- of (af- en uit)wateringsmolens en industrie-molens. De eerste diende om te zorgen voor “droge voeten”, de tweede om landbouw- of industieproducten te bewerken. Molen “De Roode Leeuw” hoort bij de laatste categorie. Aan de zuidzijde van de stad aan de Vest 65 staat een uit 1727 daterende ronde stenen stellingkorenmolen. Deze molen is gebouwd als vervanger van een wipmolen uit 1619. Op de geel geschilderde baard (dit is het versierde uitgesneden stuk hout onder aan de balk van de wiekenas) met rode rand staat het opschrift: De Roode Leeuw ANN0 1771. In dat jaar is de molen geheel vernieuwd op het houten bovenwiel na. Hierin is ingehakt: IMWVS ANNO 1771. Al in 1920 werd het malen op windkracht gestaakt en werd nog enige tijd motorisch gemalen. In 1926 kocht de gemeente Gouda de molen voor 4800 gulden van molenaar C.K. Galema. Waarschijnlijk om concurrentie te voorkomen, werd bepaald dat de gemeente de molen tot 1 januari 1952 niet als graanmaalderij mocht gebruiken voor de graanhandel. In de hongerwinter van 1944/45 werd vrijwel de gehele maalinrichting met de zolders, behalve de kapzolder, uitgebroken en als brandstof verstookt in de Goudse kachels. Door de gietijzeren bovenas uit 1872 zijn in 1968 nieuwe gelaste stalen roeden(d.i. wiekbalken) gestoken Rond 1980 was de molen aan een ingrijpende restauratie toe. De circa 1,5 miljoen gulden kostende restauratie, waarbij onder andere de ongeveer een halve meter scheef gezakte molenromp werd rechtgezet, werd pas in 1984 uitgevoerd. De molen werd daarna weer maalvaardig opgeleverd met fokwieken op het wiekenkruis met een vlucht van 27 m. Er is een molenaarswoning op de begane grond en eerste verdieping. In 1992 nam de jonge molenaar Willem Roose het ambachtelijk korenmolenaarsbedrijf over. Het los gestorte graan wordt met behulp van twee elektrische vijzels en twee elevatoren in de molen omhoog getransporteerd. De totale silocapaciteit bedraagt 40 ton. Op de steenzolder wordt gemalen met een koppel 16er en 17er blauwe stenen met elk een regulateur. Op de derde zolder zijn nog een zeef en een koppel verticale maalsteentjes met een diameter van 0,5 m aanwezig. Oorspronkelijk werd er met vier koppels maalstenen op windkracht gemalen. De molenkap is gedekt met geteerde gepotdekselde (overlappende) planken. Aan de achterzijde steekt er een wipstok uit waarmee de molenaar vanaf de stelling de “losse Vlaamse blokvang” (d.i. een remsysteem) bedient om de draaiende wieken stil te zetten. Het kruiwerk om de molen op de wind te zetten, bestaat uit 43 ijzeren rollen onder de kap en een kruirad op de stelling. In mei 1999 kreeg de molenaar te maken met een steenbreuk van de loper (d.i. de bovenste, draaiende molensteen). Deze is hersteld door het lijmen van de steen en het rondom aanbrengen van stalen banden om de steen. De molen ademt een nostalgische sfeer, die helaas wat verstoord wordt door een ontsierende rompbekleding. Deze moet de in zeer slechte staat zijnde romp waterdicht houden. Als lid van het Ambachtelijk Korenmolenaarsgilde maalt de molenaar bijna dagelijks alleen op windkracht voor bakkers, reformzaken, groothandels en particulieren. De maalproductie kan oplopen tot circa een ton per dag.
  • Grutterij van Anthonius Laane
    achter Turfmarkt 108
  • Polder Bloemendaal, zuidelijke molen
  • Waddincxveense Molen
    bezuiden de Moordsche Wip
  • (weidemolen)
    onder Gouda
  • De Korenbloem (voorganger)
    op de plaats van de huidige Koningshof, aan de vest
  • Rosmolen van Cleijnmeel
    hoek Lange Groenendaal bij de Korte Groenendaalsbrug
  • De Wip (?)
  • (korenmolen)
  • Kleine Volmolen
    Peperstraat
  • Polder Willens, De Willensmolen
  • (zonder naam)
    aan de Breevaart w.z.
  • De Waterhond
    aan de Schielandse Hoge Zeedijk